Volg hier de laatste updates aangaande de financiële steunmaatregelen van de overheid inzake het coronavirus.

1) Corona – hinderpremie 

Wat?

Alle ondernemingen met een fysieke locatie, zoals een winkel of een kantoor, in het Vlaamse Gewest die de deuren hebben moeten sluiten bij de eerste Covid-lockdown, konden een aanvraag indienen voor decorona-hinderpremie. De sluiting diende evenwel een rechtstreeks gevolg te zijn van de verplicht opgelegde sluiting door de overheid. Bij een vrijwillige sluiting had u dus geen recht op de premie. De premie werd toegekend per vestiging voor zover in de bijkomende vestigingen minstens één voltijds personeelslid tewerkgesteld was. Het aantal premies werd beperkt tot maximaal vijf per onderneming.

Zelfstandigen die gemengde activiteiten hadden en slechts gedeeltelijk opnieuw zijn kunnen starten hadden nog steeds recht op de hinderpremie.

Aanvragen

De corona-hinderpremie kan niet meer aangevraagd worden. Bij de tweede Covid-lockdown werd corona-hinderpremie vervangen door het Nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme.

2) Vlaamse Compensatiepremie

Wat?

De Vlaamse overheid kwam tijdens de eerste Covid-Lockdown met een nieuwe steunmaatregel op de proppen. Dit voor ondernemingen die openbleven, maar getroffen werden door een groot omzetverlies. Het ging enkel om ondernemingen die geen recht hadden op de Vlaamse Hinderpremie. De premie was ook enkel van toepassing op ondernemingen die op 12 maart 2020 als actief ingeschreven zijn in de KBO. VZW’s konden eveneens recht hebben op de premie, indien zij minstens één VTE personeelslid te werk stellen.

Het betrof een eenmalige premie van 3000 euro. Indien de aanvrager een zelfstandige in bijberoep is, is de premie 1500 euro.

Aanvraag

De Vlaamse Compensatiepremie kan u niet langer aanvragen. Deze werd vervangen door de corona-ondersteuningspremie.

3) Corona ondersteuningspremie

De overheid voorzag in een bijkomende compensatiepremie voor ondernemingen. De premie bestaat uit het ondersteunen van ondernemingen die nog steeds getroffen werden door omzetverlies naar aanleiding van Covid-19. Ondernemingen die in aanmerking kwamen voor de Corona-hinderpremie of voor de corona-compensatiepremie konden dan aanspraak maken op deze aanvullende premie. De premie had dus voornamelijk ondernemingen op het oog die gesloten waren en die hun activiteiten heropstarten.

De onderneming diende een omzetverlies te lijden van 60% in de periode van 1 maand na de heropening. Deze periode diende vergeleken te worden met een referentieperiode van 2019. Bijvoorbeeld voor winkels loopt deze periode van 11 mei tot 11 juni 2020 en voor de horeca van 8 juni tot 8 juli 2020. Net als bij de corona-compensatiepremie diende er gekeken te worden naar dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie.

Het betrof een eenmalige premie van 2000 euro. Indien de aanvrager een zelfstandige in bijberoep is, in de zin van de corona-compensatiepremie, is de premie 1000 euro.

Aanvraag

De Corona ondersteuningspremie kan u niet langer aanvragen.

4. A) Vlaams beschermingsmechanisme 5

Het Vlaams Beschermingsmechanisme 5 is de opvolger van het Vlaams Beschermingsmechanisme 4. Indien de onderneming reeds de premie voor het Vlaams Beschermingsmechanisme 4 heeft verkregen en voldoet aan de voorwaarden van het Vlaams Beschermingsmechanisme 5, kan zij de premies dan ook cumuleren.

Echter heeft het Vlaams Beschermingsmechanisme 5 betrekking op de periode van 1 februari 2021 tot en met 28 februari 2021.

Ook hier moet de onderneming aantonen dat zij getroffen is door een omzetdaling van 60% in vergelijking met dezelfde periode in 2020. Hierop is echter wel 1 uitzondering: voor de ondernemingen die verplicht gesloten zijn in één van volgende periodes, zij dienen geen omzetdaling aan te tonen.

  • Periode van 1 februari 2021 tot en met 7 februari 2021 (voor vakantiehuizen in vakantieparken, bungalowparken en campings); of
  • Periode van 1 februari 2021 tot en met 12 februari 2021 (voor kappers); of
  • Periode van 1 februari 2021 tot en met 28 februari 2021.

Echter was de omzet voor een onderneming uit de horecasector in 1 januari 2020 tot en met 31 januari 2020 voor meer dan de helft afhankelijk van afhaal-activiteiten dan moet de omzetdaling toch bewezen worden. Dezelfde voorwaarden gelden zoals bij het (oude) Vlaams Beschermingsmechanisme van toepassing zijn.

Hoeveel?

De compensatiepremie bestaat uit een premie van 10% van de omzet, exclusief btw, in de periode van 1 februari t.e.m. 28 februari 2020, ofwel van 1 februari 2020 t.e.m. de laatste verplichte sluitingsdag zijnde 7 of 12 februari 2021. Zelfstandigen in bijberoep, die in 2019 een beroepsinkomen hebben van minstens 13.993,78 euro, hebben eveneens recht op deze premie. Er werd ook voorzien in een minimale subsidie.

Het minimale en maximale bedrag van de premie is afhankelijk van het ogenblik waarop de onderneming niet langer verplicht gesloten was en het aantal werknemers. Vlaio voorziet hiervoor echter een duidelijk overzicht voor de verschillende sectoren.
Als voorbeeld kunnen we hierbij wel vernoemen dat voor een niet-medische contactberoepen met minder dan 10 werknemers die verplicht diende te sluiten in de periode van 1 februari t.e.m. 28 februari 2021, de volgende premies zouden gelden:

  • Periode van 1 februari 2021 t.e.m. 31 februari 2021: minimaal 600,00 en maximaal 7.500,00 euro;

Voor zelfstandigen in bijberoep waarvan het inkomen tussen de 6.996,98 euro en 13.993,78 euro ligt, werd een aparte regeling voorzien. Zelfstandigen van deze categorie hebben enkel recht op de premie, indien zij hun bijberoep combineren met een job als werknemer van minder dan 80%. Zij hebben recht op een gehalveerde premie van 5% van de omzet, exclusief btw, voor één van beide periodes.

