De restschenking, doorgeefschenking of schenking met fideïcommis de residuo is een rechtsfiguur waarbij de schenker de gewenste goederen schenkt aan een eerste begiftigde. In dezelfde schenkingsakte stelt de schenker ook meteen dat wat er bij het overlijden van deze eerste begiftigde nog aan goederen overblijft, zal toekomen aan een tweede begiftigde, de verwachter. De schenker benoemt deze tweede begiftigde ook meteen in de schenkingsakte. De tweede overgang van de goederen valt daardoor ook onder de schenkbelasting. Mocht de restschenking niet opgenomen zijn, zou deze overgang onder de erfbelasting terechtkomen.

Dynastiesyndroom

We hebben het ook al een keer genoemd in een eerdere bijdrage, maar het is dus zo dat een schenker aan een aantal zogenaamde syndromen kan lijden. Toen ging het over het naaktheidssyndroom, het gevoel “in uw hemdje te zijn gezet door de schenking“.
Een ander syndroom is het baronsyndroom, ook wel het dynastie-syndroom genoemd. De schenker voelt zich dan allesbevoegd. Het gaat zelfs dermate ver dat de beschikker niet enkel hier en nu wil kunnen aanduiden wie de goederen moet krijgen. Nee, hij of zij wil ook kunnen bepalen wie nadien heer en meester (of dame en meesteres) wordt van diezelfde goederen. De beschikker wil dus als het ware de hele dynastie kunnen beïnvloeden.

Dubbele beschikking

Enerzijds lijden veel schenkers al jaren een het dynastie-syndroom; anderzijds staat de wetgever er ook al jaren argwanend tegenover. Zelfs de haren van de Napoleontische wetgever kwamen hiervan reeds overeind te staan. Waar zit dan net het probleem? Een klein geschiedkundig lesje.

Erfstelling over de hand

Dit is een beschikking waarbij een beschikker een begiftigde of legataris (de bezwaarde) aanstelt, die men belast met de bewaring van de geschonken of gelegateerde zaken en op wie de verplichting rust om bij overlijden, de goederen over te dragen aan een aangeduide derde (de verwachter).

We merken hier 3 kenmerkende bestanddelen: (i) de dubbele beschikking over dezelfde goederen of rechten, (ii) een bewaarplicht voor de bezwaarde en (iii) de verplichting tot overdracht aan een derde.

Deze techniek is principieel verboden (art. 896 BW) en dat verbod geldt dus al sinds jaar en dag. Waarom? Uit vrees voor de dode hand: door de bewaarplicht verdwijnen de goederen zo goed als uit het rechtsverkeer.

Fideïcommis de residuo

Een toegelaten alternatief op die verboden erfstelling over de hand, is de fideïcommis de residuo, ook wel gekend als de restschenking of doorgeefschenking. Deze komt zeer vaak voor in de praktijk. Het gaat er om dat de schenker een bepaald goed schenkt aan een begiftigde. Die begiftigde verkrijgt het goed, onder de plicht om datzelfde goed, of wat er nog van overblijft, over te dragen aan de verwachter. U hebt het goed gelezen “of wat er nog van overblijft“, “of wat ervoor in de plaats is gekomen. Dat is net wat deze restschenking geldig maakt: er wordt geen specifieke bewaarplicht meer opgelegd aan de begiftigde.

Voorwaarden

Een schenking met fideïcommis de residuo is aan dezelfde voorwaarden onderworpen als een “enkelvoudige” schenking. Alleen gelden de voorwaarden nu dubbel:

– zowel de begiftigde als de verwachter moeten reeds bestaan op het moment van de schenking;
– zowel de begiftigde als de verwachter moeten de schenking aanvaarden tijdens het leven van de schenker; en
– de schenking dient via een notariële akte te gebeuren.

Een alternatieve schenkingsvorm (hand- of bankgift, onrechtstreekse schenking, …) kan dus niet in combinatie met het principe van de restschenking. Waarom niet? Bij dergelijke schenkingsvormen is de overdracht vaak een essentieel deel van de handeling. Dan wordt het duidelijk: 1 goed kan je niet (makkelijk) aan 2 personen tegelijkertijd geven, en al zeker niet met een opvolgsysteem.

Bijkomende modaliteiten?

Hoe valt de restschenking te rijmen met andere modaliteiten die men vaak koppelt aan een schenking?

Over het algemeen kunnen de courante modaliteiten mooi naast elkaar bestaan.

Er is echter één modaliteit die we hierbij extra in de verf wensen te zetten en dat is de zaakvervanging. De meerderheid van rechtspraak en rechtsleer aanvaardt ook de koppeling tussen de restschenking en het principe van de zaakvervanging, voor zover men dit kan bewijzen. De goederen via de restschenking worden geschonken, vormen op zich een aparte boedel. Die boedel wordt geacht een bestemmingsgebonden vermogen te zijn. Dit wil zeggen dat wanneer de finaliteit hetzelfde blijft, de concrete samenstelling ervan irrelevant is.

Stel: een schenker schenkt een som geld schenkt aan zijn beide zonen, met daaraan het beding van de restschenking en een zaakvervanging. Indien een van de zonen zou overlijden, maar tijdens zijn leven met dat geld een stuk grond heeft gekocht, dan zal het die grond zijn die naar de andere zoon gaat.

Uitholling van de restschenking?

Vermenging

Een heikel punt is de vermenging. Dit kan u bij voorkeur duidelijk regelen in de schenkingsakte, om oeverloze discussies te vermijden. Door vermenging zou de begiftigde namelijk afbreuk kunnen doen aan de basisprincipes van de restschenking. Want als het eigendomsspoor van bepaalde goederen niet kan worden achterhaald, dan weet je niet meer wat eigen was of niet.

