Om ondernemingen te motiveren om meer te innoveren, kwam de Belgische overheid in 2017 met de aftrek voor innovatie-inkomsten. Elke Belgische vennootschap of buitenlandse vennootschap met een Belgische inrichting kan daardoor 85% van hun innovatie-inkomsten aftrekken van hun vennootschapsbelasting.

Om de correcte omvang van deze aftrek te berekenen moet de vennootschap een hele wiskundige oefening maken. De Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) verduidelijkte in haar Jaarverslag 2018 een berekening die zij aanvaardt voor onder andere de inkomsten uit software.

In aanmerking komende inkomsten

Voor de aftrek komen slechts de inkomsten die voortkomen uit bepaalde intellectuele eigendomsrechten in aanmerking. De aftrek geldt namelijk enkel voor inkomsten uit octrooien, auteursrechtelijk beschermde software, kwekersrecht, weesgeneesmiddelen en data- en marktexclusiviteit (voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen).

De inkomsten betreffen onder meer inkomsten uit verleende licenties, royalties, inkomsten uit de verkoop van intellectuele eigendomsgoederen en zelfs schadevergoedingen naar aanleiding van een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht.

De uiteindelijk in aanmerking komende inkomsten moet de vennootschap nog verder beperken. Enkel kwalificerende netto-inkomsten mogen gebruikt worden en er kan slechts het gedeelte van een zogenaamde ‘nexus-breuk’ behouden blijven.

De nexus-breuk staat voor de verhouding tussen de eigen uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) en de algehele uitgaven voor O&O. Onder de eigen O&O uitgaven begrijpt men de uitgaven de intellectuele eigendomsrechten door de onderneming of een onafhankelijke derde werden ontwikkeld. Deze uitgaven moeten steeds verband houden met het kwalificerende intellectuele eigendomsrecht. Vooraleer we de nexus-breuk verlaten mag zij nog verhoogd worden met 30%, ze kan evenwel nooit boven 1 uitstijgen.

Wat nu met de kwalificerende netto-inkomsten? De DVB houdt het in haar Jaarverslag op een berekening van de bruto innovatie-inkomsten. Ze zegt wel dat de aftrek enkel kan genieten ten belope van de netto-inkomsten. Daarbij laat ze echter na om te verduidelijken hoe deze berekening plaats moet vinden. De bruto innovatie-inkomsten dienen namelijk vermindert te worden met de in kosten opgenomen globale uitgaven, gedaan of gedragen in dat belastbaar tijdperk.

De berekening ziet er zodoende als volgt uit: aftrekbare innovatie-inkomsten = 85 % x kwalificerende netto-inkomsten x nexus-breuk .

Bruto innovatie-inkomsten uit software ontwikkeling

De DVB geeft in haar Jaarverslag 2018 een richtsnoer op welke wijze zij voorstelt om uit de integrale omzet van het gehele boekjaar de bruto innovatie-inkomsten te berekenen voor auteursrechtelijk beschermde softwareprogramma’s. Het gaat echter om een berekening in stappen waarbij de DVB weinig verduidelijking aanreikt. Ze voorziet ons wel van een voorbeeld aan de hand waarvan we deze bijdrage verder opbouwen.

Tijd om de handen uit de mouwen te steken en onze rekenmachine van onder het stof te halen.

Stap 1 t.e.m stap 4: laten we eenvoudig starten

De DVB vertrekt van de integrale omzet over het gehele boekjaar. De bedoeling daarbij is om te eindigen bij de kwalificerende inkomsten van de auteursrechtelijk beschermde software en de hieraan inherent verbonden diensten.

Om tot de resterende omzet te komen moet de onderneming in de eerste plaats alle door haar gemaakte omzet die niet in verband kan gebracht worden met de auteursrechtelijk beschermde software weggelaten uit de berekening. Deze omzet moet de vennootschap van de integrale omzet over het gehele boekjaar aftrekken.