Ondernemingen die exploitant zijn van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verricht hebben en die niet beschikken over een “witte kassa”, hebben slechts recht op de premie tot maximaal 1.500,00 euro.

Aanvraag

VLAIO staat in voor de verwerkingen van de aanvragen.

De premie kan u aanvragen vanaf 16 maart 2021 tot en met 15 april 2021.

4. B) Vlaams beschermingsmechanisme 4

Het Vlaams Beschermingsmechanisme 4 is de opvolger van het Vlaams Beschermingsmechanisme 3. Indien de onderneming reeds de premie voor het Vlaams Beschermingsmechanisme 3 heeft verkregen en voldoet aan de voorwaarden van het Vlaams Beschermingsmechanisme 4, kan zij de premies dan ook cumuleren.

Echter heeft het Vlaams Beschermingsmechanisme 4 betrekking op de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 januari 2021.

Ook hier moet de onderneming aantonen dat zij getroffen is door een omzetdaling van 60% in vergelijking met dezelfde periode in 2020. Hierop is echter wel 1 uitzondering: voor de ondernemingen die verplicht gesloten zijn in de periode van 1 januari tot en met 31 januari 2021, zij dienen geen omzetdaling aan te tonen. Echter was de omzet voor een onderneming uit de horecasector in 1 januari 2020 tot en met 31 januari 2020 voor meer dan de helft afhankelijk van afhaal-activiteiten dan moet de omzetdaling toch bewezen worden. Dezelfde voorwaarden gelden zoals bij het (oude) Vlaams Beschermingsmechanisme van toepassing zijn.

Hoeveel?

De compensatiepremie bestaat uit een premie van 10% van de omzet, exclusief btw, in de periode van 1 januari t.e.m. 31 januari 2020, ofwel van 1 januari 2020 t.e.m. de laatste verplichte sluitingsdag (uiterlijk 14 januari) ofwel van 15 januari 2020 tot en met 31 januari 2020. Zelfstandigen in bijberoep, die in 2019 een beroepsinkomen hebben van minstens 13.993,78 euro, hebben eveneens recht op deze premie. Er werd ook voorzien in een minimale subsidie.

Het minimale en maximale bedrag van de premie is afhankelijk van het ogenblik waarop de onderneming niet langer verplicht gesloten was en het aantal werknemers. Vlaio voorziet hiervoor echter een duidelijk overzicht voor de verschillende sectoren.
Als voorbeeld kunnen we hierbij wel vernoemen dat voor een niet-medische contactberoepen met minder dan 10 werknemers die verplicht diende te sluiten in de periode van 1 januari t.e.m. 31 januari 2021, de volgende premies zouden gelden:

  • Periode van 1 januari 2021 t.e.m. 31 januari 2021: minimaal 600,00 en maximaal 7.500,00 euro;

Voor zelfstandigen in bijberoep waarvan het inkomen tussen de 6.996,98 euro en 13.993,78 euro ligt, werd een aparte regeling voorzien. Zelfstandigen van deze categorie hebben enkel recht op de premie, indien zij hun bijberoep combineren met een job als werknemer van minder dan 80%. Zij hebben recht op een gehalveerde premie van 5% van de omzet, exclusief btw, voor één van beide periodes.

Ondernemingen die exploitant zijn van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verricht hebben en die niet beschikken over een “witte kassa”, hebben slechts recht op de premie tot maximaal 1.500,00 euro.

Aanvraag

Het Vlaams beschermingsmechanisme 4 kan u niet langer aanvragen. Deze werd vervangen door het Vlaams Beschermingsmechanisme 5.

4. C) Vlaams Beschermingsmechanisme 3

Wat?

Het Vlaams Beschermingsmechanisme 3 was de opvolger van het Nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme. Ook hier diende de onderneming aan te tonen dat zij getroffen werd door een omzetdaling van 60% in vergelijking met dezelfde periode in 2019. Hierop was echter wel 1 uitzondering: voor de periode van de verplichte sluiting tot 30 november of tot 31 december, diende zij geen omzetdaling aan te tonen. Dezelfde voorwaarden golden zoals bij het (oude) Vlaams Beschermingsmechanisme.

De maatregel gold voor één van volgende periodes:

  • van 16 november 2020 tot en met 30 november 2020; of
  • van 16 november 2020 tot en met 31 december 2020.

Een cumulatie van de premie voor de beide periodes samen was niet mogelijk. Ondernemingen dienden te kiezen voor welke periode zij de premie aanvragen. Indien de omzet voor een onderneming uit de horecasector in 16 november 2019 t.e.m. 31 december 2019 voor meer dan de helft afhankelijk was van afhaal-activiteiten dan diende de omzetdaling toch bewezen worden.

Hoeveel?

Het Vlaams Beschermingsmechanisme 3 bestond uit een premie van 10% van de omzet, exclusief btw, in de periode vanaf 16 november t.e.m. 30 november 2019 of vanaf 16 november 2019 t.e.m. 31 december 2019. Zelfstandigen in bijberoep, die in 2019 een beroepsinkomen hebben van minstens 13.993,78 euro, hadden eveneens recht op deze premie. Er werd ook voorzien in een minimale subsidie.

Het minimale en maximale bedrag van de premie is afhankelijk van het ogenblik waarop de onderneming niet langer verplicht gesloten was en het aantal werknemers. Vlaio voorziet hiervoor echter een duidelijk overzicht voor de verschillende sectoren.

Voor zelfstandigen in bijberoep waarvan het inkomen tussen de 6.996,98 euro en 13.993,78 euro ligt, werd een aparte regeling voorzien. Zelfstandigen van deze categorie hadden enkel recht op de premie, indien zij hun bijberoep combineerden met een job als werknemer van minder dan 80%. Zij hadden recht op een gehalveerde premie van 5% van de omzet, exclusief btw, voor één van beide periodes.

Ondernemingen die exploitant waren van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verrichten en die niet beschikken over een “witte kassa”, hadden slechts recht op de premie tot maximaal 2.250 euro.