Door in de schenkingsakte te stellen dat de goederen via restschenking, verplicht, gescheiden moeten worden gehouden van het eigen vermogen, komen we al een heel eind. De geschonken goederen, of wat ervoor in de plaats is gekomen, moeten dus op een aparte rekening worden gestort of moeten apart worden belegd. Indien de begiftigde dan vrijwillig overgaat tot vermenging met diens eigen vermogen, moeten er bij de verwachter enkele alarmbellen afgaan.

Systematische afroming

Zoals eerder gesteld moet de begiftigde de specifieke geschonken goederen niet bewaren. Het is enkel dat “wat overblijft“, al dan niet na zaakvervanging, wat naar de verwachter zal gaan. Indien de begiftigde echter systematisch inteert op de boedel en niet op het eigen vermogen, zou ook zo de restschenking kunnen worden uitgehold.

Indien het duidelijk is dat wanneer er opzet aan de basis van de uithollende acties ligt, zoals in beide voornoemde gevallen, loert de theorie van het rechtsmisbruik om de hoek.

Waarom kiezen voor een restschenking?

Wettelijke devolutie

De restschenking wordt geacht een dubbele schenking te zijn, die steeds vertrekt bij de schenker.  Op die manier kan deze dus regeren van uit het graf en zo een stokje steken tussen bepaalde regels van het wettelijke erfrecht. Door deze techniek zullen de geschonken goederen namelijk niet in de nalatenschap van de begiftigde terechtkomen, waardoor diens erfgenamen en dan vooral diens partner er geen aanspraak op kan maken. Het is dus duidelijk een techniek om bepaalde goederen “in de familie” te houden.

De techniek bewijst ook haar nut voor kinderloze echtparen of ouders van kinderloze kinderen. Ook ouders van kinderen met een beperking kunnen hun planning vervolledigen en gemoedsrust vinden, door middel van een restschenking. De drijfveren van de restschenking zijn dan ook wel civielrechtelijk ingegeven, maar bevinden zich toch vooral  meer in fiscale sferen: proberen om de toepasselijke erfbelasting binnen de perken te houden.

Erfbelasting

Het voordeel is niet enkel civielrechtelijk, er is ook een gunstig prijskaartje in de erfbelasting.

Aangezien zowel de schenking als de restschenking geacht worden te vertrekken bij de oorspronkelijke schenker, kunnen de tarieven voordeliger zijn. Voor roerende schenkingen betalen we 3% schenkbelasting in rechte lijn, maar 7% aan alle andere personen. Voor onroerende schenkingen is het toepasselijke tarief dan weer afhankelijk van de verwantschapsband tussen schenker en begiftigde. Bovendien speelt de grootorde van de schenking daar ook een rol. U kan deze onroerende tarieven voor Vlaanderen hier raadplegen.

We verduidelijken het voorgaande met een voorbeeld.

Jos heeft twee kinderen, Anne en Marie. Anne heeft een mentale beperking en verblijft in een instelling. Het is duidelijk dat zij nooit zal huwen of kinderen zal krijgen. Marie is gehuwd en heeft 3 kinderen. Jos wil Anne en Marie absoluut gelijk behandelen en wil dat zij beide evenveel krijgen. Er mag geen ongelijkheid bestaan tussen de beide zussen. Jos wil er ook voor zorgen dat Anne nooit iets te kort zal  komen op het vlak van de verzorging. Maar ooit komt er een dag dat Anne zal overlijden en dat ook Jos al overleden zal zijn. Door de figuur van de restschenking op te nemen in de schenking van Jos aan Anne en Marie, zal het nog resterende vermogen van Anne, bij haar overlijden toekomen aan Marie of zelfs aan haar kinderen. Dat ziet er niet alleen mooi uit, maar het is ook fiscaal interessant. Door de restschenking zullen Marie, dan wel haar kinderen, geacht worden rechtstreeks van Jos te hebben verkregen en dus niet via Anne. Daardoor zullen de tarieven in rechte lijn van toepassing zijn, die veel gunstiger zijn dan de tarieven in de zijlijn!

Wat als de fiscaliteit wijzigt?

De Vlaamse Codex Fiscaliteit (V.C.F) stelt in artikel 2.8.7.0.2 uitdrukkelijk dat het toepasselijk tarief dat is “dat van kracht is op de datum waarop de schenkbelasting opvorderbaar geweest zou zijn, indien de handeling onvoorwaardelijk was”. Wat wil dit nu zeggen?

Stel dat er op vandaag een schenking plaatsvindt, die men koppelt aan een restschenking en waarbij alle voorwaarden voldaan zijn.  In de loop der jaren past de Vlaamse decreetgever zijn tarieven aan en de schenkbelasting wordt verhoogd. Door het opnemen van de restschenking in uw oorspronkelijke schenking, zijn de tarieven alvast vastgeklikt. Op de restschenking zijn de tarieven van de oorspronkelijke schenking van toepassing.

Conclusie

Bij het opstarten van een vermogensplanning is het van belang dat u zich goed voelt in de schikkingen die u geadviseerd krijgt. De zin “syndromen waaraan de schenker kan leiden” komt dan wel enigszins grappig over, maar het zijn wel oprechte bezorgdheden waar de meeste mensen mee worstelen. Het opnemen van een restschenking kan daarbij vaak al enige rust creëren door doemscenario’s te elimineren.

aternio staat u graag bij wanneer u overweegt om uw vermogen te regelen naar de volgende generatie(s).