De basis van deze vraag is terug te vinden in de Anti-Witwaswetgeving van 11 januari 1993. Deze wet bepaalt dat¬†onder meer banken, advocaten, notarissen en economische beroepen verplicht zijn om de uiteindelijke begunstigden van hun klanten te identificeren¬†en hun identiteit te verifi√ęren.

De vennootschappen, andere rechtspersonen en juridische constructies moeten aldus de identiteit van hun uiteindelijke begunstigden aan hun bank, notaris, etc. meedelen. Zonder deze informatie mogen zij immers geen zakelijke relatie met de klant aangaan of aanhouden.

Ook vzw’s ontsnappen niet aan deze verplichting.

Uiteindelijke begunstigde?

De uiteindelijke begunstigde is de natuurlijke persoon (of personen) voor wiens rekening of ten voordele van wie een verrichting wordt uitgevoerd of een zakelijke relatie wordt aangegaan of die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke controle heeft over de cli√ęnt.

Voor rechtspersonen, zoals een stichting of een vzw, of voor enige andere juridische structuur zonder rechtspersoonlijkheid zijn de uiteindelijke begunstigden:

Рindien de toekomstige begunstigden al zijn aangewezen,  de natuurlijke personen die de begunstigden zijn van 25% of meer van het vermogen van de rechtspersoon of van de juridische constructie;

Рindien de natuurlijke personen die de begunstigde van de rechtspersoon of van de juridische constructie zijn, nog niet zijn aangewezen,  de in abstracto gedefinieerde groep van personen, in wier belang de rechtspersoon of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of hoofdzakelijk werkzaam is;

– de natuurlijke personen hebben de controle over 25% of meer van het vermogen van der rechtspersoon of van de juridische constructie.

Leden?

De vzw¬†is echter een speciaal geval. De term ‚Äúuiteindelijk begunstigde‚ÄĚ blijkt in de praktijk niet altijd duidelijk voor een vzw.

De vzw-wet bepaalt immers dat een vereniging zonder winstoogmerk een maatschappelijk doel moet nastreven en dat zij haar middelen moet aanwenden ter realisatie van dit maatschappelijk doel. De middelen van de vereniging niet kunnen worden uitgekeerd aan de leden. Een vereniging zonder winstoogmerk mag dan ook geen stoffelijk voordeel aan haar leden verschaffen.

De leden van een vzw zijn bijgevolg niet te beschouwen als een uiteindelijke begunstigde.

Bestuurders?

In de Commissie voor de Financi√ęn en de Begroting werd door Volksvertegenwoordiger Vercamer de vraag gesteld of de bestuurders van een vzw (steeds) de uiteindelijke begunstigden zijn en wat de eventuele fiscale implicaties hiervan zijn.

Volgens de Minister van Financi√ęn kunnen ook andere personen dan de bestuurders van een vzw¬†de uiteindelijk begunstigden zijn. Voor zover personen vermogen inbrengen in de vzw¬†en zeggenschap hebben over het gebruik van dat vermogen, moeten zijn ook als uiteindelijke begunstigden worden ge√Įdentificeerd.

Dit is dus niet noodzakelijk de persoon die de vzw bestuurt en de vzw kan vertegenwoordigen ten aanzien van derden, maar wel de persoon die een mandaat heeft in het bestuur en zo een controle of zeggenschap heeft over zijn inbreng, zonder echter noodzakelijk bevoegd te zijn om de vereniging te vertegenwoordigen ten aanzien van derden.

Een loutere verwijzing naar de bijlage in het Belgisch Staatsblad (waarin bestuurders werden gepubliceerd) is dan ook onvoldoende.

Het loutere aangeduid zijn als uiteindelijke begunstigde heeft voor de bestuurders gelukkig geen invloed op hun fiscale situatie. De belastbaarheid en de kwalificatie van de sommen die een vzw aan haar bestuurder zou betalen of toekennen, moeten namelijk steeds worden beoordeeld op basis van de bepaling van het wetboek inkomstenbelastingen.

Bron:¬†Verslag Commissie Financi√ęn 2 maart 2016