Aanvraag

Het Vlaams beschermingsmechanisme 3 kan u niet langer aanvragen. Deze werd vervangen door het Vlaams Beschermingsmechanisme 4.

4. D) Nieuw Vlaams beschermingsmechanisme

Wat?

Het nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme is de opvolger van het (oude) Vlaams Beschermingsmechanisme. Ook hier diende de onderneming aan te tonen dat zij getroffen werd door een omzetdaling van 60% in vergelijking met dezelfde periode in 2019. Hierop was echter wel 1 uitzondering: voor de periode vanaf de verplichte sluiting tot 15 november, diende zij geen omzetdaling aan te tonen. Dezelfde voorwaarden golden zoals bij het (oude) Vlaams Beschermingsmechanisme van toepassing waren.

De maatregel gold voor één van volgende periodes:

  • van 1 oktober 2020 tot en met 15 november 2020; of
  • van 19 oktober 2020 tot en met 15 november 2020; of
  • vanaf de verplichte sluiting van de onderneming tot en met 15 november 2020.

Een cumulatie van de premie met het (oude) Vlaams Beschermingsmechanisme of voor de beide periodes samen was niet mogelijk. Ondernemingen dienden te kiezen voor welke periode zij de premie aanvragen.

De keuze van de periode was voornamelijk van belang voor ondernemingen die verplicht gesloten werden: indien ondernemingen in de horecasector kozen voor de periode van 19 oktober t.e.m. 15 november moeten zij geen omzetdaling aantonen. Koos een andere onderneming die diende te sluiten vanaf 2 november 2020, voor de periode startende vanaf die datum t.e.m. 15 november, dan diende zij ook geen omzetdaling aan te tonen. Koos een onderneming echter voor een andere periode, dan diende zij wel een omzetdaling van 60% te bewijzen. Bovendien: was de omzet voor een onderneming uit de horecasector in 19 oktober 2019 t.e.m. 15 november 2019 voor meer dan de helft afhankelijk van afhaal-activiteiten, dan diende de omzetdaling toch bewezen te worden.

Hoeveel?

De compensatiepremie bestond uit een premie van 10% van de omzet, exclusief btw, in de periode vanaf 1 oktober t.e.m. 15 november 2019, vanaf 19 oktober t.e.m. 18 november 2019 of de periode vanaf de verplichte sluiting t.e.m. 15 november 2019. Zelfstandigen in bijberoep, die in 2019 een beroepsinkomen hebben van minstens 13.993,78 euro, hadden eveneens recht op deze premie. Er werd ook voorzien in een minimale subsidie.

Het minimale en maximale bedrag van de premie was afhankelijk van het ogenblik waarop de onderneming verplicht diende te sluiten en het aantal werknemers. Vlaio voorzag hiervoor echter een duidelijk overzicht voor de verschillende sectoren.

Voor zelfstandigen in bijberoep waarvan het inkomen tussen de 6.996,98 euro en 13.993,78 euro ligt, werd een aparte regeling voorzien. Zelfstandigen van deze categorie hadden enkel recht op de premie, indien zij hun bijberoep combineerden met een job als werknemer van minder dan 80%. Zij hadden recht op een gehalveerde premie van 5% van de omzet, exclusief btw, voor één van beide periodes.

Ondernemingen die exploitant waren van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verricht en die niet beschikken over een “witte kassa”, hadden slechts recht op de premie tot maximaal 2.250 euro.

Aanvraag

Het Nieuw Vlaams beschermingsmechanisme kan u niet langer aanvragen. Deze werd vervangen door het Vlaams Beschermingsmechanisme 3.

4. E) Vlaams beschermingsmechanisme

Wie?

De Vlaamse overheid kwam met een nieuwe steunmaatregel voor ondernemingen die zwaar getroffen werden door een omzetverlies van minstens 60% in de maanden augustus en september 2020. Het gaat dus enkel om ondernemingen die geen recht hadden op de Vlaamse Hinderpremie voor de maanden augustus en september 2020. De premie was ook enkel van toepassing op ondernemingen die op 1 augustus 2020 als actief ingeschreven waren in de KBO.

Voor ondernemingen die te kampen hadden met een omzetdaling van minstens 60%, in de periode van 1 augustus 2020 en 30 september 2020 tegenover dezelfde periode van 2019 voorzag de Vlaamse overheid nu een premie. Starters dienden de omzetdaling te vergelijken met het neergelegde financieel plan. De omzetdaling betrof niet de daling van de omzet door uitgestelde facturatie, maar deze omwille van de verminderde prestaties van de onderneming. Om de omzetdaling aan te tonen diende er gekeken te worden naar dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie.

De Vlaamse overheid beperkte het recht op het Vlaams beschermingsmechanisme tot ondernemingen wiens hoofdactiviteit (zoals opgenomen in de KBO) behoort tot de lijst van NACE-codes die VLAIO publiceerde. Ook ondernemingen die verplicht gesloten waren omwille van de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad konden gebruik maken van deze premie.

Naast de ondernemingen die reeds genoten van de hinderpremie, zijn holding-, patrimoniumvennootschappen, activiteiten van hoofdkantoren en managementvennootschappen van ondernemingen die een compensatie- of hinderpremie genieten uitdrukkelijk uitgesloten.

Substantiële exploitatiebeperkingen

Ondernemingen dienden te bewijzen dat zij getroffen werden door substantiële exploitatiebeperkingen ingevolge de coronamaatregelen. Hierbij gaat het niet om de vrijwillig genomen maatregelen, maar om omzetdalingen die het gevolg waren van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad. Bij het indienen van de aanvraag, diende u dit omstandig te motiveren.

Hoeveel?

Het Vlaams Beschermingsmechanisme bestond uit een premie van 7,5% van de omzet, exclusief btw, van augustus en september 2019. De premie kon echter maximaal 15.000 euro bedragen. Zelfstandigen in bijberoep, die in 2019 een beroepsinkomen hadden van minstens 13.993,78 euro, hadden eveneens recht op deze premie. Ondernemingen die exploitant waren van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verricht en die niet beschikken over een “witte kassa”, hadden slechts recht op de premie tot maximaal 3000 euro.

