we make the road
Crypto en de nieuwe meerwaardebelasting: wat moet je als particuliere belegger weten?
Crypto en de nieuwe meerwaardebelasting: wat moet je als particuliere belegger weten?
Sinds 1 januari 2026 is de fiscale behandeling van crypto grondig gewijzigd. Wie als particulier winst realiseert op cryptoactiva, kan voortaan onder de nieuwe meerwaardebelasting vallen. Maar het vaak gehoorde uitgangspunt dat “cryptowinsten minimaal aan 10% worden belast” is iets te kort door de bocht.
De fiscale behandeling hangt af van drie vragen. Eerst moet worden nagegaan of het betrokken cryptoactivum een financieel actief is in de zin van de nieuwe regeling. Vervolgens moet worden beoordeeld of de verrichting kadert binnen het normale beheer van het privévermogen. Ten slotte moet worden bepaald wanneer de meerwaarde precies is gerealiseerd en hoe zij moet worden berekend.
Dat alles maakt de nieuwe regeling relatief technisch. Toch doen we hierna een poging om de basisprincipes voor een particuliere belegger helder te structureren.
Welke cryptoactiva vallen onder de meerwaardebelasting?
De nieuwe meerwaardebelasting geldt voor meerwaarden op “financiële activa”. Dat begrip wordt ruim ingevuld. Naast klassieke financiële instrumenten, bepaalde verzekeringsproducten, vreemde valuta en beleggingsgoud worden ook cryptoactiva uitdrukkelijk geviseerd.
De wettelijke omschrijving sluit aan bij het Europese regelgevend kader. Daardoor vallen klassieke cryptomunten en andere verhandelbare cryptoactiva in beginsel binnen het toepassingsgebied.
Voor NFT’s is meer voorzichtigheid nodig. Niet elke NFT is automatisch een financieel actief. In de parlementaire voorbereiding en Circulaire 2026/C/74 wordt uitdrukkelijk toegelicht dat een NFT slechts onder de nieuwe regeling valt wanneer die kan worden gebruikt voor betalings- of investeringsdoeleinden.
De aard en praktische functie van de NFT wegen daarbij zwaarder dan de benaming of marketing errond. Een NFT zonder betalings- of investeringsfunctie wordt niet als financieel actief beschouwd. Een digitaal kunstwerk of verzamelobject zonder dergelijke functie valt dus niet noodzakelijk onder de nieuwe meerwaardebelasting.
Dat betekent niet dat winst op een uitgesloten NFT automatisch belastingvrij is. Wanneer de transactie speculatief is of buiten het normale beheer van het privévermogen valt, kan artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92 nog steeds toepassing vinden. De parlementaire voorbereiding bevestigt dit ook uitdrukkelijk.
Het tarief van 10% geldt niet voor elke cryptowinst
De nieuwe meerwaardebelasting geldt voor meerwaarden die buiten een beroepsactiviteit worden gerealiseerd en kaderen binnen het normale beheer van het privévermogen. Dat onderscheid bestond al vóór 2026 en blijft behouden. De nieuwe wet heeft de grens tussen normaal en abnormaal beheer niet afgeschaft.
De fiscale kwalificatie kan daardoor in de praktijk drie richtingen uitgaan.
Een meerwaarde die kadert binnen het normale beheer van een privévermogen valt in beginsel onder de nieuwe algemene meerwaardebelasting. Een meerwaarde die voortvloeit uit speculatie of abnormaal beheer van het privévermogen blijft belastbaar als divers inkomen overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92, in beginsel 33%. Gaat de activiteit nog verder en vertoont zij voldoende kenmerken van een beroepswerkzaamheid, dan kan sprake zijn van beroepsinkomsten, belast tegen progressieve tarieven in de personenbelasting (en mogelijk bijkomende sociale bijdragen).
De circulaire formuleert dat onderscheid zeer duidelijk. Zij bevestigt bovendien dat de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92 een afwijking vormt van het uitgangspunt dat een meerwaarde op een financieel actief onder de nieuwe meerwaardebelasting valt.
Wanneer de administratie een aangegeven cryptomeerwaarde toch als abnormaal beheer of speculatie wil behandelen, rust de bewijslast in beginsel op haar.
