De maatschap beschikt over heel wat troeven die haar nuttig maken als instrument voor successieplanning. Zij wordt daarom vaak gebruikt als controlevehikel om een familiaal patrimonium over te dragen naar de volgende generatie zonder dat de schenkers per se de touwtjes volledig uit handen moeten geven.

Nu zijn er vermogensplanners die, na jarenlang de maatschap met hart en ziel te hebben aangeprezen, plots koele minnaars zijn geworden. Nochtans hebben zij Vlaanderens meer vermogende families zo geholpen bij de structurering van hun vermogen. Waar zij tot voor kort boeken verkochten die de maatschap aanbevelen als een interessant instrument voor vermogensplanning, richten zij nu de cupidopijlen op de beheersvolmacht.

De maatschap van bemind naar bedrogen? De vraag is of de beheersvolmacht ook terecht als volwaardig nieuw lief aan de familie wordt voorgesteld of gaan de afvallige vermogensplanners en de maatschap beter in relatietherapie? In deel één van een tweeluik proberen we op deze vraag een antwoord te geven door een kritische blik te werpen op de maatschap en haar verplichtingen. In een tweede deel spitsen we toe op de beheersvolmacht.

Wetswijzigingen 

Het taalgebruik inzake de maatschap is intussen door het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen aangepast. We spreken niet langer spreken van maten, deelbewijzen, beheerders, het doel van de maatschappen, maar wel van vennoten, aandelen, zaakvoerders en het voorwerp van de vennootschap.

In de wandelgangen is er soms nog steeds sprake van de ‘burgerlijke’ maatschap. Het onderscheid tussen de handelsvennootschappen en de burgerlijke vennootschappen is echter al sinds 1 november 2018 verdwenen. Als de notulen of de statuten nog steeds de maatschap definiëren als een ‘burgerlijke’ vennootschap is het dringend tijd om hierin verandering te brengen en opnieuw wat energie in de relatie te stoppen.

Artikel 2003 van het Burgerlijk Wetboek is gewijzigd door de Wet van 21 december 2018 en besproken in een eerdere blog. Dit is voor de maatschap relevant omdat het mandaat van de zaakvoerder (lasthebber) als een lastgeving van de vennoten (lastgevers) gekwalificeerd wordt. Indien de statuten op dat vlak niets voorzien, kan het mandaat van zaakvoerder een einde nemen indien één van de vennoten onbekwaam zou worden. Alweer tijd om een nieuwe date in te plannen?

Vlabel

Wanneer de relatie met de maatschap al helemaal verwaarloosd werd, is allicht ook de duurtijd in de statuten van de maatschap nog steeds afhankelijk gesteld van het overlijden van de langstlevende. De voorafgaande beslissing nr. 16046 d.d. 14.11.2016 van Vlabel heeft echter duidelijk gemaakt dat een maatschap opgericht tot aan het overlijden van de langstlevende van de schenkers een no go is. In dergelijk scenario is het meestal de bedoeling om de volledige controle over het vermogen van de maatschap bij de schenkers te houden.

Vlabel beschouwt dit echter als een constructie die identiek is aan deze van schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde van het overlijden van de schenker. De Vlaamse fiscale administratie oordeelt dat dit legaten zijn.  Bijgevolg zijn bij overlijden van de ouders erfbelastingen door de kinderen verschuldigd. De perfect georkestreerde date valt zo in het water.

Voorgaande aandachtspunten zijn niet onoverkomelijk en een loutere statutenwijziging als oplossing volstaat. Dit zijn op zich nog geen redenen om te breken met de maatschap. Blijven alle andere voordelen dan nog overeind?

Voor- en nadelen op een rijtje

Controle- en inkomstenbehoud tijdens het leven van de schenker, versnippering van het vermogen tegengaan, successiebesparing, fiscale neutraliteit… De maatschap voldoet aan al deze verwachtingen. Het is één van de begeerde instrumenten voor successieplanning die ervoor zorgt dat er een opsplitsing kan gemaakt worden tussen juridische eigendom enerzijds en economische eigendom en zeggenschap over het vermogen anderzijds.

