Uitbreiding inhoudingsplicht: wat verandert er in 2026?
Laat u als onderneming werken uitvoeren die wettelijk worden beschouwd als werken in onroerende staat of als gelijkgestelde risicosectoractiviteiten, zoals bepaalde bewakings- of schoonmaakdiensten? Dan kan u verplicht zijn om bij elke betaling te controleren of uw aannemer of onderaannemer schulden heeft bij de overheid.
Het gaat dus niet om elke leverancier of dienstverlener, maar specifiek om (onder)aannemers die dergelijke wettelijk omschreven werken uitvoeren. Heeft uw medecontractant fiscale of sociale schulden, dan moet u een deel van de factuur inhouden en doorstorten. Doet u dat niet, dan riskeert u zelf aansprakelijk te worden gesteld.
Vanaf 1 mei 2026 wordt deze inhoudingsplicht uitgebreid. Ook bepaalde sociale bijdragen van zelfstandige (onder)aannemers binnen dit toepassingsgebied vallen dan onder de regeling.
Inhoudingsplicht: wat moet u als opdrachtgever weten?
De inhoudingsplicht is gekoppeld aan de regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid. Ze geldt voor wie betalingen verricht voor bepaalde wettelijk omschreven werken, zoals werken in onroerende staat.
Het wettelijk kader is opgenomen in het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (WMGI), meer bepaald in de artikelen 53 tot 58.
Wie correct inhoudt en doorstort, vermijdt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt toegepast.
Voor welke werken geldt de inhoudingsplicht?
De inhoudingsplicht geldt niet voor alle facturen, maar enkel voor betalingen aan (onder)aannemers voor wettelijk omschreven werken.
Het toepassingsgebied is bepaald in artikel 53 WMGI en in artikel 30bis en 30ter van de Wet van 27 juni 1969. In de praktijk gaat het om (onder)aannemers in volgende 'risicosectoren':
- werken in onroerende staat, zoals bouwen, verbouwen, afbreken, installeren of structureel onderhouden van gebouwen;
- activiteiten die wettelijk daarmee zijn gelijkgesteld, zoals bepaalde bewakings- en toezichtsdiensten, activiteiten in de vleessector en levering van stortklaar beton.
Doorslaggevend is de aard van de werken, niet de sector waarin uw onderneming actief is. Het is dus niet vereist dat de opdrachtgever zelf actief is in die sector. Het volstaat dat hij dergelijke werken laat uitvoeren.
U moet dus controleren wanneer u een (onder)aannemer betaalt voor bijvoorbeeld bouwwerken of gelijkgestelde activiteiten. U moet niet controleren wanneer u betaalt voor diensten zoals boekhouding, juridisch advies, IT-ondersteuning of de levering van goederen zonder plaatsing.
De inhoudingsplicht geldt met andere woorden enkel binnen dit duidelijk afgebakende wettelijke toepassingsgebied
Wie is inhoudingsplichtig?
Artikel 55 WMGI bepaalt dat de opdrachtgever inhoudingsplichtig is bij betaling aan een aannemer met schulden en de aannemer inhoudingsplichtig is bij betaling aan zijn onderaannemer met schulden. De regeling geldt dus in elke schakel van de aannemingsketen.
De rechtsvorm is niet bepalend. Elke onderneming die als opdrachtgever of aannemer optreedt binnen het toepassingsgebied kan inhoudingsplichtig zijn. Artikel 58 WMGI sluit de natuurlijke persoon nadrukkelijk uit voor zover hij louter voor privédoeleinden werken laat uitvoeren.
Wanneer ontstaat de verplichting?
De verplichting ontstaat zodra de medecontractant op het ogenblik van betaling fiscale of sociale schulden heeft.
Het tijdstip van betaling is bepalend. Een controle bij ontvangst van de factuur volstaat niet. Ook bij deelbetalingen moet telkens opnieuw worden nagegaan of er schulden bestaan.
Hoeveel moet worden ingehouden en doorgestort?
De inhouding gebeurt op het factuurbedrag exclusief btw en is beperkt tot het bedrag van de openstaande schuld op het moment van betaling. De inhouding mag dus nooit hoger zijn dan de schuld.
Concreet:
- Bij fiscale schulden: 15% inhouden en doorstorten aan de FOD Financiën.
- Bij sociale schulden (RSZ): 35% inhouden en doorstorten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
- Bij cumul van schulden: maximaal 50% van het factuurbedrag exclusief btw.
Wordt correct ingehouden en doorgestort, dan wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid in principe niet toegepast. De inhoudingsplicht fungeert dus als beschermingsmechanisme.
Praktisch
De controle op openstaande schulden kan snel en eenvoudig gebeuren via het publiek raadpleegbare onlineplatform Check Inhoudingsplicht. Op basis van het btw-identificatienummer kan realtime worden nagegaan of een inhouding verschuldigd is.
Ondernemingen die structureel werken met medecontracten uit voornoemde risicosectoren kunnen
de API BillRetainment integreren in hun IT-systeem om de controle te automatiseren. Volgens de huidige communicatie zou vanaf 1 mei een nieuwe versie beschikbaar zijn die de databanken van RSZ, RSVZ en FOD Financiën centraliseert.
Hoe bewijst u de controle?
De inhoudingsplicht wordt beoordeeld op het moment van betaling. U moet dus kunnen aantonen dat u op dat tijdstip de controle hebt uitgevoerd.
Voor fiscale schulden kan u een attest van consultatie genereren. Dat attest vermeldt of een inhoudingsplicht bestaat en is geldig tot de vermelde datum. Betaalt u vóór die datum, dan hoeft u niets in te houden. Betaalt u later, dan moet u opnieuw controleren.
Voor sociale schulden (RSZ) wordt geen officieel attest afgeleverd. Het is daarom aangewezen om zelf een bewijs van consultatie te bewaren, bijvoorbeeld via een pdf of printscreen.
Een systematische koppeling tussen consultatie en betaling voorkomt discussies achteraf.
Wat verandert er?
Tot voor kort beperkte de inhoudingsplicht zich tot fiscale en RSZ-schulden. Vanaf 1 mei 2026 wordt de regeling uitgebreid naar bepaalde onbetaalde sociale bijdragen van zelfstandige (onder)aannemers binnen genoemde risicosectoren.
Wanneer blijkt dat een zelfstandige (onder)aannemer onbetaalde sociale bijdragen heeft van meer dan 2.500 euro (jaarlijks geïndexeerd) dient er 15% van de openstaande facturen (exclusief btw) te worden ingehouden en doorgestort aan het Rijkinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Ook hier blijft de inhouding beperkt tot het bedrag van de schuld.
De inhouding geldt niet wanneer de betalingstermijn nog niet verstreken is, wanneer een afbetalingsplan is opgemaakt en correct wordt nageleefd of er reeds inhoudingen plaatsvinden binnen het wettelijk maximum ingeval van cumul van schulden.
Conclusie
Enkel de natuurlijke persoon die uitsluitend voor privédoeleinden werken laat uitvoeren, is uitdrukkelijk uitgesloten van de inhoudingsplicht. Wie handelt in het kader van een economische activiteit en werken laat uitvoeren binnen het wettelijk toepassingsgebied, moet controleren en in voorkomend geval inhouden.
Wie systematisch controleert op fiscale en sociale schulden, correct inhoudt en tijdig doorstort, vermijdt toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid. Vanaf 1 mei 2026 wordt deze verantwoordelijkheid uitgebreid naar sociale bijdragen van zelfstandige (onder)aannemers.
Een zorgvuldige opvolging bij elke betaling en het bewaren van het bewijs van consultatie zijn daarom essentieel.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.