Voor zelfstandigen in bijberoep waarvan het inkomen tussen de 6.996,98 euro en 13.993,78 euro ligt, werd een aparte regeling voorzien. Zelfstandigen van deze categorie hadden enkel recht op premie, indien zij hun bijberoep combineren met een job als werknemer van minder dan 80%. Zij hadden recht op een gehalveerde premie van 3,75% van de omzet, exclusief btw, van augustus en september 2019.

Om recht te hebben op het volledige bedrag van de premie diende de onderneming vanaf 24 augustus 2020 minder openingsdagen te hebben dan in dezelfde periode in 2019.

Aanvraag

Het Vlaams beschermingsmechanisme kan u niet langer aanvragen. Deze werd vervangen door het Nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme.

5. a) Overbruggingsrecht: quarantaine en sluiting school en kinderopvang

Wie?

Zelfstandigen in hoofdberoep die in quarantaine moeten of die moeten instaan voor de opvang en zorg van een kind door sluiting van scholen of kinderopvang hebben, kunnen gebruik maken van een speciaal daarvoor in het leven geroepen overbruggingsrecht. Deze regeling geldt voor zelfstandige die gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen zijn/haar activiteiten volledig moet onderbreken. Deze opeenvolgende dagen moeten echter niet in dezelfde kalendermaand vallen. Echter geldt de premie voorlopig enkel voor de maanden januari, februari en maart 2021.

Dient men in quarantaine of in isolatie te gaan, dan heeft men enkel recht indien een quarantaine-attest beschikbaar is op naam van de zelfstandige of van een persoon die ingeschreven is op hetzelfde adres. Is men bewust naar een rode zone gereisd of is men ziek (hier heeft men recht op een ziekteuitkering), dan heeft men geen recht op het overbruggingsrecht.

Indien het gaat om de opvang van een kind jonger dan 18 jaar, dan dient het kind op hetzelfde adres als de zelfstandige te wonen. Er is enkel recht op de premie indien het kind in quarantaine of isolatie moet, scholen, klassen of het kinderdagverblijf gesloten is omwille van Covid-19 of er voorzien werd in afstandsonderwijs. Voor de dagen dat een kind andere jaren ook thuis zou verblijven, bijvoorbeeld tijdens schoolvakanties is er geen recht op de premie. De zelfstandige zal deze toestand moeten aantonen met een attest van het kinderdagverblijf of school.

Deze maatregel is niet van toepassing op zelfstandigen die hun activiteiten van thuis uit kunnen verderzetten. De activiteiten moeten namelijk geheel stopgezet zijn gedurende deze periode. Zelfstandigen die recht heeft op andere vervangingsinkomen (zoals een ziekte-uitkering), heeft eveneens geen recht op het klassiek overbruggingsrecht.

Bedrag

Het overbruggingsrecht bedraagt voor een onderbreking vanaf 7 dagen 322,92 euro of 403,52 euro (met gezinslast). Duurt de onderbreking 14 dagen en meer dan is het bedrag 645,84 euro of 807,05 euro (met gezinslast). Bij een onderbreking van 21 dagen en meer 968,77 euro of 1.210,58 euro (met gezinslast) en vanaf 28 dagen heeft de zelfstandige recht op de gehele premie van 1.291,69 euro of 1.614,10 euro (met gezinslast).

Zelfstandigen in bijberoep, 65-plussers zonder pensioen (die een bijdrage betalen tussen 370,85 en 741,63 euro) en student-zelfstandige (met een bijdrage van minder dan 741,63 euro) hebben recht op een halve uitkering.

Aanvraag

Het overbruggingsrecht quarantaine, isolatie en kinderopvang dient men aan te vragen via het sociaal verzekeringsfonds. De aanvraag kan men aanvragen voor 30 november 2021 voor de maanden januari, februari en maart 2021.

5. b) (Dubbel) overbruggingsrecht voor zelfstandigen (Crisis-overbruggingsrecht)

5.b)1. Enkel overbruggingsrecht

Het overbruggingsrecht was er tot nu enkel voor zelfstandigen die hun activiteit voor minstens één maand dienden te onderbreken of stopzetten. In volle corona-crisis publiceerde de overheid op 24 maart 2020 een nieuwe wet om het klassiek overbruggingsrecht uit te breiden en te versoepelen.

Wie?

Voor zelfstandigen die hun activiteiten volledig stopzetten of moeten sluiten omwille van het coronavirus is op 23 maart een nieuwe wet gepubliceerd. Onder “zelfstandige” wordt hier verstaan hoofdberoepers, helpers, meewerkende echtgenoten, maar ook starters (die nog geen 4 kwartalen sociale bijdragen hebben betaald).

Artsen-specialisten, medisch beroepers, zorgverleners en dierenartsen die enkel dringen en absoluut noodzakelijke behandelingen voeren, hebben ook recht op het overbruggingsrecht. Ook zelfstandigen in hoofdberoep die de pensioenleeftijd niet bereikt hebben, maar die een overlevingspensioen genieten hebben recht op het overbruggingsrecht. Heeft de zelfstandige de pensioenleeftijd bereikt, dan komt hij/zij niet langer in aanmerking.

Zelfstandigen in bijberoep kunnen nu ook in aanmerking komen voor deze steunmaatregel. Dit zolang hun wettelijk verschuldigde voorlopige sociale bijdragen minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep. Dat men naast het overbruggingsrecht nog een uitkering voor tijdelijke werkloosheid (omwille van overmacht: zie hierboven) zou ontvangen, staat hieraan niet in de weg.

De zelfstandigen in bijberoep kunnen gebruikmaken van het half overbruggingsrecht. Ook starters vanaf 1 april 2020 komen niet in aanmerking.

Betaalt een onderneming nog bezoldigingen en voordelen alle aard aan haar bedrijfsleider, dan staat dit de bedrijfsleider niet in de weg om voor zijn zelfstandige activiteit het overbruggingsrecht aan te vragen.

Hoeveel?

