Wanneer iemand overlijdt moet er een aangifte van nalatenschap ingediend worden. Dit is een aangifte bij de Vlaamse Belastingdienst en betreft het vermogen (actief en passief) van de overledene. Deze aangifte vormt de basis voor de berekening van de erfbelasting die de erfgenamen zullen moeten betalen. De aangifte van nalatenschap moet worden ingediend door de wettige erfgenamen of de algemeen legatarissen (bij testament).

Is deze aangifte van nalatenschap definitief vanaf het moment van indiening? Wijzigt er iets aan de aangifte als er zich ontbindende of opschortende voorwaarden vervullen? Gaat het enkel om wijzigingen binnen de oorspronkelijke aangiftetermijn? Hangt er ook een prijskaartje aan die wijziging? We zetten de principes graag even op een rijtje.

Tijdstip van overlijden

De aangifte nalatenschap maakt een foto van het vermogen van de overledene op het moment van overlijden. Daarbij neemt men zowel het actief als het passief in aanmerking. Het is niet ondenkbaar dat het vermogen op een later tijdstip nog met terugwerkende kracht wijzigt. Dit kan zowel in plus als in min. Het gaat hierbij om het intreden van een opschortende of ontbindende voorwaarde. Indien een dergelijk feit zich voordoet, betekent dit een aanpassing van de nalatenschap met bijhorende weerslag op de heffing van de erfbelasting.

Opschortende voorwaarde bij verkregen goederen door de erflater

Een opschortende voorwaarde schort de gevolgen van een bepaalde overeenkomst op, tot zolang de voorwaarde niet vervuld is. Daarom maken de goederen of rechten die de overledene had verkregen onder opschortende voorwaarde, maar die op het moment van het overlijden nog niet vervuld is, geen belastbaar actief uit van de nalatenschap. Bijgevolg moet dit niet worden opgenomen in de aangifte van nalatenschap en komt dit ook niet in aanmerking voor de erfbelasting.

Wanneer de opschortende voorwaarde zich vervult, bevinden de goederen of rechten zich retroactief in het vermogen van de overledene en vergroten (of verkleinen) daardoor het actief (of passief) van de nalatenschap. Op basis van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (art. 3.3.1.0.6, eerste lid, 2°) zal er dan een nieuwe aangifte worden ingediend. De heffing van de erfbelasting zal plaatsvinden op basis van de nieuwe toestand en rekening houdend met de waarde van de “nieuwe” goederen, op het moment van de vervulling van de voorwaarde en volgens het toepasselijke tarief op het moment van overlijden (artt. 2.7.3.3.7. en 2.7.4.1.5. VCF)

Opschortende voorwaarde bij door de erflater vervreemde goederen

Het is ook mogelijk dat de erflater goederen heeft vervreemd onder een opschortende voorwaarde en dat deze voorwaarde zich op het moment van overlijden nog niet heeft vervuld. In dat geval bevinden de goederen zich nog steeds in het vermogen van de erflater, op het moment van zijn/haar overlijden. Logisch gevolg is dat deze goederen opgenomen worden in aangifte van nalatenschap.

Wanneer de opschortende voorwaarde zich vervult, zullen de betreffende goederen met terugwerkende kracht uit het vermogen van de overledene verdwijnen. Hier staat wel tegenover dat er hiervoor iets in de plaats komt: een waarde (verkoopprijs) of andere goederen (in geval van wederbelegging of ruil,…).

Opnieuw zal er een nieuwe aangifte moeten worden ingediend en kan de heffing van de erfbelasting desgevallend herzien worden. Als er volgens de nieuwe toestand minder erfbelasting verschuldigd is, kan een teruggave aan de orde zijn (op basis van art. 3.6.0.0.4. eerste lid, 1°, a VCF).

Ontbindende voorwaarde?

Een ontbindende voorwaarde verschilt van een opschortende voorwaarde, in die zin dat er aan de ontbindende voorwaarde onmiddellijk rechtsgevolgen gekoppeld zijn. Echter, bij de vervulling van de ontbindende voorwaarde worden de rechtsgevolgen teniet gedaan. Ook dit is retroactief. Indien de overledene goederen heeft verkregen of vervreemd onder een ontbindende voorwaarde, bevinden deze goederen zich respectievelijk wel of niet meer in zijn vermogen op het moment van het overlijden.

Indien het gaat om een verwerving onder ontbindende voorwaarde bevinden de goederen zich in de nalatenschap en worden zij mee opgenomen in de aangifte van nalatenschap. Bijgevolg zijn ze onderworpen aan de erfbelasting. Indien de ontbindende voorwaarde zich vervult, verdwijnen de goederen met terugwerkende kracht uit het vermogen van de erflater en wordt de heffing van de erfbelasting herzien. In geval van teveel betaalde erfbelasting, kan ook hier een teruggave gevorderd worden (op basis van art. 3.6.0.0.4. eerste lid, 1°, a VCF).

Indien het gaat om een vervreemding onder ontbindende voorwaarde is er geen belastbaar actief. Bijgevolg is er geen opname in de aangifte van nalatenschap en is er geen erfbelasting op het moment van overlijden. Indien de ontbindende voorwaarde zich vervult en de goederen retroactief terugkomen in het vermogen van de overledene, zal er ook opdat moment een aanpassing van het actief van de nalatenschap zijn. Er moet vervolgens een nieuwe aangifte worden ingediend en met heffing van erfbelasting als gevolg.

Termijnen

Om af te sluiten hernemen we nog even dat de aangifte van nalatenschap moet ingediend worden binnen een termijn van:
– 4 maanden als het overlijden plaatsheeft in BelgiĂ«;
– 5 maanden als het overlijden plaatsheeft in een land van de Europese Economische Ruimte (EER); of
– 6 maanden als het overlijden plaatsheeft buiten de EER.

De voornoemde termijn begint te lopen vanaf de exacte dag van overlijden.

Echter, wanneer Ă©Ă©n van voorgaande situaties zich voordoet, starten de voornoemde termijnen opnieuw. Binnen deze termijn moet een nieuwe (bijvoeglijke) aangifte worden ingediend, om de nieuwe situatie te melden.

Verjaringstermijn voor de erfbelasting is 5 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de aangiftetermijn start.  Indien zich een opschortende of ontbindende voorwaarde voordoet binnen deze termijn, moet u een nieuwe aangifte indienen. Op dat moment start de nieuwe termijn om de bijkomende rechten te innen, dan wel om de teruggaven te vorderen.