Tijdens de parlementaire behandeling verklaarde de minister dat de overgrote meerderheid van de beleggers volgens hem onder de algemene meerwaardebelasting zal vallen. Slechts uitzonderlijk zou sprake zijn van abnormaal beheer of speculatie. Hij bevestigde tegelijk dat ieder dossier afzonderlijk moet worden beoordeeld. Die verklaring is interessant, maar wijzigt het wettelijke criterium niet.
Wanneer wordt crypto beleggen “abnormaal” of beroepsmatig?
De wet bevat geen mathematische grens. Er bestaat bijvoorbeeld geen regel volgens welke twintig transacties normaal zijn en honderd transacties speculatief. Evenmin bestaat er een wettelijk percentage van het privévermogen waarboven een cryptobelegging automatisch abnormaal wordt.
Er moet worden gekeken naar het geheel van de omstandigheden. Het gaat dus om een feitenkwestie.
Voor de kwalificatie als beroepsinkomen verwijst de parlementaire voorbereiding onder meer naar het aantal verrichtingen, hun onderlinge verbondenheid, hun aard en snelle opeenvolging, hun omvang, de organisatie die ervoor nodig is, het gebruik van geleende middelen en het verband met de beroepsactiviteit van de belastingplichtige.
Het loutere feit dat veel transacties worden uitgevoerd, volstaat volgens de minister op zichzelf niet om van een beroepsactiviteit te spreken.
Voor normaal versus abnormaal beheer geldt een vergelijkbare globale beoordeling. De circulaire verwijst naar het gedrag dat een normaal omzichtig persoon in vergelijkbare omstandigheden zou stellen.
Voor een belegger betekent dit dat niet één technisch element doorslaggevend is. Een lange aanhoudperiode kan bijvoorbeeld pleiten voor normaal beheer, maar is op zichzelf niet beslissend. Omgekeerd maakt het gebruik van een tradingplatform of technische analysetool een belegging niet automatisch beroepsmatig.
Ook een swap van de ene cryptomunt naar de andere kan belastbaar zijn
Een vaak gemaakte denkfout is dat er pas belasting verschuldigd is wanneer crypto naar euro wordt omgezet. Dat klopt niet.
Iedere overdracht van cryptoactiva, met inbegrip van een omzetting naar een ander cryptoactivum of naar fiatgeld, wordt als een overdracht onder bezwarende titel beschouwd. Wie bijvoorbeeld bitcoin ruilt voor ether, kan dus op het ogenblik van die swap een meer- of minderwaarde op de bitcoin realiseren.
Een zuivere wallet-to-wallettransfer tussen wallets die beide aan dezelfde belastingplichtige toebehoren, is iets anders. Er is dan in beginsel geen overdracht aan een derde en geen tegenprestatie.
Op basis van het wettelijke begrip “overdracht onder bezwarende titel” vormt een dergelijke interne verplaatsing geen realisatiemoment.
Hoe wordt de belastbare meerwaarde berekend?
In essentie is de berekening eenvoudig: ontvangen prijs of waarde – aanschaffingswaarde = meerwaarde. Kosten of belastingen mogen daarbij niet afzonderlijk van de ontvangen prijs worden afgetrokken.
Bij een crypto-naar-crypto-ruil moet de transactie fiscaal dus ook in waarde worden uitgedrukt. De tegenwaarde die wordt ontvangen, vormt het aanknopingspunt om de gerealiseerde meerwaarde te bepalen.
Een degelijke transactiehistoriek wordt daardoor essentieel. Wie verschillende wallets, exchanges en handelsplatformen gebruikt, moet achteraf nog kunnen reconstrueren wanneer elk activum werd verkregen, tegen welke waarde en wanneer het werd vervreemd.
Crypto die al vóór 2026 werd aangehouden: het fotomoment van 31 december 2025
De nieuwe belasting mag in beginsel alleen de waardestijging treffen die vanaf 2026 ontstaat. Daarom wordt voor financiële activa die vóór 1 januari 2026 werden verworven in principe gewerkt met de waarde op 31 december 2025. De historische meerwaarde die vóór 2026 werd opgebouwd, wordt zo buiten de nieuwe belasting gehouden.