In voornoemde wet van 23 maart versoepelt de overheid de voorwaarden voor het krijgen van het overbruggingsrecht versoepeld. Zo is het aantal opeenvolgende kalenderdagen van verplichte sluiting teruggeschroefd van minstens een maand naar minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen, om te kunnen genieten van het overbruggingsrecht. Bovendien, indien uw activiteit voorkomt in de lijst van activiteiten die verboden zijn, dan valt de vereiste van 7 opeenvolgende kalenderdagen zelfs weg.

Het overbruggingsrecht is opnieuw van belang voor alle ondernemingen die verplicht moeten sluiten door de ministeriële besluiten van 18 en 28 oktober 2020 en 1 november 2020. Voor een overzicht van de verplicht gesloten ondernemingen en afhankelijke ondernemingen.

De uitkering van het overbruggingsrecht zal afhankelijk van het bestaan van een gezinslast 1.291,69 euro, dan wel 1.614,10 euro met gezinslast, bedragen. U hebt recht op de verhoogde uitkering indien u kunt aantonen dat u minstens 1 persoon ten laste hebt bij het ziekenfonds. Dit doet u door middel van een verklaring op eer. De verhoogde uitkering kan slechts door één persoon binnen het gezin aangevraagd worden.

Het overbruggingsrecht is een belastbaar inkomen. Er wordt evenwel geen bedrijfsvoorheffing ingehouden en er dienen geen sociale bijdragen op betaald te worden.

Het crisis-overbruggingsrecht dekt de periode tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2021, maar deze periode kan de federale regering nog verlengen indien de crisis langer duurt.

5.b) 2. Dubbel overbruggingsrecht

Voor de maanden oktober, november en december heeft de overheid voorzien in een verdubbeling van het overbruggingsrecht.

Het kan aangevraagd worden voor zelfstandigen die verplicht moeten sluiten in oktober en/of november en december. Ook zelfstandigen die minstens voor 60% afhankelijk zijn van een sector die wel moeten sluiten hebben recht op het dubbel overbruggingsrecht als ze hun activiteiten volledig stopzetten. Zelfstandigen die voor 60% afhankelijk zijn, maar die hun andere activiteiten wel voortzetten, hebben slechts recht op het enkel overbruggingsrecht.

Zelfstandigen in de horeca kunnen bijgevolg het dubbele overbruggingsrecht verkrijgen voor oktober 2020 t.e.m. januari 2021. Niet-essentiële handelszaken kunnen het dubbele overbruggingsrecht pas aanvragen voor de maand november t.e.m. december. Sectoren die nog steeds gesloten waren sinds de eerste lockdown hebben uiteraard ook recht op het dubbele overbruggingsrecht. Dit voor de maand oktober en de volgende maanden.

Vanaf januari 2021 kunnen zelfstandigen die minstens voor 60% afhankelijk zijn van een sector die moet sluiten, maar die nog een beperkte activiteit kunnen uitoefenen niet langer gebruik maken van het dubbel overbruggingsrecht. Zij moeten hun aanvraag indienen voor het overbruggingsrecht omzetdaling.

Voor februari en maart 2021 kunnen enkel zelfstandigen die verplicht gesloten zijn en die hun activiteiten volledig onderbreken nog gebruik maken van het dubbel overbruggingsrecht. Alle andere zelfstandigen, waaronder dus diegene die nog wel verplicht gesloten zijn, maar take away, click and collect organiseren, moeten hun aanvraag indienen voor het overbruggingsrecht omzetdaling.

Hoeveel?

De premie bedraagt het dubbele van het normale overbruggingsrecht: de uitkering van het overbruggingsrecht zal afhankelijk van het bestaan van een gezinslast 2.583,38 euro, dan wel 3.228,20 euro met gezinslast, per maand bedragen.

Voor de periode februari en maart 2021 bedraagt de premie afhankelijk van het bestaan van een gezinslast 1.614,10 euro , dan wel 1.291,69 euro met gezinslast, per maand. Is de zelfstandige minder dan 15 dagen in die maand gesloten, dan bedraagt de premie respectievelijk: 807,05 euro en 645,85 euro per maand.

Ondernemingen die opnieuw hun activiteiten mogen uitoefenen in februari 2021, zoals kappers, Immo-kantoren en campings, hebben voor de maand februari 2021 nog steeds recht op het dubbel overbruggingsrecht.

Op het dubbel overbruggingsrecht moet u geen sociale bijdragen betalen.

Aanvragen

Het overbruggingsrecht vraagt u aan via het sociaal verzekeringsfonds voor 31 december 2020 voor de maanden april, mei en juni 2020, voor 31 maart 2021 voor de maanden juli, augustus en september, voor 30 juni 2021 voor de maanden oktober, november en december en voor 31 september 2021 voor de maanden januari, februari en maart. De overheid heeft beslist het dubbel overbruggingsrecht te verlengen tot 30 juni 2021.

Ondernemingen die verplicht gesloten zijn sinds 2 november 2020 moeten een nieuwe aanvraag voor het dubbele overbruggingsrecht indienen.

5.c) Halve overbruggingsrecht voor zelfstandigen in bijberoep en gepensioneerden

Zelfstandigen in bijberoep die geen aanspraak kunnen maken op het overbruggingsrecht zoals hierboven omschreven en actieve gepensioneerde zelfstandigen die eveneens uit de boot vielen krijgen nu toch een reddingsboei toegeworpen. Voor hen voorziet de overheid nu in een speciale regeling waarbij zij nu recht hebben op een half overbruggingsrecht voor de maanden maart, april, mei en/of juni. De voorwaarden van het ‘volledige’ overbruggingsrecht zijn ook hier van toepassing. Zelfstandigen die gestart zijn na 1 januari 2018 komen niet in aanmerking.

Wie?

Zelfstandigen in bijberoep waarvan de wettelijk verschuldigde voorlopige sociale bijdragen zich tussen 6.996,89 euro en 13.993,77 euro bevinden.

Actieve gepensioneerde zelfstandige waarvan de wettelijk verschuldigde voorlopige sociale bijdragen hoger zijn dan 6.996,89 euro.

Hoeveel?

