Onderhandse schenking? Let op: vormfout kan leiden tot erfbelasting
Niet elke schenking verloopt zoals gepland. Zo schonk een belastingplichtige kort vóór het overlijden een bedrag via een bankgift, bevestigd in wederzijdse aangetekende brieven. Wat bedoeld was als een ultieme fiscaal efficiënte overdracht, draaide anders uit.
Een ogenschijnlijk kleine vormfout zorgde ervoor dat de schenking niet kon worden geregistreerd. Dat blijkt uit een standpunt van de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL), intussen bevestigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent. Het gevolg? Geen schenkbelasting, maar wél erfbelasting bij overlijden.
Schenking niet geregistreerd: wanneer een detail zwaar doorweegt
Schenkingen vormen een belangrijk instrument binnen de vermogensplanning. Ze laten toe om vermogen tijdig en vaak fiscaal voordelig over te dragen. Dat voordeel veronderstelt echter dat de schenking juridisch correct wordt vastgelegd en, indien gewenst, ook correct kan worden geregistreerd.
In de voorliggende situatie liep het precies daar mis. De schenkingsdocumenten, met name de brieven, bevatten geen vermelding van de fiscale woonplaats van de schenker. Hoewel dit op het eerste gezicht een detail lijkt, is deze informatie essentieel voor de fiscale verwerking van de schenking. Zonder deze vermelding kan de administratie niet bepalen welk gewest bevoegd is om belasting te heffen, en bijgevolg ook niet of en hoe de akte geregistreerd moet worden.
Geen registratie betekent geen zekerheid
Omdat de fiscale woonplaats ontbrak, oordeelde VLABEL dat de schenking niet kon worden geregistreerd. Dit standpunt werd bevestigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in een vonnis van 28 januari 2026 (nr. 23/2040/A)
Dat heeft belangrijke gevolgen. Registratie is immers het moment waarop schenkbelasting wordt geheven en tegelijk fiscale zekerheid ontstaat.
Wanneer registratie onmogelijk blijkt, wordt er geen schenkbelasting betaald. Dat lijkt op het eerste gezicht voordelig, maar creëert net een belangrijk risico. De schenking blijft in dat geval binnen de zogenaamde verdachte periode vallen. Overlijdt de schenker binnen die termijn – die in Vlaanderen momenteel vijf jaar bedraagt voor roerende schenkingen – dan wordt de overdracht alsnog belast met erfbelasting.
Het verschil in fiscale impact kan aanzienlijk zijn, aangezien de tarieven in de erfbelasting doorgaans hoger liggen dan die van de schenkbelasting.
De cruciale rol van de fiscale woonplaats
De fiscale woonplaats speelt een centrale rol in de Belgische fiscaliteit. Ze bepaalt welk gewest bevoegd is voor zowel schenk- als erfbelasting. Die bevoegdheid wordt niet louter bepaald op basis van de woonplaats op het moment van de schenking, maar op basis van waar iemand gedurende een bepaalde referentieperiode het langst heeft gewoond.
Een correcte vermelding in de schenkingsdocumenten is daarom geen formaliteit, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een geldige fiscale behandeling. Zonder die informatie kan de administratie haar bevoegdheid niet vaststellen, wat in dit geval leidde tot de onmogelijkheid om de schenking te registreren.
Streng standpunt bevestigd door rechtbank
De bevestiging door de rechtbank geeft deze interpretatie extra gewicht. Voor de praktijk betekent dit dat men niet kan rekenen op soepelheid bij vormgebreken. De rechter volgt de administratie wanneer essentiële gegevens ontbreken, zelfs als de intentie tot schenking duidelijk is.
Voor vermogensplanning betekent dit dat niet alleen de intentie, maar ook de uitvoering juridisch sluitend moet zijn. Een ogenschijnlijk klein ontbrekend element kan volstaan om het volledige fiscale voordeel teniet te doen.
Aandacht voor correcte opmaak
Het belang van een correcte opmaak van schenkingsakten kan moeilijk worden overschat. Dat geldt in het bijzonder voor onderhandse schenkingen, waarbij geen notaris tussenkomt en de partijen zelf instaan voor de redactie van de documenten.
In de praktijk wordt bij dergelijke schenkingen – zoals een bankgift met een pacte adjoint – vaak gewerkt met modellen of standaardclausules. Hoewel die een nuttig vertrekpunt vormen, bieden ze geen garantie op volledigheid. Essentiële gegevens, zoals de fiscale woonplaats van de schenker, dreigen daarbij soms over het hoofd te worden gezien.
Net daar schuilt het risico. Wanneer een onderhandse akte ter registratie wordt aangeboden, moet zij alle noodzakelijke elementen bevatten om de fiscale bevoegdheid correct te bepalen. Ontbreekt die informatie, dan kan de administratie de registratie weigeren, met als gevolg dat het beoogde fiscale voordeel verloren gaat.
Conclusie
Het ontbreken van de fiscale woonplaats in een onderhands schenkingsdocument is geen detail, maar een fundamenteel gebrek dat registratie verhindert. De bevestiging door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent maakt duidelijk dat deze strikte benadering standhoudt.
Daardoor verdwijnt het voordeel van de schenkbelasting en ontstaat het risico op erfbelasting bij een overlijden binnen de verdachte periode. Een correcte en volledige opmaak van schenkingsdocumenten is dan ook essentieel binnen elke doordachte vermogensplanning.
De afwezigheid van een notariële tussenkomst betekent daarbij niet dat de vormvereisten minder strikt zijn. Integendeel, wie kiest voor een onderhandse schenking, draagt zelf de verantwoordelijkheid voor een juridisch sluitend document.
aternio volgt de fiscale en juridische actualiteit op de voet en helpt u graag om deze evoluties correct toe te passen bij uw vermogensplanning.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.
Johan Lemmens
Bron: Rechtbank van Eerste Aanleg Gent, 28 januari 2026, nr. 23/2040/A; Vlaamse Belastingdienst, standpunt “Niet-registratie van schenking door ontbreken vermelding fiscale woonplaats”, publicatie 25 maart 2026, geraadpleegd op 27 maart 2026, via vlaanderen.be.