Niet alleen het erfrecht zit sinds 1 september 2018 in een nieuw jasje, ook het huwelijksvermogensrecht is sinds die datum aangepast. Deze bijdrage is de aanzet van een korte reeks rond huwen en de vermogensrechtelijke gevolgen ervan.

Starten doen we alvast met de algemene bepalingen van het primair en secundair huwelijksstelsel. Primair zijn de dwingende regels die voor iedereen gelden en secundair zijn de algemene of specifieke regels verbonden met het gekozen huwelijksstelsel.

Primair huwelijksstelsel

Het primair huwelijksstelsel betreft de wettelijke regels die van openbare orde zijn en die aldus voor iedereen gelden,  ongeacht het huwelijksvermogensstelsel waaronder zij gehuwd zijn. Het zijn de wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten ontstaan door het loutere feit van het huwelijk. In geen geval kan afgeweken worden van de regels opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (art. 212-224 BW).

Het Burgerlijk Wetboek bevat onder meer bepalingen inzake:

  • de gezinslasten (kosten van het huishouden en het huwelijk) waarin beide echtgenoten in verhouding tot hun mogelijkheden moeten bijdragen en waarvoor ze tegen derden in principe hoofdelijk gehouden zijn;
  • de keuze en de bescherming van de gezinswoning;
  • de uitoefening van een beroep;
  • de mogelijkheden om bij echtelijke moeilijkheden beschermende of bestraffende maatregelen te vragen aan de familierechtbank.

De principes en de bepalingen van het primair huwelijksstelsel zijn niet gewijzigd door de nieuwe huwelijksvermogenswet.

Secundair huwelijksstelsel – algemeen

Een aantal van de algemene bepalingen die gelden ongeacht de verdere de keuze voor een gemeenschap of een scheiding van goederen zijn behouden, andere zijn dan weer gewijzigd (art. 1387 tot 1397/1 BW).

Ongewijzigd zijn:

  • de keuzevrijheid voor de echtgenoten om het huwelijksstelsel uit te werk naar hun goeddunken;
  • de neerslag van deze expliciete keuze gebeurt bij notariële akte;
  • het principe dat het stelsel in werking treedt vanaf het aangaan van het huwelijk;
  • de mogelijkheid en de formaliteiten om het gekozen huwelijksstelsel later te wijzigen.

Gewijzigd daarentegen zijn:

  • de modaliteiten om in het huwelijkscontract bindende erfafspraken te maken wanneer er kinderen zijn uit een vorige relatie  (zogenaamde ‘Valkeniersbeding’);
  • de preferentiële toewijzing van goederen na ontbinding van een gemeenschapsstelsel;
  • de huwelijksvermogensrechtelijke heling.

Valkeniersbeding

Het Valkeniersbeding, genoemd naar de oud-politicus Jef Valkeniers, maakt het mogelijk om in het huwelijkscontract afspraken te maken over de rechten die de langstlevende zal hebben in de nalatenschap van de eerst stervende. Hierdoor kunnen de rechten van kinderen uit een eerdere relatie worden beschermd. Voortaan moeten daartoe volgende voorwaarden zijn vervuld.

  1. Minstens één van de echtgenoten heeft op het ogenblik van het huwelijkscontract één of meer kinderen uit een vorige relatie. Er moet met andere woorden sprake zijn van een stiefouderrelatie.
  2. De regeling die de echtgenoten uitwerken moet niet wederkerig zijn. Hierbij kunnen erfrechten worden toegekend die afwijken van het minimaal voorbehouden vruchtgebruik voor de langstlevende.
  3. De langstlevende kan niet verzaken aan het recht van bewoning (en het recht van gebruik van de inboedel) van de gezinswoning voor een periode van zes maanden vanaf het overlijden van de eerst stervende. Bijgevolg kan de langstlevende nooit gedwongen worden om de gezinswoning sneller te verlaten. Een langere termijn of zelfs een tijdelijk vruchtgebruik kunnen wel in het Valkeniersbeding worden opgenomen.
  4. Vermits het Valkeniersbeding de facto een verzaking inhoudt van de erfrechten gelden de wettelijke termijnen van informatie en beraad zoals bij andere erovereenkomsten. Nog snel vlak voor het huwelijk een huwelijkscontract opstellen met een Valkeniersbeding is hierdoor onmogelijk.

Preferentiële toewijzing

Bij ontbinding van het huwelijksstelsel, als gevolg van overlijden of echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting van het huwelijk, kan men vragen om bepaalde goederen bij voorkeur toe te wijzen.

Dergelijke preferentiële toewijzing is mogelijk voor de gezinswoning, de inboedel en de professionele goederen. Het is totaal onbelangrijk of het echtpaar gehuwd was onder gemeenschap of  onder scheiding van goederen.

Voor de gezinswoning is het irrelevant of de woning een gemeenschapsgoed is dan wel in onverdeeldheid toebehoort aan beide echtgenoten. Latere afzonderlijke toewijzing voor de inboedel is perfect mogelijk. De echtgenoot die slachtoffer is van gezinsgeweld door de andere echtgenoot heeft in principe voorrang op de gezinswoning.

Inzake de professionele goederen is het basisprincipe dat alle professionele goederen, die niet eigen zijn,  in aanmerking komen. Daarom kan niet enkel het professioneel onroerend goed maar ook de (on)roerende uitrusting het voorwerp zijn van een preferentiële toewijzing.

Huwelijksvermogensrechtelijke heling

Een echtgenoot die gemeenschappelijke of onverdeelde goederen aan de verdeling wil onttrekken door het bestaan ervan opzettelijk te verzwijgen maakt zich schuldig aan heling. Dit geldt ook bij het bewust achterhouden van gegevens waardoor een verrekenbeding geen correcte uitwerking heeft.

Informatie verzwijgen of valse verklaringen afleggen, leidt tot sanctionering. In concreto betekent dit dat de echtgenoot, die zich schuldig maakt aan heling, zijn aandeel verlies in de geheelde goederen of waarden of ten belope van deze goederen of waarden in de berekening van de verrekenvordering. De sanctie kan vermeden worden door spontaan en tijdig de juiste en volledige informatie te verstrekken of de valse verklaringen recht te zetten.

Toepassing in de tijd

De nieuwe regels gelden voor iedereen die vanaf 1 september 2018 in het huwelijk treedt. Voor zij die gehuwd zijn voor deze datum en het ook nog zijn op 1 september 2018 blijft het toepasselijk huwelijksstelsel onverminderd gelden.

De regels inzake preferentiële toewijzing en heling gelden niet alleen voor de huwelijken afgesloten vanaf 1 september 2018.  maar ook voor huwelijken afgesloten voor deze datum waarbij de ontbinding plaatsvindt na 1 september 2018.  Bij echtscheidingen gelden de nieuwe regels niet wanneer het verzoek tot echtscheiding dateert van voor 1 september 2018.

Conclusie

De make-over van het huwelijksvermogensrecht zorgt alvast voor een meer hedendaagse wetgeving. Het is alvast duidelijk dat de modaliteiten van het Valkeniersbeding zijn gewijzigd, evenals de bepalingen inzake de preferentiële toewijzing. Een echtgenoot die zich schuldig maakt aan huwelijksvermogensrechtelijke heling kan enkel ontsnappen aan een sanctie door tijdig berouw te tonen. De impact en de toepassing in de tijd op het wettelijk stelsel en het stelsel van scheiding van goederen komen aan bod in volgende bijdragen.