EUDR: een nieuw kader voor ontbossingsvrije grondstoffen
Duurzaamheid krijgt in Europa steeds meer juridische contouren. Met Verordening (EU) 2023/1115 over ontbossingsvrije producten (EUDR) wil de Europese Unie voorkomen dat Europese consumptie bijdraagt aan ontbossing en bosdegradatie wereldwijd.
De verordening vervangt de bestaande EU Timber Regulation (EUTR) en breidt het toepassingsgebied aanzienlijk uit. Zij vormt een belangrijk onderdeel van de Europese Green Deal en van het Europese beleid rond duurzame toeleveringsketens.
De EUDR legt nieuwe verantwoordelijkheden op aan ondernemingen die bepaalde grondstoffen en afgeleide producten op de Europese markt brengen of uitvoeren.
In deze bijdrage lichten we toe wat de EUDR inhoudt, welke verplichtingen gelden en wat dit concreet betekent voor ondernemingen, vandaag en in de nabije toekomst.
Wat houdt de EUDR in?
De EUDR verbiedt het in de handel brengen, beschikbaar stellen op de EU-markt of uitvoeren van bepaalde grondstoffen en producten wanneer deze verband houden met ontbossing of bosdegradatie.
De verordening heeft betrekking op zeven grondstoffen en afgeleide producten, met name: hout, rubber, runderen, cacao, koffie, palmolie en soja.
Ook producten die deze grondstoffen bevatten of ermee zijn vervaardigd (bijvoorbeeld chocolade, meubels of papier) kunnen onder de regels vallen.
De EUDR vertrekt van drie kernvoorwaarden. Ondernemingen moeten kunnen aantonen dat hun producten die op de Europese markt worden gebracht:
- ontbossingsvrij zijn;
- in overeenstemming met de wetgeving van het land van oorsprong werden geproduceerd; en
- volledig traceerbaar zijn tot het productieperceel.
De verordening legt de verantwoordelijkheid bij ondernemingen om deze voorwaarden actief te controleren binnen hun volledige toeleveringsketen.
Wanneer treedt de EUDR in werking?
De EUDR werd officieel aangenomen op 29 juni 2023. De toepassing gebeurt echter gefaseerd.
Grote en middelgrote ondernemingen moeten voldoen aan de regels over ontbossingsvrije toeleveringsketens vanaf 30 december 2026. Micro- en kleine ondernemingen krijgen bijkomend uitstel tot 30 juni 2027.
Hoewel de verplichtingen nog niet volledig van toepassing zijn, is de verordening reeds juridisch in werking. Ondernemingen doen er daarom goed aan hun toeleveringsketens en interne processen tijdig te analyseren.
Welke verplichtingen gelden vanaf de toepassing van de EUDR?
Vanaf de toepassingsdatum moeten ondernemingen die handelen in EUDR-producten beschikken over een zorgvuldigheidssysteem (due diligence). Dit systeem bestaat uit drie kernstappen: informatieverzameling, risicobeoordeling en risicobeperking.
1. Informatie verzamelen
Ondernemingen moeten uitgebreide informatie verzamelen over hun producten en toeleveringsketen, waaronder: de grondstof of het product, het land van productie, de identiteit van leveranciers én geolocatiegegevens van de productiepercelen.
Traceerbaarheid in de toeleveringsketen is van groot belang.
2. Risicobeoordeling
Vervolgens moet worden beoordeeld of er een risico bestaat dat het product verband houdt met ontbossing na 31 december 2020 op het perceel waar de productie gebeurde of niet voldoet aan de wetgeving van het land van oorsprong.
3. Risicobeperking
Wanneer een risico wordt vastgesteld, moeten ondernemingen passende maatregelen nemen. Dat kan bijvoorbeeld door bijkomende verificatie, audits of aanvullende documentatie van leveranciers.
Voor elke zending moet bovendien een elektronische due-diligenceverklaring worden ingediend in het Europese informatiesysteem.