Al deze voordelen zijn en blijven bestaan. Waarom dan al die drama rond de maatschap? Is het tijd om nieuw leven te blazen in de relatie of is het de liefde toch echt over?

1. Flexibiliteit

Aangezien het nieuwe vennootschapsrecht flexibiliteit op een piëdestal heeft geplaatst, is en blijft de maatschap een vorm die flexibeliteit in haar genen heeft. De maatschap kan namelijk perfect op maat worden gemaakt.

Ook het zaakvoerderschap kan losgekoppeld blijven van het financieel belang in de maatschap. Zelfs het zaakvoerderschap na het overlijden van de ouder kan bepaald worden. Till death due us part? Neen deze liefde is eindeloos, zelfs na het overlijden van de pater familias kan deze de touwtjes in handen houden over zijn opvolger zaakvoerder.

2. Discretie

Wringt misschien hier het schoentje?

De oprichting van een maatschap blijft eenvoudig en beperkt in kosten. De oprichting blijft immers vormvrij. Er is geen publicatieverplichting voor de statuten.

Toegegeven er lijkt er op het eerste gezicht minder discretie te zijn dan vroeger. Nu dient de maatschap zich immers te registreren in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en de uiteindelijke begunstigden dienen zich ook bekend te maken in het UBO-register. Weet dat de uiteindelijke begunstigden van maatschappen enkel kunnen geraadpleegd worden door de bevoegde autoriteiten en, tegen betaling, door “eenieder die een legitiem belang aantoont“.

Maar even serieus… Bent u al gaan kijken in het UBO-register of in de kruispuntbank? Klik maar even door op volgende link als de nieuwsgierigheid de bovenhand haalt: kbo/maatschap. Niet veel aan toch?

Een vreemde moet al de naam van de maatschap of het adres van de maatschap kennen om te ontdekken of u al dan niet een maatschap heeft. And so what? Niemand weet wat er achter de maatschap schuilgaat en welk vermogen er precies in zit. Poespas is er zeker meer, maar welke relatie brengt nu geen extra plichten teweeg? Dit aspect weegt alvast niet op tegen de voordelen van de standvastige relatie. Discretie is er bijgevolg nog steeds en de bangmakerij van sommigen is echt overdreven.

3. Boekhouding

Enkelvoudige boekhouding

Een maatschap opgericht vanaf 15 december 2018 is sinds die dag onderworpen aan de boekhoud‐ en inventarisverplichtingen en zal dus meteen een boekhouding moeten voeren. Een maatschap opgericht voor 15 december 2000 die in het verleden geen boekhouding voerde en haar boekhouding per kalenderjaar voert is sinds 1 januari 2020 onderworpen aan de boekhoud‐ en inventarisverplichtingen.

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen publiceerde onlangs een advies die mede aan de oorzaak van alle relatiedrama kan liggen. De Commissie stelde immers dat ook de maatschap potentieel een dubbele boekhouding moet voeren.

Dubbele boekhouding

Zonder even stil te staan bij de wet en de effectieve implicaties op de maatschap lijkt dit inderdaad vooral het kostenplaatje van de maatschap duurder te maken. Maar een nieuw lief kost ook geld, dus misschien is de huidige relatie nog niet zo slecht? Een dubbele boekhouding is immers enkel vereist voor die maatschappen die een omzet hebben van meer dan 500.000 euro. Dit is in veel gevallen niet aan de orde. We verduidelijken met een voorbeeld die in het CBN advies is opgenomen.

Het vermogen van een maatschap bestaat uit een aandelenparticipatie en een bankrekening. De maatschap houdt deze aandelenparticipatie, die bestaat uit 9 procent van de aandelen van een naamloze vennootschap, reeds vele jaren ongewijzigd aan en ontvangt hieruit een jaarlijks dividend van 130.000 euro. Tijdens het boekjaar wordt opnieuw een dividend ontvangen van 130.000 euro, wordt een superdividend ontvangen van 400.000 euro en wordt vervolgens 1 procent van de aandelenparticipatie verkocht voor een bedrag van 300.000 euro. De bankrekening genereert tijdens het boekjaar een interest van 300 euro. Het bedrag van de andere dan niet‐recurrente ontvangsten bedraagt in dit geval 130.300 euro.

