Contractuele erfstelling: gevolgen voor partner en kinderen
Een contractuele erfstelling is civielrechtelijk een schenking die wordt opgenomen in het huwelijkscontract. Zij heeft betrekking op toekomstige goederen en krijgt, voor zover zij daarop betrekking heeft, uitwerking naar aanleiding van het overlijden van de schenker. Fiscaal wordt de verkrijging in Vlaanderen in beginsel aan erfbelasting onderworpen.
De clausule kan de langstlevende echtgenoot ruimere rechten en belangrijke keuzemogelijkheden geven. Zij kan tegelijk gevolgen hebben voor de kinderen, de latere bestemming van het familievermogen en een verdere vermogensplanning.
Wat is een contractuele erfstelling?
Een contractuele erfstelling is een schenking van toekomstige goederen. Een echtgenoot kent daarbij aan de andere echtgenoot (minstens de mogelijkheid tot) goederen toe die bij zijn of haar overlijden binnen de draagwijdte van de schenking vallen.
Voor zover zij betrekking heeft op toekomstige goederen, krijgt de contractuele erfstelling uitwerking bij het overlijden. Zij verschilt daardoor van een gewone schenking waarbij bepaalde goederen reeds tijdens het leven worden overgedragen.
Contractuele erfstellingen bestaan bovendien in verschillende vormen. Een clausule kan uitsluitend betrekking hebben op toekomstige goederen, maar een huwelijksovereenkomst kan ook een schenking van tegenwoordige en toekomstige goederen combineren. De contractuele erfstelling kan bovendien ook optioneel zijn. De precieze formulering is daarom doorslaggevend voor zowel de civielrechtelijke als de fiscale analyse.
Waarom naast een keuzebeding?
Een contractuele erfstelling wordt vaak gebruikt om de langstlevende echtgenoot bijkomend te beschermen. Bij echtgenoten die gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel, komt zij soms naast een keuzebeding te staan.
Beide regelingen werken echter op een verschillend niveau. Het keuzebeding speelt bij de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel. Eerst wordt bepaald welk deel van het gemeenschappelijk vermogen aan de langstlevende toekomt. Pas daarna wordt vastgesteld welke goederen deel uitmaken van de nalatenschap. Op die nalatenschap kan vervolgens de contractuele erfstelling uitwerking krijgen.
De erfstelling kan daardoor vooral belangrijk zijn voor eigen goederen van de eerststervende. Denk aan goederen die vóór het huwelijk aanwezig waren of later door schenking of erfenis werden verkregen. Ook goederen die na de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel in de nalatenschap terechtkomen, kunnen eronder vallen.
Welke keuze krijgt de langstlevende?
De concrete keuzemogelijkheden worden in belangrijke mate bepaald door het huwelijkscontract. De langstlevende kan bijvoorbeeld de keuze krijgen tussen volle eigendom, vruchtgebruik of een combinatie daarvan.
Die flexibiliteit is belangrijk. De keuze kan worden gemaakt op een ogenblik waarop de gezinssituatie, de omvang van het vermogen en de behoeften van de langstlevende gekend zijn.
Toch is de keuze niet uitsluitend fiscaal. Ook de inkomstenbehoefte, de controle over het vermogen, eventuele schulden en de belangen van de kinderen spelen een rol.
De akte zelf verdient daarbij bijzondere aandacht. Niet alleen de keuzemogelijkheden zijn belangrijk, maar ook de termijn en vorm waarin de keuze moet worden gemaakt. Even relevant is wat gebeurt wanneer de langstlevende niets doet.
In de clausule die aanleiding gaf tot dit artikel geldt bijvoorbeeld bij gebrek aan een tijdige keuze automatisch het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap. Zo’n standaardregeling kan aanzienlijke civielrechtelijke en fiscale gevolgen hebben.
Wat betekent de clausule voor de kinderen?
Wanneer de eerststervende kinderen nalaat, verkrijgen zij volgens het wettelijke erfrecht in beginsel de blote eigendom van de nalatenschap. De langstlevende echtgenoot verkrijgt in beginsel het vruchtgebruik.
Een contractuele erfstelling kan de langstlevende ruimere rechten geven en bijvoorbeeld toelaten bepaalde goederen in volle eigendom te verkrijgen. Die mogelijkheid wordt onder meer begrensd door de reserve van de kinderen.
De globale reserve van alle kinderen samen bedraagt de helft van de rekenboedel, ongeacht het aantal kinderen. Wanneer de contractuele erfstelling die reserve aantast, kunnen de kinderen onder de wettelijke voorwaarden de inkorting vorderen. Die inkorting gebeurt niet automatisch.
Bij niet-gemeenschappelijke kinderen verdient de clausule extra aandacht. Hun reserve is niet groter, maar de economische gevolgen kunnen wel verschillen. Wanneer goederen in volle eigendom naar een stiefouder gaan, is niet verzekerd dat die goederen later naar de kinderen van de eerststervende terugkeren. Zij erven immers niet automatisch uit de nalatenschap van hun stiefouder.
Schenkbelasting of erfbelasting?
Civielrechtelijk is de contractuele erfstelling een schenking. Fiscaal wordt de verkrijging echter niet behandeld als een gewone schenking.
Artikel 2.7.1.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit bepaalt uitdrukkelijk dat erfbelasting verschuldigd is wanneer de verkrijging voortvloeit uit onder meer een contractuele erfstelling.
De contractuele erfstelling is dus geen techniek waarmee de erfbelasting eenvoudig wordt vervangen door de doorgaans lagere schenkbelasting.