Voor crypto bevat Circulaire 2026/C/74 een opvallend praktische bewijsregel. De belastingplichtige is vrij in zijn bewijsvoering voor de koers op het fotomoment. Volgens de administratie kan een screenshot van de gebruikte tradingapplicatie volstaan.
Er hoeft geen gemiddelde koers te worden berekend van alle cryptobeurzen waarop het betrokken actief wordt verhandeld.
Dat is meteen een belangrijk praktisch aandachtspunt. Wie op 31 december 2025 crypto in portefeuille had, doet er goed aan de waarderingsgegevens van dat moment duurzaam te bewaren.
En als de oorspronkelijke aankoopprijs hoger was dan de waarde op 31 december 2025?
Het fotomoment mag niet automatisch tot een kunstmatig hogere belastbare meerwaarde leiden. Daarom kan een belastingplichtige voor financiële activa die vóór 1 januari 2026 werden verkregen, onder bepaalde voorwaarden nog terugvallen op de oorspronkelijke aanschaffingswaarde wanneer die hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025.
Die mogelijkheid geldt voor overdrachten tot en met 31 december 2030 en vereist dat de belastingplichtige de aanschaffingswaarde kan aantonen.
Voor activa die vóór 2026 in verschillende schijven zijn gekocht, wordt daarbij niet noodzakelijk naar één individueel aankooplot teruggegrepen. De wettelijke regeling werkt voor die historische positie met de gemiddelde aankoopwaarde per financieel actief.
FIFO: welke aankoop wordt geacht eerst verkocht te zijn?
Voor vanaf 2026 aangekochte identieke financiële activa geldt het FIFO-principe: first in, first out. De oudste verwerving wordt dus geacht eerst te zijn verkocht.
De regel moet wel correct worden afgebakend. FIFO is relevant bij een gespreide aankoop van meerdere identieke financiële activa. Voor crypto zal FIFO dus vooral spelen wanneer dezelfde fungibele cryptomunt op verschillende momenten werd aangekocht.
Een verlies op crypto kan ook fiscaal relevant zijn
De nieuwe regeling kijkt niet uitsluitend naar winsten. Een gerealiseerde minderwaarde kan worden afgetrokken van bepaalde gerealiseerde meerwaarden, maar alleen wanneer aan specifieke voorwaarden is voldaan. De minderwaarde moet:
- in hetzelfde belastbare tijdperk zijn gerealiseerd;
- door dezelfde belastingplichtige zijn gerealiseerd; en
- betrekking hebben op dezelfde fiscale categorie bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, a), b) of c) WIB 92.
Voor crypto is vooral die derde voorwaarde interessant. Cryptoactiva vallen binnen het algemene regime van artikel 90, eerste lid, 9°, c) WIB 92.
Daardoor hoeft een cryptoverlies niet noodzakelijk tegen een cryptowinst te worden afgezet. Een minderwaarde op crypto kan bijgevolg worden verrekend met een meerwaarde op een aandeel dat op Euronext wordt verhandeld, op voorwaarde dat beide verrichtingen binnen hetzelfde belastbare tijdperk door dezelfde belastingplichtige worden gerealiseerd.
Niet elke eerste 10.000 euro winst is automatisch belastingvrij
Voor het algemene regime voorziet artikel 96/2 WIB 92 in een indexeerbare basisvrijstelling. Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt die basisvrijstelling € 10.000.
Onder voorwaarden kan daar in volgende jaren een aanvullende vrijstelling bijkomen wanneer de basisvrijstelling voordien niet of niet volledig werd benut.
Het systeem is dus genuanceerder dan een eenvoudige jaarlijkse overdracht van een ongebruikt bedrag.
Circulaire 2026/C/74 bevat uitgebreide voorbeelden en maakt duidelijk dat de aanvullende vrijstelling samenhangt met het niet-gebruikte gedeelte van eerdere basisvrijstellingen.
Gehuwd? De vrijstelling is persoonlijk
De meerwaardebelasting wordt geheven per belastingplichtige. Ook bij gehuwden moet dus eerst worden bepaald aan wie de betrokken meerwaarde fiscaal wordt toegerekend. Het huwelijksvermogensrecht speelt hierbij een belangrijke rol.