Het overbruggingsrecht betreft een maximale uitkering van 645,85 euro, en 807,05 euro met gezinslast, per maand. Maximaal, want het bedrag van het halve overbruggingsrecht wordt vermindert afhankelijk van het vervangingsinkomen dat de zelfstandige verkrijgt. Denk bij het vervangingsinkomen aan de werkloosheidsuitkering, pensioen, arbeidsongeschiktheidsuitkering, etc.

Ook dit overbruggingsrecht verdubbelde de overheid (net als het dubbel overbruggingsrecht): de maximale uitkering betreft voor de maanden oktober en/of november: 1.291,69 euro, dan wel 1.614,10 euro met gezinslast.

De combinatie van het halve overbruggingsrecht met het vervangingsinkomen mag maandelijks de 1614,10 euro niet overschrijden. Komt de som van beide uitkeringen boven dit maximale bedrag, dan wordt het bedrag van het halve overbruggingsrecht ingekort tot deze 1615,10 euro per maand.

Krijgt u bijvoorbeeld een pensioen of werkloosheidsuitkering van 1200 euro/maand, dan kan u slechts aanspraak maken op een half overbruggingsrecht van 414,10 euro/maand.

Op het dubbel overbruggingsrecht moet u geen sociale bijdragen betalen.

Aanvraag

Het (half) overbruggingsrecht kunt u aanvragen via uw sociaal verzekeringsfonds. Voor de maand maart voor 30 september 2020, voor april, mei en juni voor 31 december 2020 en voor juli en augustus voor 31 maart 2021 en voor 30 juni 2021 voor de maanden oktober, november en december. U dient de website van uw sociaal verzekeringsfonds hiervoor te raadplegen. De overheid heeft beslist deze steunmaatregel te verlengen tot 30 juni 2021.

Voor de maand juni is het overbruggingsrecht eveneens van toepassing voor zelfstandigen die verplicht moeten sluiten of gedurende 7 opeenvolgende dagen hun activiteiten niet kunnen uitoefenen. Zij dienen voor de maand juni echter wel een nieuwe aanvraag in te dienen bij hun sociaal verzekeringsfonds. De sociaal verzekeringsfondsen verlengen namelijk niet automatisch de aanvraag die heeft plaatsgevonden in de voorgaande maanden.

5. d) Overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart (Relance)

Het relance-overbruggingsrecht is niet meer van toepassing vanaf 2021. Het kan wel nog aangevraagd worden voor de maanden april t.e.m. december 2020.

Voor zelfstandigen die verplicht volledig of gedeeltelijk diende te sluiten door de coronamaatregelen van de overheid hebben recht op een bijkomend overbruggingsrecht. De bijkomende premie is enkel van toepassing voor zelfstandigen in hoofdberoep of zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep. De premie bedraagt evenveel als het volledig overbruggingsrecht: 1.291,69 of 1.614,10 euro per maand.

Het nieuwe overbruggingsrecht kan u aanvragen voor de maanden juni tot en met oktober. Om hierop recht te hebben moet u kijken naar het kwartaal voorafgaand aan de maand waarvoor u de premie aanvraagt. Indien de omzet in die periode gedaald is met minstens 10%, in vergelijking met 2019, heeft men recht op de premie. Voor de maand juni gaat het om het kwartaal waarop de aanvraag van toepassing is in vergelijking met datzelfde kwartaal van het vorige jaar (2de kwartaal 2020 vergelijken met 2de kwartaal 2019)

Dit speciale overbruggingsrecht kan u niet combineren met het volledige of halve overbruggingsrecht, tijdelijk ouderschapsverlof en uitkeringen uitbetaald door een ziekenfonds.

De aanvraag zal net als het volledige en halve overbruggingsrecht verlopen via de sociaal verzekeringsfondsen. U moet uw aanvraag indienen voor 30 september 2020 voor de maand maart, voor 31 december 2020 voor de maanden april, mei en juni, voor 31 maart 2021 voor de maanden juli, augustus en september en voor 30 juni 2021 voor de maanden oktober, november en december.

Op het relance overbruggingsrecht moet u geen sociale bijdragen betalen.

5. E) Overbruggingsrecht omzetdaling

De overheid heeft ter vervanging van het dubbel overbruggingsrecht vanaf 2021 voorzien in een nieuw soort overbruggingsrecht voor zelfstandigen. Zelfstandigen, ongeacht de sector, die in de maanden januari, februari en maart 2021 een omzetdaling van minstens 40% hebben in voorgaande maand, hebben recht op deze premie. De zelfstandige kan dit overbruggingsrecht enkel aanvragen indien hij/zij geen andere financiële uitkering geniet in het kader van de andere overbruggingsrechten. Bovendien moet de zelfstandige minstens 4 kwartalen van de laatste 16 kwartalen zijn/haar sociale bijdrage betaald hebben.

De premie zal beschikbaar zijn voor die zelfstandigen die niet langer verplicht gesloten zijn of die bij de verplichte sluiting toch nog activiteiten uitoefenen, bijvoorbeeld door take away of click & collect.

Om het omzetverlies van 40% aan te tonen moet men vergelijken met dezelfde periode in 2019. Bijvoorbeeld: wil men de premie aanvragen voor februari 2021, dan kijkt men voor het omzetverlies naar januari 2021 in vergelijking met januari 2019. De omzetdaling moet te wijten zijn aan de Covid-19 crisis en is te beoordelen per maand.

De premie bedraagt evenveel als de andere overbruggingsrechten: 1.291,69 of 1.614,10 (met gezinslast) euro per maand. Ook voor meewerkende echtgenote(n)(s) onder het maxistatuut; zelfstandigen in bijberoep, student-zelfstandigen, 65-plussers die de bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep. Zelfstandigen in bijberoep, 65-plussers zonder pensioen (die een bijdrage betalen tussen 370,85 en 741,63 euro) en student-zelfstandige (met een bijdrage van minder dan 741,63 euro) hebben recht op een halve uitkering van 645,85 euro of 807,05 (met gezinslast) euro per maand.

Deze uitkering is wel te combineren met andere vervangingsuitkeringen (andere dan overbruggingsrechten), zoals werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, etc. Hetgeen u krijgt uit deze andere vervangingsuitkeringen houdt het sociaal verzekeringsfonds af van de premie van het overbruggingsrecht, geplafonneerd tot het bedrag van het overbruggingsrecht.