Deze maatschap hoeft zich bijgevolg nog lang niet officieel te binden aan een dubbele boekhouding. Het aantal maatschappen dat ook effectief een dubbele boekhouding zal moeten voeren is allicht beperkt. Er is zelfs nog lang geen sprake van een verlovingsfeestje aangezien de maatschap ieder jaar opnieuw de keuze mag maken om een vereenvoudigde boekhouding te voeren, ongeacht welke boekhouding het jaar voordien werd gehouden.

Boekhouding in concreto

In de huidige stand van de boekhoudwetgeving zijn er geen formele vormvoorwaarden opgenomen waaraan de jaarrekening van een boekhoudplichtige onderneming die een vereenvoudigde boekhouding voert, moet voldoen.

De verantwoordingstukken dienen uiteraard performant te zijn. Als er een portefeuille is aangehouden in de maatschap wordt vaak gebruik gemaakt van de financiële staten die de bank overmaakt. Dit zou volgens de principes van een dubbele boekhouding an sich onvoldoende zijn.

Maar even realistisch blijven… de jaarrekening wordt niet gepubliceerd. Men kan zich de vraag stellen of men werkelijk afbreuk doet aan het principe van het voeren van een volledige boekhouding als men de financiële rapporten van de bank opneemt i.p.v. day-to-day bewegingen in de portefeuille?

Sancties bij het niet voeren van een dubbele boekhouding?

Wat is nu de mogelijke sanctie als de jaarrekening van de maatschap is opgesteld op basis van de financiële rapporten van de bank i.p.v. day-to-day bewegingen? Het boekhoudkundig eindresultaat van de maatschap op basis van de rapporten is immers wél correct. Er zijn heel wat sancties voor vennootschappen die hun jaarrekening niet neerleggen. De maatschap heeft echter geen verplichting om een jaarrekening neer te leggen. Enkel een verplichting om een dubbele boekhouding te voeren als de omzet meer dan 500.000 euro bedraagt.

De ratio legis van de dubbele boekhouding is immers dat een onderneming een voor haar gepaste boekhouding zou voeren zodat zij voldoende op de hoogte is van haar rechten en plichten. Een dubbele boekhouding biedt namelijk een gedetailleerder beeld van de onderneming. Een dubbele boekhouding biedt ook meer garanties naar  de fiscus. Weet wel dat dat maatschap fiscaal transparant. Bovendien kan het niet genoeg herhaald worden: het boekhoudkundig resultaat op basis van periodieke bancaire rapporten is wél correct.

De enige “sanctie” die ons inziens kan spelen is de hoofdelijke aansprakelijkheid van de zaakvoerder(s) van de maatschap. Daarbij is men enkel aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de niet-conforme boekhouding. Maar de boekhouding wordt gehouden in het voordeel van de vennoten én het resultaat van de maatschap is conform de financiële rapporten van de bank. Er is met andere woorden geen sprake van schade want de boekhouding geeft een juist resultaat weer. Gaan de aandeelhouders nu echt prat staan op het voeren van een dubbele boekhouding en het day-to-day volgen van de bankverrichtingen op de portefeuille?

U moet uw relatie niet altijd even au sérieux nemen.

Conclusie

Er zijn inderdaad meer formaliteiten waaraan de maatschap op heden moet voldoen. Maar elke relatie vergt nu eenmaal een inspanning.

Uit voorgaande durven wij besluiten dat voor de meeste maatschappen er maar weinig verandert. De maatschap is en blijft een flexibel instrument voor vermogensplanning waarvan de kosten beperkt zijn.

Maar misschien is men terecht dolverliefd op de beheersvolmacht. To be continued…

aternio helpt graag bij het ontwerp van uw maatschap. Contacteer ons vrijblijvend.