Is een financieel actief gemeenschappelijk, dan wordt de meerwaarde in beginsel voor de helft aan elke echtgenoot toegerekend. Is het een eigen goed, dan wordt de meerwaarde in beginsel aan de betrokken echtgenoot toegerekend.
Iedere echtgenoot beschikt over een eigen fiscale positie en een eigen vrijstelling. Het huwelijksvermogensrecht bepaalt mee hoe de gerealiseerde meerwaarde tussen beide echtgenoten wordt verdeeld.
Voor crypto is er geen bevrijdende roerende voorheffing
Voor bepaalde klassieke financiële producten kan een Belgische tussenpersoon roerende voorheffing inhouden. Voor cryptoactiva geldt dat mechanisme niet. Ze zijn namelijk niet aan roerende voorheffing onderworpen.
Meerwaarden op cryptoactiva moeten daarom verplicht worden opgenomen in de aangifte personenbelasting.
Dat is een belangrijk onderscheid met klassieke effectenrekeningen. Een cryptobelegger kan er dus niet van uitgaan dat een platform of tussenpersoon de Belgische meerwaardebelasting automatisch inhoudt en afrekent. De belastingplichtige moet zelf voldoende gegevens bijhouden om zijn belastbare meer- of minderwaarde te kunnen bepalen.
Administratie is een essentieel onderdeel van crypto beleggen
De fiscale hervorming maakt de kwaliteit van de eigen administratie veel belangrijker dan vroeger. Een belegger moet minstens kunnen reconstrueren:
- welke cryptoactiva hij bezit;
- wanneer en tegen welke waarde zij werden verworven;
- welke activa al vóór 1 januari 2026 in portefeuille zaten;
- welke waarde zij hadden op 31 december 2025;
- welke swaps, verkopen en andere overdrachten werden uitgevoerd;
- welke transacties enkel transfers tussen eigen wallets waren;
- welke activa bij een gedeeltelijke verkoop volgens FIFO moeten worden toegerekend.
Voor crypto die op 31 december 2025 al in portefeuille zat, is het bovendien verstandig om bewijs van zowel het bezit als de waarde op dat ogenblik te bewaren.
Wanneer de aanschaffingswaarde van een na 2025 verkregen actief niet kan worden aangetoond, kan de fiscale behandeling bijzonder ongunstig uitvallen. In het ergste scenario waarin de aanschaffingswaarde niet bewezen kan worden, kan de belastbare meerwaarde gelijk worden gesteld aan de volledige ontvangen prijs of waarde.
Wat moet een particuliere cryptobelegger vooral onthouden?
De nieuwe regeling maakt crypto fiscaal niet per definitie ingewikkelder omdat het om crypto gaat. De complexiteit zit vooral in de combinatie van verschillende fiscale vragen.
Een particuliere belegger moet eerst nagaan wat hij bezit, vervolgens hoe hij ermee omgaat en uiteindelijk wanneer hij fiscaal een meerwaarde realiseert.
Wie binnen het normale beheer van zijn privévermogen blijft, valt in beginsel onder de nieuwe algemene meerwaardebelasting van artikel 90, eerste lid, 9°, c) WIB 92 (10%). Wie speculatief of abnormaal handelt, kan onder artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92 vallen (33%). Wordt de activiteit voldoende beroepsmatig, dan kan de winst als beroepsinkomen worden belast (progressieve tarieven).
Daarbovenop komen specifieke berekeningsregels: het fotomoment van 31 december 2025, FIFO voor latere aankopen, de verrekening van gerealiseerde minderwaarden en de persoonlijke vrijstelling.
Voor crypto is één praktische boodschap daarom: zorg voor een correcte transactiehistoriek.
Wie vandaag niet meer kan aantonen wanneer crypto werd gekocht, geruild of overgedragen, riskeert later niet alleen een ingewikkelde berekening, maar mogelijk ook een minder gunstige fiscale uitkomst.
aternio volgt de fiscale en juridische actualiteit op de voet.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.
Johan Lemmens
Bron: Circulaire 2026/C/74 over de belasting op meerwaarden op financiële activa in de personenbelasting – 22 juli 2026.