Hoofdelijke btw-aansprakelijkheid blijft mogelijk na ontbinding van de schuldenaar
Wanneer een leverancier of dienstverrichter zijn btw niet afdraagt aan de schatkist, kan de belastingdienst in bepaalde gevallen een derde hoofdelijk aansprakelijk stellen. Maar wat als de oorspronkelijke schuldenaar – een vennootschap – intussen is ontbonden? In een belangrijk arrest van 11 december 2025 verduidelijkt het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) dat deze hoofdelijke aansprakelijkheid onder voorwaarden ook na de ontbinding van de schuldenaar kan blijven gelden.
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor btw: that's the question
De zaak draaide rond de Bulgaarse onderneming Vaniz, actief in het goederenvervoer, die tussen juli en september 2017 voertuigen kocht en huurde bij Stars International. Die laatste bracht 35 facturen aan en gaf de bijbehorende btw aan, maar droeg die niet af. Vaniz oefende intussen haar recht op btw-aftrek uit.
In 2019 werd Stars International insolvent verklaard. In 2020 werd ze uit het handelsregister geschrapt. Twee jaar later startte de Bulgaarse belastingdienst een procedure tegen Vaniz wegens hoofdelijke aansprakelijkheid. De centrale vraag: kan de fiscus nog een derde aansprakelijk stellen nadat de oorspronkelijke btw-schuldenaar als rechtspersoon is opgehouden te bestaan?
Wat zegt artikel 205 Btw-richtlijn?
Artikel 205 van de btw-richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG) laat lidstaten toe om, in bepaalde omstandigheden, een derde hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van btw. In België is deze bepaling omgezet in artikel 51bis, § 4 W.Btw.
Het Hof benadrukt dat deze bepaling toelaat dat de fiscus een andere persoon dan de oorspronkelijke belastingplichtige aanspreekt, zelfs als die belastingplichtige intussen niet meer bestaat als rechtspersoon, op voorwaarde dat de derde wist of had moeten weten dat de btw niet zou worden betaald.
Belgische context: artikel 51bis, § 4 W.Btw
In België voorziet artikel 51bis, § 4 W.Btw eveneens in de mogelijkheid tot hoofdelijke aansprakelijkheid. Toch is deze niet absoluut. Het HvJ EU verduidelijkte eerder, in het arrest Dranken Van Eetvelde (C-331/23), dat deze aansprakelijkheid enkel geldt wanneer de derde wist of moest weten dat hij betrokken was bij btw-fraude.
Dit betekent dat het niet volstaat dat de btw niet werd betaald – er moet ook sprake zijn van wetenschap of verwijtbare onwetendheid bij de betrokken derde.
Wat besliste het Hof van Justitie?
Het Hof bevestigde in het Vaniz-arrest (C-121/24) dat de hoofdelijke aansprakelijkheid niet automatisch vervalt wanneer de oorspronkelijke btw-plichtige (Stars International) verdwijnt.
Het volgende is doorslaggevend:
- de derde (Vaniz) moet, op het moment van de transactie, hebben geweten of moeten weten dat de btw niet zou worden betaald;
- het wegvallen van de oorspronkelijke schuldenaar heeft geen impact op de plicht van een andere hoofdelijk aansprakelijke partij; en
- een nationale regeling die deze aansprakelijkheid na ontbinding mogelijk maakt, is in overeenstemming met het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
Waarom deze uitspraak belangrijk is
Het arrest bevestigt dat de belastingdienst ook ná de ontbinding van de oorspronkelijke schuldenaar een derde partij aansprakelijk mag stellen. Zo voorkomt men dat malafide schuldenaars hun aansprakelijkheid kunnen omzeilen door een strategische ontbinding of liquidatie.
Bovendien onderstreept het Hof dat een derde die betrokken is bij een frauduleuze ketentransactie zijn aansprakelijkheid niet kan ontlopen door te wijzen op het verdwijnen van de hoofdfraudeur.
Het Hof waarschuwt tegelijk ook voor het evenwicht: het mag voor een belastingplichtige niet buitensporig moeilijk of praktisch onmogelijk zijn om tegenbewijs te leveren. Lidstaten mogen zich baseren op vermoedens, maar mogen geen systeem van risicoaansprakelijkheid creëren dat verder gaat dan noodzakelijk is.
Besluit: meer rechtszekerheid voor belastingplichtigen én de fiscus
De uitspraak bevestigt dat de belastingdienst zich mag richten tot een hoofdelijk aansprakelijke derde, ook als de oorspronkelijke btw-plichtige niet meer bestaat. Dit versterkt de positie van de fiscus in de strijd tegen btw-fraude, zonder daarbij afbreuk te doen aan de rechten van eerlijke belastingplichtigen.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.
Sophie Claeys
Bron: Vaniz-arrest (C-121/24), Hof van Justitie, 11 december 2025