Zoals reeds in een introductiebijdrage is geschreven is het Belgisch huwelijksvermogensrecht sinds 1 september 2018 vernieuwd. Zo zijn een aantal nieuwe regels geïntroduceerd inzake het wettelijk stelsel met  betrekking tot beroepsinkomsten en professionele autonomie.

Wettelijk stelsel – gemeenschap van aanwinsten

De basis van het wettelijk stelsel is door de nieuwe wetgeving niet veranderd. Het is nog steeds een stelsel van gemeenschap van aanwinsten. Wat impliceert dat vooral de beroepsinkomsten vallen binnen het gemeenschappelijk vermogen, net zoals de spaaropbrengsten die deze inkomsten genereren. Alle bezittingen (activa) en alle schulden (passiva) waarvan men niet kan bewijzen dat ze eigen zijn, zijn gemeenschappelijk.

Elke bijzaak (accessorium) van een eigen goed is voortaan ook een eigen goed. Hierbij bestaat geen onderscheid tussen roerende en onroerende goederen. Daarenboven is een roerend goed eigen zodra het voor meer dan vijftig percent betaald is met eigen gelden.

Beroepsinkomsten

Enkel de beroepsinkomsten waarvan het recht op die inkomsten is ontstaan door arbeid of prestaties tijdens het bestaan van de huwgemeenschap vallen in de gemeenschap. Wat ervoor of erna is verdiend valt er buiten. Dit is nu in het bijzonder geregeld voor de opzeggingsvergoeding en de vergoeding van persoonlijke schade.

De opzeggingsvergoeding en andere uitkeringen wegens beëindiging van een arbeidsovereenkomst komen aan de gemeenschap toe voor dat deel dat overeenstemt met de opzeggingstermijn die tijdens het wettelijk stelsel loopt.

Bij uitkeringen ter vergoeding van persoonlijke schade, bijvoorbeeld naar aanleiding van een arbeids- of verkeersongeval, onderscheiden de schadecomponenten zich ook voor het huwelijksvermogensstelsel. Wat betekent dit concreet?

Schadevergoeding tot herstel van persoonlijke ongeschiktheid die geen betrekking hebben op economische waardeerbare gevolgen van aangetaste fysieke of psychische integriteit, is eigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor vergoedingen die pijnen of beperkingen, als gevolg van het letsel, compenseren in het dagelijkse leven.

Schadevergoedingen die daarentegen huishoudelijke of economische ongeschiktheid tijdens het stelsel compenseren behoren toe aan de gemeenschap. Hiervan is sprake bij vergoedingen voor de aantasting van het potentieel om huishoudelijke, professionele of lucratieve taken te verrichten. Ook de vergoeding voor de aantasting van de concurrentiekracht op de arbeidsmarkt is hiervan een voorbeeld.

Professionele autonomie

Hoewel de beroepsinkomsten tot de gemeenschap behoren moet elke echtgenoot voldoende autonomie hebben om een eigen professionele loopbaan te ontwikkelen. Inmenging van de andere echtgenoot in deze keuze is in principe niet geoorloofd.

Dit blijkt voldoende uit het basisprincipe waarbij elke echtgenoot, zolang de belangen van het gezin niet in gevaar komen, het recht heeft een beroep naar keuze uit te oefenen. Daarenboven int elke echtgenoot zijn eigen beroepsinkomen. Weliswaar met inachtneming van de juiste bestedingsvolgorde: beroepsinkomsten dienen bij voorrang voor de gezinslasten en het overschot mag vervolgens professioneel besteed worden.

In het verlengde van de professionele autonomie geldt dat elke echtgenoot eigenaar kan zijn van zijn professionele uitrusting. Dit laatste ook bij ontbinding van het stelsel.

Professionele uitrusting

De opsplitsing tussen het titularis zijn van het recht (‘titre’) en de vermogenswaarde (‘finance’) van het goed geldt voortaan ook voor de professionele uitrusting. Het recht om te handelen als eigenaar van de professionele uitrusting is eigen, de vermogenswaarde op het ogenblik van de ontbinding van het stelsel is daarentegen gemeenschappelijk.

Goederen, zowel onroerend als roerend, die een echtgenoot exclusief professioneel gebruikt zijn zonder meer eigen. Bijgevolg kan deze echtgenoot zich ook als eigenaar (‘titre’) gedragen. Dit is niet zo wanneer de echtgenoten samen het beroep of het bedrijf uitbaten. Voor goederen die door één van de echtgenoten met gemeenschappelijke gelden zijn gekocht, komt de vermogenswaarde (‘finance’) toe aan de gemeenschap.

Als alleen de vermogenswaarde gemeenschappelijk is komt de ‘finance’ alleen toe aan de gemeenschap op het moment van verkoop of bij ontbinding van het stelsel. Opgelet: dit is dus niet de waarde op het ogenblik van verdeling.