Die verklaring bevat onder meer gegevens over de herkomst van het product, inclusief geolocatiegegevens van de productiepercelen, een risicoanalyse en een beoordeling van mogelijke vermenging met niet-gecontroleerde producten. Daarmee bevestigt de onderneming dat het product voldoet aan de vereisten van de verordening.
Ondernemingen moeten hun volledige toeleveringsketen kunnen documenteren. Zij moeten aantonen dat de betrokken producten voldoen aan de eis van “geen ontbossing of bosdegradatie sinds 31 december 2020”.
Wat betekent dit voor kmo’s en micro-ondernemingen?
Voor ondernemingen die EUDR-producten importeren, verwerken of verhandelen, is het belangrijk om nu al te bepalen of hun activiteiten binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen.
Dat houdt onder meer in:
- nagaan welke producten onder de EUDR vallen;
- leveranciers bevragen over herkomstinformatie, productiedata, geolocatie en relevante certificaten;
- de volledige toeleveringsketen in kaart brengen;
- een intern due-diligenceproces uitwerken;
- administratieve en logistieke processen voorbereiden om vanaf 2026 aan de verplichtingen te voldoen.
De impact van de EUDR kan verschillende sectoren raken, zoals de voedingsindustrie, retail, hout- en papierindustrie, mode en producenten van rubber- of palmolieproducten.
Voor kleinere ondernemingen blijft proportionaliteit een aandachtspunt. Toch blijft transparantie over herkomst en risico’s essentieel binnen de volledige toeleveringsketen.
Voorstel tot wijziging van de EUDR
In oktober 2025 stelde de Europese Commissie voor om de toepassing van de EUDR uit te stellen. Verschillende ondernemingen gaven aan dat de oorspronkelijke deadlines en technische vereisten moeilijk haalbaar waren.
Vooral de verplichtingen rond traceerbaarheid en het digitale EUDR-informatiesysteem bleken in de praktijk complex. Het Europese wetgevingsproces leidde uiteindelijk tot een uitstel van de toepassingsdata van de verordening. De nieuwe deadlines zijn hierboven reeds toegelicht.
Het uitstel van de EUDR wijzigt echter niets aan de inhoud van de verplichtingen. De verordening blijft juridisch volledig van kracht. Het uitgangspunt blijft dat producten op de Europese markt ontbossingsvrij moeten zijn en geproduceerd volgens de wetgeving van het land van oorsprong.
Ondernemingen doen er daarom goed aan hun voorbereidingen tijdig verder te zetten, zodat zij tegen de toepassingsdata volledig kunnen voldoen aan de vereisten van de verordening.
Conclusie
De EUDR introduceert een nieuw juridisch kader voor grondstoffen en producten die mogelijk verband houden met ontbossing. Ondernemingen die deze producten op de Europese markt brengen of uitvoeren moeten kunnen aantonen dat hun producten ontbossingsvrij zijn, volgens de lokale wetgeving werden geproduceerd en volledig traceerbaar zijn.
Hoewel de verplichtingen pas vanaf 2026 en 2027 van toepassing worden, vereist de verordening een grondige voorbereiding. Bedrijven zullen hun toeleveringsketens transparanter moeten maken en nieuwe processen rond gegevensverzameling, risicobeoordeling en rapportering moeten opzetten.
Voor ondernemingen die werken met hout, cacao, koffie, soja, rubber, runderen of palmolie – of producten die deze grondstoffen bevatten – is het daarom aangewezen om nu al hun toeleveringsketen in kaart te brengen en leveranciersinformatie te verzamelen. Zo kunnen zij tijdig voldoen aan de vereisten van de EUDR.
aternio helpt ondernemingen om nieuwe Europese duurzaamheidsregels correct te implementeren in hun organisatie en toeleveringsketen.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.
Ali Harb
Bron: Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 inzake ontbossingsvrije producten, Pb.L. 9 juni 2023; Europese Commissie, EU Deforestation Regulation.