VLABEL-standpunt 18011 bevestigt dit voor de specifieke situatie van een cumulatieve schenking van tegenwoordige en toekomstige goederen. Wanneer de begiftigde kiest voor de goederen die de schenker bij zijn overlijden nalaat, behandelt VLABEL die verkrijging als een contractuele erfstelling waarop artikel 2.7.1.0.2 VCF van toepassing is.
Kan volle eigendom fiscaal zwaarder wegen?
Een ruime verkrijging in volle eigendom kan ertoe leiden dat hetzelfde familievermogen economisch twee opeenvolgende belastbare overgangen kent.
Eerst verkrijgt de langstlevende goederen bij het overlijden van de eerste echtgenoot. Later kunnen de kinderen de nog aanwezige goederen verkrijgen uit de nalatenschap van de langstlevende. Juridisch gaat het om twee afzonderlijke verkrijgingen bij twee verschillende overlijdens.
Wanneer de kinderen bij het eerste overlijden al de blote eigendom verkrijgen, kan dat anders liggen. Bij het uitdoven van een gewoon vruchtgebruik groeit die blote eigendom in beginsel aan tot volle eigendom zonder een nieuwe erfopvolging voor datzelfde vruchtgebruik. De concrete fiscale behandeling blijft afhankelijk van de wijze waarop vruchtgebruik en blote eigendom zijn ontstaan en van eventuele latere verrichtingen.
Voor nalatenschappen die vanaf 1 januari 2026 openvallen, voorziet artikel 2.7.6.0.6, § 2 VCF in een vrijstelling van de eerste € 75.000 van de nettoverkrijging van roerende goederen door de langstlevende partner. De contractuele erfstelling kan mee bepalen welk roerend erfdeel de langstlevende verkrijgt, maar creëert die vrijstelling niet zelf. Ook de vrijstelling voor de gezinswoning kan relevant zijn.
Verhindert de contractuele erfstelling verdere vermogensplanning?
Een contractuele erfstelling betekent niet noodzakelijk dat elke latere vermogensplanning onmogelijk wordt. De beschikkingsvrijheid van de schenker is echter niet onbeperkt.
Voor goederen die in een contractuele erfstelling van toekomstige goederen zijn begrepen, bepaalt Boek 4 BW dat de schenker daarover in beginsel niet meer om niet mag beschikken, behoudens geringe bedragen. Een latere schenking van dergelijke goederen vergt daarom bijzondere voorzichtigheid.
Voor andere verrichtingen, waaronder beschikkingen onder bezwarende titel, kan de beschikkingsbevoegdheid eveneens vragen oproepen. De concrete draagwijdte moet worden beoordeeld aan de hand van de precieze tekst van het huwelijkscontract en de toepasselijke wettelijke regeling van contractuele erfstellingen.
Daarbij is onder meer van belang welke goederen door de erfstelling worden geviseerd, welke rechten precies aan de begiftigde zijn toegekend en welke beschikkingsbevoegdheden uit de concrete clausule en de wettelijke regeling voortvloeien.
Ook het huwelijksvermogensstelsel speelt een rol. Voor bepaalde gemeenschapsgoederen kan de medewerking van beide echtgenoten vereist zijn. De gezinswoning geniet bovendien een bijzondere bescherming.
Recente voorafgaande beslissingen van VLABEL illustreren daarnaast dat de precieze contractuele inrichting relevant blijft wanneer bestaande contractuele erfstellingen worden geschrapt of vervangen. VLABEL spreekt zich in een voorafgaande beslissing evenwel niet uit over de burgerrechtelijke rechtsgeldigheid van de betrokken overeenkomsten of clausules.
Een geplande schenking, verkoop of andere vermogensrechtelijke verrichting moet daarom afzonderlijk worden getoetst aan het volledige huwelijkscontract en de toepasselijke bepalingen van Boek 4 BW.
Conclusie
Een contractuele erfstelling is civielrechtelijk een schenking van toekomstige goederen, maar de verkrijging wordt in Vlaanderen in beginsel met erfbelasting belast.
De clausule kan de langstlevende ruime rechten en belangrijke keuzemogelijkheden geven. Zij kan tegelijk gevolgen hebben voor de reserve van de kinderen, de uiteindelijke bestemming van het vermogen en de belastingdruk over meerdere overlijdens heen.
De contractuele erfstelling maakt verdere vermogensplanning niet automatisch onmogelijk. De wet beperkt wel de mogelijkheid om nog om niet te beschikken over de goederen die in de contractuele erfstelling zijn begrepen. Ook bij andere verrichtingen kan de beschikkingsbevoegdheid vragen oproepen. De precieze tekst van het huwelijkscontract en het toepasselijke wettelijke kader blijven daarom het vertrekpunt van elke verdere planning. Ook de keuzetermijn en de standaardoptie wanneer de langstlevende geen keuze maakt, verdienen bijzondere aandacht.
aternio volgt de fiscale en juridische actualiteit op de voet en helpt u graag om deze evoluties correct toe te passen binnen uw onderneming of vermogensplanning.
Volg aternio op LinkedIn voor meer finance, tax & legal nieuws.
Eveline Smet
Vlaamse Belastingdienst, SP 18011, “Cumulatieve schenking van tegenwoordige en toekomstige goederen”, beslissing 14 maart 2022.
Vlaamse Belastingdienst, VB 26014, recente illustratie van de vragen rond beschikkingen onder bezwarende titel bij contractuele erfstellingen.
Vlaamse Belastingdienst, VB 26073, beslissing 10 augustus 2026, gepubliceerd op 16 september 2026, betreffende het schrappen van een contractuele erfstelling en het toevoegen van andere huwelijksvermogensrechtelijke bedingen. De beoordeling van VLABEL is beperkt tot de fiscale bepalingen.