Cliënteel

Het cliënteel komt exclusief en persoonlijk toe aan de beroepsactieve echtgenoot. Dit is volledig naar analogie met autonome beoefening van het beroep of de uitbating van het bedrijf.

De waarde van het cliënteel is gemeenschappelijk voor zover ze tijdens het stelsel is opgebouwd. In tegenstelling tot de vermogenswaarde van de professionele uitrusting of de aandelen in een professionele vennootschap geldt hier de economische waarde. Met andere woorden het cliënteel moet (a) ten gelde kunnen worden gemaakt en (b) verhandelbaar zijn. Is dit niet het geval dan is er geen sprake van waarde.

Oefenen de echtgenoten samen hetzelfde beroep uit dan is er vanzelfsprekend geen ‘titre” en ‘finance’. Het cliënteel, opgebouwd tijdens het stelsel, is dan zonder meer gemeenschappelijk. Van preferentiële toewijzing is geen sprake.

Aandelen in een professionele vennootschap

Vennootschapsaandelen op naam van één echtgenoot, verworven met gemeenschappelijke gelden, kunnen toch eigen zijn. Dit kan echter slechts voor aandelen van twee soorten vennootschappen.

Vooreerst gaat het om aandelen van een vennootschap waar slechts één echtgenoot zijn professionele activiteit als zaakvoerder of beheerder uitoefent. Tweede type is de vennootschap waarbij het intuitu personae karakter in hoofde van de echtgenoot-aandeelhouder essentieel is. Deze persoonsgebondenheid kan objectief vastgesteld worden aan de hand van bijvoorbeeld overdraagbaarheidsbeperkingen of voorkoopclausules in de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst.

In alle andere vennootschappen zijn de aandelen ofwel eigen ofwel gemeenschappelijk. Bij gemeenschappelijke aandelen is preferentiële toewijzing uitgesloten.

Neutraliteit van beroepsuitoefening via vennootschap

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht wil vermijden dat de gemeenschap nadeel ondervindt van het feit dat één echtgenoot zijn beroepsactiviteit uitoefent via een vennootschap. Vanzelfsprekend is dit niet zo wanneer de aandelen toebehoren aan de gemeenschap. De vermogenswaarde is dan gemeenschappelijk, net als het loon en de dividenden die worden uitgekeerd.

Anders is het wanneer de aandelen volledig eigen zijn aan de echtgenoot. Dit is zo met aandelen die de echtgenoot bezat voor het huwelijk of die verkregen zijn uit een schenking of een erfenis. Het hoeft weinig toelichting dat de echtgenoot de inkomstenstromen kan ‘sturen’ waardoor de gemeenschap is benadeeld. Een beperkte loontoekenning of  winstuitkering zijn hiervan voorbeelden.

De nieuwe wetgeving heeft daarom een vergoedingsregeling uitgewerkt. Met name voorziet zij in een compensatie voor niet geïnde nettoberoepsinkomsten die de gemeenschap redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet via een eigen vennootschap was uitgeoefend. De waardevermeerdering van de aandelen  blijft buiten schot. De beweegredenen voor de minder ontvangsten zijn irrelevant. Het doet er dus niet toe of het bijvoorbeeld kwaadwillig was of om fiscale redenen.

De ‘benadeelde’ mede-echtgenoot kan op basis van een vergelijkende analyse proberen aantonen dat dezelfde beroepsactiviteit in een ander kader, zelfstandig of in vennootschap met niet eigen aandelen, meer had gegenereerd. Het is dat meerdere dat bij de ontbinding van het stelsel voor de gemeenschap kan worden opgeëist.

De ‘onderbetaalde’ echtgenoot kan zich verdedigen tegen deze eis tot vergoeding. Op basis van voor te leggen vennootschapsdocumenten kunnen argumenten voor de mindere inkomstenstroom naar voor worden geschoven. Indien partijen het hierover niet eens worden zal de rechter, na tussenkomst van een expert, oordelen.

Toepassing in de tijd

Inzake opzeggingsvergoeding en vergoeding van persoonlijke schade gelden de regels ook voor uitkeringen verkregen voor 1 september 2018. De nieuwe regels inzake professionele autonomie (uitrusting, cliënteel, aandelen) en neutraliteit gelden voor al wie gehuwd is voor 1 september 2018  enkel voor verkregen goederen respectievelijk gederfde inkomsten vanaf die datum.

Conclusie

Huwen onder het wettelijk stelsel is nog steeds een stelsel van gemeenschap van aanwinsten. De wijzigingen die aangebracht zijn op vlak van hebben vooral de werking van het stelsel verduidelijkt en logischer gemaakt. De professionele autonomie wordt extra in de verf gezet. Bijzonder zijn dan weer de regels rond de neutraliteit van de beroepsuitoefening via een vennootschap waarbij vrijwaring van de gemeenschap voorop staat.