Op het overbruggingsrecht omzetdaling moet u geen sociale bijdragen betalen.

Aanvraag.

De aanvraag zal net als het volledige en halve overbruggingsrecht verlopen via de sociaal verzekeringsfondsen. Zij vragen om de omzetdaling aan te tonen een attest van de boekhouder, het bewijs uit het dagboek of rekeninguittreksels, etc en de gemotiveerde verklaring om het verband hiervan aan te tonen met Covid-19. U moet uw aanvraag indienen voor 30 september 2021 voor de maanden januari, februari en maart 2021. De overheid heeft beslist het  overbruggingsrecht omzetdaling te verlengen tot 30 juni 2021.

Per maand zal u een nieuwe aanvraag moeten indienen, waarbij het sociaal verzekeringsfonds bij elke aanvraag nieuwe omzetcijfers verlangd.

6) Financiële steunmaatregelen

De overheid heeft met de banksector een akkoord kunnen treffen over het verlenen van betalingsuitstel aan bedrijf en gezinnen.

Betalingsuitstel hypothecair woonkrediet

Particulieren kunnen voor de hypothecaire lening van hun gezinswoning (die hun enige woning is) betalingsuitstel verkrijgen tot maximaal 31 oktober 2020. De maatregel is echter aan heel wat voorwaarden verbonden, waardoor vele gezinnen alsnog uit de boot zullen vallen. Zo geldt het betalingsuitstel normaal voor zowel de kapitaal- als interestaflossingen. Na de periode waarvoor u uitstel heeft verkregen, zal de bank echter wel de uitgestelde interesten mogen verrekenen indien het maandelijks netto gezinsinkomen hoger ligt dan 1700 euro. Het aanrekenen van administratie- en dossierkosten door de bank is steeds uit ten boze.

Particulieren die van het betalingsuitstel gebruik willen maken moeten aantonen dat de inkomsten gedaald zijn door het coronavirus. Dit doordat zij geconfronteerd zijn met een situatie van tijdelijke werkloosheid, ziekte of sluiting van hun onderneming. Op 1 februari 2020 mag op het betreffende woningkrediet nog geen betalingsachterstand bestaan en mag uw totaal roerend vermogen (dit wil zeggen de gelden op zicht-, spaarrekeningen en beleggingsportefeuilles) niet gelijk zijn aan of hoger zijn dan 25 000 euro.

Betalingsuitstel ondernemingskredieten

Alle levensvatbare zelfstandigen, KMO’s en niet-financiële bedrijven hebben recht op betalingsuitstel zonder kosten tot 31 oktober 2020. Het betalingsuitstel geldt enkel voor de kapitaalaflossingen en niet voor de interestaflossingen.

Om van het betalingsuitstel gebruik te kunnen maken moet de onderneming aan volgende voorwaarden voldoen:

  • De onderneming wordt geconfronteerd met betalingsproblemen, doordat de inkomsten van de onderneming gedaald zijn/zullen dalen; er geheel of gedeeltelijk beroep wordt gedaan op de tijdelijke werkloosheid van de werknemers of omdat de overheid heeft bevolen tot de sluiting van de onderneming.
  • Op 1 februari 2020 mag de onderneming geen betalingsachterstand had opgelopen of op 29 februari 2020 een betalingsachterstand hebben gehad van 30 dagen of meer.
  • De onderneming is gevestigd in België.
  • De onderneming moet aan alle banken aan haar contractuele kredietverplichtingen voldaan hebben gedurende de laatste 12 maanden voorafgaand aan 31 januari 2020 en zij doorloopt momenteel geen actieve kredietherstructurering.
  • Het betalingsuitstel is enkel van toepassing op kredieten met een vast aflossingsplan, kaskredieten en vaste voorschotten.

Indien u gebruik wil maken van het betalingsuitstel en u denkt onder de voorgenoemde voorwaarden valt, zal u contact willen opnemen met uw bank.

Moet een onderneming omwille van het coronavirus een nieuw krediet aangaan tussen 22 maart 2020 en 30 september 2020 dan is dit krediet gewaarborgd door de overheid. Om onder dit stelsel te vallen moet het zoals hierboven eveneens gaan om levensvatbare zelfstandigen, KMO’s en niet-financiële ondernemingen. Ook enkel ondernemingen die geen betalingsachterstand hadden op 1 februari 2020 of een betalingsachterstand hadden van minder dan 30 dagen op 29 februari 2020 komen in aanmerking. Op deze kredieten is een maximumrente van 1,25 procent (+ extra kosten) van toepassing.

7) Fiscale steunmaatregelen

Ook de FOD Financiën doet haar duit in het zakje tijdens deze crisis. Om ondernemers wat financiële ademruimte te geven heeft ze alvast navolgende fiscale steunmaatregelen aangekondigd.

a. Uitstel aangiftes vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting niet-inwoners

Voor het indienen van de aangiftes vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting niet-inwoners krijgt u uitstel tot 30 april middernacht. Dit uitstel geldt enkel voor de aangifte met uiterste datum lopende van 16 maart t.e.m. 30 april 2020.

b. Uitstel BTW- aangiften

Voor de periodieke btw-aangiftes worden de termijnen als volgt verlengd:

  • juni 2020: uitstel tot 10 augustus 2020
  • kwartaal 2 2020: uitstel tot 10 augustus 2020
  • juli 2020: uitstel tot 10 september 2020

Voor de intracommunautaire opgaves worden de termijnen als volgt verlengd:

  • februari 2020: uitstel tot 6 april 2020
  • maart 2020: uitstel tot 7 mei 2020
  • kwartaal 1 2020: uitstel tot 7 mei 2020
  • april 2020: uitstel tot 5 juni 2020

c. Uitstel jaarlijkse klantenlisting

De termijn voor het indienen van de jaarlijkse klantenlisting is verlengd tot 30 april 2020. Maar indien u uw activiteit reeds hebt stopgezet, krijgt u tijd tot het einde van de 4de maand na het stopzetten van de btw-activiteit.

d. Uitstel betaling BTW, bedrijfsvoorheffing

De overheid heeft beslist om een automatisch uitstel van betaling te verlenen van twee maanden voor navolgende betaling van belastingen, en dit zonder er boetes of intresten aan te rekenen.

