Oppotten van winst in uw vennootschap: fiscaal slim of strafbaar?
Wie als ondernemer winst oppot in zijn vennootschap, doet dat vaak met fiscale optimalisatie in het achterhoofd. Maar een recent arrest van het Hof van Cassatie van 21 oktober 2025 toont aan dat die strategie grenzen kent. Zodra er sprake is van persoonlijke schulden, kan het fiscale opzet juridisch omslaan in een strafbaar feit.
Het Hof bevestigt: wie zijn privévermogen onttrekt aan schuldeisers – ook via vennootschapsstructuren – riskeert vervolging wegens bedrieglijk onvermogen. En dat kan zware straffen tot gevolg hebben.
Hoe de ondernemer zichzelf onvermogend hield
De feiten in het arrest zijn duidelijk. De beklaagde was bestuurder van meerdere winstgevende vennootschappen. Toch keerde hij zichzelf jarenlang slechts een minimaal loon uit – onvoldoende om de kosten van levensonderhoud te dekken. Daarnaast werden er stelselmatig geen dividenden of tantièmes uitgekeerd.
Wel groeiden op de balansen rekening-couranttegoeden aan. Die middelen vloeiden echter niet terug naar zijn privévermogen. Bij controle bleek dat de ondernemer nauwelijks persoonlijke bezittingen had. Officieel woonde hij in een bescheiden pand, maar in werkelijkheid verbleef hij met zijn gezin in een luxevilla – eigendom van een van zijn vennootschappen. Ook andere luxegoederen stonden op naam van die vennootschappen.
Schulden zonder verhaalmogelijkheden
De ondernemer had een persoonlijke schuldvordering openstaan van ruim 600.000 euro. De schuldeiser kon die echter niet innen, omdat het privévermogen van de ondernemer bewust ongrijpbaar was gemaakt.
Volgens het hof van beroep en het Hof van Cassatie werden verschillende handelingen – zoals de lage bezoldiging, het achterwege laten van dividenden, en het niet laten terugvloeien van middelen naar het privévermogen – beschouwd als daden waarmee het onvermogen werd georganiseerd.
Wat de hoven hierover zeggen
Hof van beroep: hoe de feiten tot veroordeling leidden
Het hof van beroep te Gent had op 26 mei 2025 geoordeeld dat de ondernemer door al die zogenaamde optimalisaties, zijn privévermogen bewust onbereikbaar had gemaakt. Het betrof een strafrechtelijke veroordeling omwille van de opzettelijkheid die ermee samenhing. Tegen deze uitspraak werd in cassatie gegaan.
Hof van Cassatie geeft fiscale optimalisatie een grens
Het Hof van Cassatie bevestigde op 21 oktober 2025 het arrest van het hof van beroep te Gent en wees de argumentatie van de verdediging af. Daarbij benadrukte het Hof dat bedrieglijk onvermogen veel ruimer gaat dan het traditionele actief wegwerken of verbergen van vermogensbestanddelen.
- Het strafbare karakter hangt niet af van het moment waarop de structuren werden opgezet. Zelfs als deze dateren van vóór het ontstaan van de schuld, kan het misdrijf zich manifesteren zodra de schuld zeker en opeisbaar wordt en de constructies bewust worden behouden.
- De schuldeiser hoeft ook niet eerst alle middelen uit te putten. Het volstaat dat de ondernemer bewust de uitwinning van zijn vermogen onmogelijk maakt.
- De fiscale motieven zijn absoluut geen vrijgeleide. Zodra een zekere en opeisbare schuld ontstaat, moet de bescherming van de schuldeiser primeren op de fiscale belangen van de ondernemer.
De rechter mag dus oordelen dat sprake is van bedrieglijk onvermogen als het privévermogen bewust minimaal wordt gehouden – ook als er theoretisch vermogen aanwezig is via vennootschappen, maar dat voor schuldeisers onbereikbaar blijkt.