Van de integrale omzet zal men ten slotte de omzet die toewijsbaar is aan software die reeds inkomsten heeft voorgebracht voor 1 juli 2016 moeten aftrekken. Dit komt doordat enkel die inkomsten die voortkomen uit software gecommercialiseerd na 1 juli 2016 aanspraak kunnen maken op de aftrek voor innovatie-inkomsten. Een speciaal geval is de software die de onderneming reeds ontwikkelde voor 1 juli 2016, maar waarbij zij deze nadien nog verbeterde.

Voorbeeld DVB:

1.     Integrale omzet over het gehele boekjaar
2.    Рomzet die losstaat van de auteursrechtelijk beschermde software
3.    Рtoewijsbaar aan software die voor 1 juli 2016 inkomsten opbrachten


4.    = Resterende omzet over het gehele boekjaar

Stap 5 t.e.m. stap 9: het einde is in zicht

Bij deze stappen is het de bedoeling om van de resterende omzet te komen tot de uiteindelijke kwalificerende bruto innovatie-inkomsten. Het uiteindelijk resultaat zal echter afhankelijk zijn of de vennootschap de verkoop van de software zelf voor haar rekening neemt of deze outsourced.

De DVB houdt allereerst bij haar berekeningen rekening met de principes inzake verrekenprijzen. Daarmee wil ze zeggen dat de resterende omzet uit stap 4 nog een deel omzet bevat dat eigenlijk een vergoeding omvat voor ondersteunende taken die plaatsvinden binnen de vennootschap. Deze vergoeding voor ondersteunende taken heeft tot doel de inkomsten uit de software te verkrijgen. Ter berekening maakt de DVB de breuk tussen de resterende omzet uit stap 4 en de integrale omzet in stap 1. Deze berekening resulteert dan in een breuk.

Vervolgens moeten we het hiervoor vermelde percentage vermenigvuldigen  met de directe en indirecte kosten. Deze kosten staan vermeld in de rekeningen 60 t.e.m. 64 van de minimum indeling van het algemeen rekeningenstelsel (MAR). Kosten die voor onderzoek en ontwikkeling kunnen worden aanzien mogen hier niet in rekening worden gebracht.

Daarna moet hierbij nog een zogenaamde “marktconforme routine marge” afgehouden worden. De grootte van de routine marge zal afhankelijk zijn of de vennootschap de verkoop zelf doet of deze outsourced. De DVB opteert ervoor deze routinemarge uit te drukken als een correctie op basis van een marge op de omzet. Ze sluit echter niet uit dat vennootschappen een andere winstindicator, zoals een cost-plus op toewijsbare directe en indirecte kosten mogen hanteren.

Zijn er in de onderneming nog andere intellectuele eigendomsrechten die enige waarde hebben, bv. merknamen? De inkomsten uit deze andere intellectuele eigendomsrechten moeten ten slotte nog afgetrokken worden om zo tot de bruto innovatie-inkomsten te komen.

Voorbeeld DVB:

4.      Resterende omzet over het gehele boekjaar
5.      Y% = resterende omzet (stap 4) / integrale omzet (stap 1)
6.     РY% x (toewijsbare directe en indirecte kosten aan resterende omzet)
7.      РRoutine marge
8.     РGedeelte van omzet toewijsbaar aan andere intellectuele rechten


9.     = Bruto innovatie-inkomsten

Eigen rekenmethode gebruiken?

De DVB bespreekt in haar Jaarverslag niet alle door haar besliste rulings. Het is dus voor een vennootschap mogelijk om haar bruto-innovatie inkomsten op een andere wijze te berekenen. Dit blijkt immers uit andere recente rulings door de DVB over de innovatie-inkomsten.

Deze andere berekeningswijze kan verantwoordt zijn omwille van de sector of van de specifieke activiteit van de vennootschap. Uit haar andere rulings blijkt dan weer dat de DVB de hierboven beschreven rekenmethode ook voor de overige intellectuele eigendomsinkomsten prefereert.