Inzake btw-aangiften wordt de betalingstermijn als volgt verlengd:

  • juni 2020: uitstel tot 10 augustus 2020
  • kwartaal 2 2020: uitstel tot 10 augustus 2020
  • juli 2020: uitstel tot 10 september 2020

Voor wat betreft de aangiften bedrijfsvoorheffing kent de overheid betalingsuitstel als volgt toe:

  • februari 2020: uitstel tot 13 mei 2020
  • maart 2020: uitstel tot 15 juni 2020
  • kwartaal 1 2020: uitstel tot 15 juni 2020
  • april 2020: uitstel tot 15 juli 2020

Dit jaar moet u geen decembervoorschot betalen op de btw voor de verrichtingen van het vierde kwartaal 2020 (bij kwartaalaangiften) of de maand december 2020 (bij maandaangiften).

e. Uitstel betaling personenbelasting en de vennootschapsbelasting

Wat de betaling van personenbelasting, vennootschapsbelasting, belasting niet-inwoner en rechtspersonenbelasting betreft kent de fiscus zonder nalatigheidsinteresten een extra termijn van 2 maanden toe. Dit geldt enkel voor afrekening van de belastingen, aanslagjaar 2019, ná 12 maart 2020.

Voor belastingen ingediend vóór 12 maart 2020 gelden enkel de eerder aangekondigde steunmaatregelen.

f. Voorafbetalingen inkomstenbelastingen

Om vennootschappen en zelfstandigen met liquiditeitsproblemen door het coronavirus wat ademruimte te geven heeft de regering de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van het derde en vierde kwartaal verhoogd. De overheid sluit hierbij wel de ondernemingen die een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doorvoeren of dividenden betalen of toekennen tussen 12 maart en 31 december 2020 uit. Zelfstandigen die door deze maatregelen meer bonificatie wegens voorafbetaling zouden verkrijgen zijn eveneens uitgesloten.

Personenbelasting:          VA1: 3% , VA2: 2,5% , VA3: 2,25%  , VA4: 1,75%

Vennootschapsbelasting: VA1: 9% , VA2: 7,5% , VA3: 6,75% (normaal 6%) , VA4: 5,25% (normaal 4,5%)

De percentages van de vermeerderingen en de data van de voorafbetalingen blijven echter dezelfde.

8) Afbetalingsplannen

Indien uw bedrijf betalingsmoeilijkheden zou ondervinden door het coronavirus heeft de overheid enkele afbetalingsplannen voorzien. Zowel voor de sociale werkgeversbijdragen, btw, bedrijfsvoorheffing, personen- en vennootschapsbelasting kan u een afbetalingsplan aanvragen. De voordelen hiervan zijn legio: de gespreide betaling van de schuld en de vrijstelling van eventuele boeten.

Afbetalingsplan RSZ

Voor de aanvraag van het afbetalingsplan van de RSZ kan u op de website van de sociale zekerheid terecht. Onderaan deze site vindt u het formulier “aanvraag minnelijk betalingsplan” . Werkgevers kunnen hierbij minnelijke betalingstermijnen aanvragen voor de socialezekerheidsbijdragen voor het eerste en tweede kwartaal 2020.

Afbetalingsplan fiscus

Net zoals bij de RSZ voorziet de fiscus ondersteunende maatregelen zodat bedrijven die economisch kwetsbaar zijn, bescherming vinden.

De bovengenoemde betalingsplannen inzake btw, bedrijfsvoorheffing, personen- en vennootschapsbelasting vallen onder dezelfde voorwaarden. De aflossingsplannen lopen tot en met 30 juni 2020.  Zo wil de overheid de aflossingen spreiden en is er vrijstelling van boetes. Hiervoor zal de onderneming wel moeten kunnen aantonen dat de betalingsmoeilijkheden verband houden met het coronavirus.

Via een specifiek formulier kan u de aanvraag indienen. Dit kan zowel via e-mail als via de post naar het Regionaal Invorderingscentrum (RIC) bevoegd voor de postcode van je woonplaats (natuurlijk persoon) of zetel (rechtspersoon). U krijgt in principe antwoord binnen de 30 dagen na de aanvraag.

9) Vermindering en uitstel sociale bijdragen

Vooreerst kan u aanvraag doen voor uitstel van betaling voor sociale bijdragen van 1 jaar aan het sociaal verzekeringsfonds. Dit heeft geen invloed op de uitkeringen of eventuele verhogingen. De aanvragen voor betalingsuitstel voor alle kwartalen van 2020 dient u in te dienen voor 15 december 2020.

Daarnaast kan u bij het sociaal verzekeringsfonds een aanvraag doen om vermindering van uw sociale bijdrage te verkrijgen. De omvang van de vermindering is te bepalen door het sociaal verzekeringsfonds. Zij doen dit op basis van de toelichting terzake (bijv. daling in verkoop/bestellingen, vermindering van het zakencijfer).

De aanvraag moet ten minste de naam, voornaam en woonplaats van de betrokken natuurlijke persoon, of de naam, zetel en het ondernemingsnummer van de onderneming bevatten.

10) Geen sancties bij vertraging federale overheidsopdrachten

De overheid voorziet enige flexibiliteit indien u kan aantonen dat u vertraging oploopt of uw opdracht niet kan uitvoeren door het coronavirus. Zo zullen er geen boetes of sancties volgen voor de dienstverleners, bedrijven of zelfstandigen.

Conclusie

We zijn in volle crisis, maar we moeten er samen door. De overheid doet er ook alles aan om de ondernemingen financieel te steunen. De verschillende steunmaatregelen evolueren ook iedere dag. Wij houden de vinger aan de pols en blijven u zo goed mogelijk informeren.

Lees zeker ook onze blog over wat u kan doen voor uw vennootschap in deze tijden van het coronavirus.

aternio wil u zo goed mogelijk op de hoogte brengen van de steunmaatregelen in deze coronacrisis. Hiervoor stellen wij een virtuele assistent op onze website ter beschikking. Stel er al uw vragen (over de corona steunmaatregelen) aan!