Voortgezet misdrijf zonder verjaring
Interessant is ook dat het Hof het verjaringsverweer verwierp. De bedrieglijke organisatie van het onvermogen werd beschouwd als een voortgezet misdrijf – een reeks van bewuste handelingen die samen het misdrijf vormen. Daardoor begon de verjaring pas te lopen vanaf het moment dat de handelingen werden stopgezet.
Relevantie voor ondernemers vandaag
De ondernemer verweerde zich door te stellen dat zijn structuur fiscaal gemotiveerd was. Maar het Hof maakte komaf met dat argument door te stellen dat vanaf het moment dat de schuld zeker en opeisbaar is, de bescherming van de schuldeiser primeert. Het is niet omdat handelingen voorheen elk apart legitiem leken, deze door jarenlange bevestiging, instandhouding en combinatie, als strafbaar kunnen worden beschouwd, indien er persoonlijke schulden ontstaan. De opsplitsingen en structuren hadden als effect – en vermoedelijk als doel – dat schuldeisers zich nauwelijks op het vermogen konden verhalen.
Fiscale optimalisatie is en blijft legitiem, zolang ze correct onderbouwd en verantwoord is. Maar zodra er sprake is van persoonlijke schulden, moet elke constructie met de nodige voorzichtigheid worden geëvalueerd. Belangrijk is dat:
- alle fiscale optimalisatiebeslissingen gedocumenteerd zijn;
- er vennootschapsrechtelijke verslaggeving is (zoals bestuursverslagen of notulen);
- het privévermogen niet kunstmatig wordt uitgehold;
- rekening gehouden wordt met het relatievermogensrecht, zeker bij gehuwde ondernemers.
Oppotten van inkomsten binnen het huwelijk lag al eerder onder vuur
Het gebruik van vennootschappen om inkomsten op te potten, kwam eerder al in opspraak. In een vorige bijdrage bespraken we hoe het oppotten van inkomsten in een beroepsvennootschap – zonder deze aan te wenden voor de belangen van het gezin – kan leiden tot vergoedingsclaims bij echtscheiding.
Sinds 2018 voorziet het huwelijksvermogensrecht namelijk dat het gemeenschappelijk vermogen recht kan hebben op compensatie voor gemiste beroepsinkomsten, wanneer deze enkel binnen een eigen vennootschap zijn opgepot.
De rode draad blijft: wie actief vermogen afschermt – voor partner, fiscus of schuldeiser – riskeert dat dit juridisch tegen hem wordt gebruikt.
Conclusie
Fiscale optimalisaties zijn op zich niet verboden. Maar zodra er sprake is van persoonlijke schulden, wordt het bewust uitblijven van privévermogensopbouw risicovol. Het arrest van het Hof van Cassatie van 21 oktober 2025 onderstreept dat wie actief vermijdt dat zijn privévermogen groeit, zich — in combinatie met openstaande schulden — schuldig kan maken aan bedrieglijk onvermogen.
De juridische verpakking mag niet verhullen wat economisch wél beschikbaar is. De intentie om schuldeisers te frustreren is daarbij doorslaggevend — niet de complexiteit van de structuur of de timing van de handelingen. Fiscale optimalisaties zijn waardevol, maar mogen geen façade worden.
Kortom: vermijd dat fiscale optimalisatie ontaardt in strafbare vermogensafscherming. Laat structuren regelmatig herevalueren, documenteer keuzes en bewaak de verhouding tussen vennootschapsstructuren en privévermogen.
aternio volgt de fiscale en juridische actualiteit op de voet en helpt u graag om deze evoluties correct toe te passen binnen uw onderneming of vermogensplanning.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.
Eveline Smet
Bron: Hof van Cassatie 21 oktober 2025, nummer P.25.0971.N/1; M. VERBERGT, "Ondernemer met schulden die winst in vennootschap houdt, riskeert straf", De Tijd, 4 november 2025.