Nu de corona-storm stilaan wat is gaan liggen, beginnen de economische gevolgen van de crisis ook in België zichtbaar te worden. Bepaalde ondernemingen zijn helaas niet ongeschonden uit de crisis gekomen. Zij zulllen misschien genoodzaakt zijn herstructuringen door te voeren.

In dit kader willen we de fiscale vrijstelling voor “sociaal passief” nog even onder de aandacht brengen. Wat houdt dit precies in? Wat zijn de voorwaarden? We frissen het even voor u op.

Sociaal passief

Op 1 januari 2014 werd het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden in België van kracht. Door dit eenheidsstatuut zijn de opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden gelijkgeschakeld.  In de praktijk betekent dit thans (meestal) langere opzegtermijnen en hogere ontslagkosten voor de werkgever. Om deze extra kost ietwat te kunnen opvangen werd met ingang vanaf 1 januari 2019 de fiscale vrijstelling voor “sociaal passief” ingevoerd.

Met herstructuringen van ondernemingen gaan vaak ontslagen of herplaatsingen van werknemers gepaard. Dit heeft uiteraard een kost, zoals bijvoorbeeld de ontslagvergoedingen. Deze geraamde kost voor de werkgever, noemt men het zogenaamde sociaal passief.

Fiscale vrijstelling

Voor wie?

Werkgevers kunnen ervoor kiezen om jaarlijks een bepaald bedrag af te trekken van hun belastbare winsten of baten.

De fiscale vrijstelling voor sociaal passief geldt voor alle werkgevers, zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting, ook al ondervonden zijn geen meerkost door de invoering van het eenheidstatuut. Een vzw die bijvoorbeeld aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen valt evenwel uit de boot.

Het moet concreet gaan om werknemers die minstens 5 jaar anciënniteit hebben na 1 januari 2014. Zoals gezegd zal de eerste effectieve vrijstelling voor sociaal passief derhalve pas mogelijk zijn vanaf 1 januari 2019.

De werkgever kan de vrijstelling voor sociaal passief toepassen zolang de werknemer in dienst is. Bij ontslag (om gelijk welke reden) moet hij de eerder vrijgestelde winst/baat opnemen onder de winsten/baten van het belastbaar tijdperk waarin de tewerkstelling een einde neemt.

Hoeveel vrijstellen?

Het vrij te stellen bedrag is afhankelijk van het aantal dienstjaren van de betrokken werknemer:

  • 3 weken loon per begonnen dienstjaar vanaf het 6de dienstjaar (sinds invoering van het eenheidsstatuut)
  • 1 week loon per bijkomend, begonnen dienstjaar vanaf het 21ste dienstjaar (sinds invoering van het eenheidsstatuut)

Het maximale bruto maandloon (als berekeningsbasis  voor de vrijstelling) wordt beperkt als volgt:

  • 100% van het maandloon tot 1.500,00 euro;
  • 30% van het maandloon van 1.500,01 euro tot 2.600,00 euro of 330,00 euro vrijstelling;
  • Geen bijkomende vrijstelling voor het maandloon hoger dan 2.600,00 euro.
Vervolgens berekent u de wekelijkse bezoldiging door de factor x 3/13  toe te passen op de maandbezoldiging.

De vrijstelling moet bovendien gespreid te worden over vijf jaar,  in schijven van telkens 1/5e van het totale passief.

Voornoemde bedragen kunnen jaarlijks worden geïndexeerd, afhankelijk van de budgettaire ruimte.

Formaliteiten

Om te kunnen genieten van de vrijstelling dient de werkgever elk jaar een lijst van zijn werknemers te bezorgen aan de FOD Financiën. Voor elke werknemer moet hij de volledige identiteit; de datum van indiensttreding; de anciënniteit verworven binnen het eenheidsstatuut; en de bruto belastbare bezoldigingen vermelden.

Boekhouding

Volgens het CBN-advies van 2018/21 is voor de vrijstelling voor sociaal passief geen  boeking nodig. Volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen kan de vennootschap de vrijstelling niet boeken onder de belastingvrije reserves, aangezien er fiscaal geen voorwaarde geldt dat het bedrag in het vermogen van de vennootschap behouden blijft (de zogenaamde “ontastbaarheidsvoorwaarde”).

De terugname van deze vrijstelling wanneer de werknemer de onderneming verlaat, zal een verhoging van de belastbare winst van de vennootschap tot gevolg hebben. Ook op dat ogenblik is geen boeking vereist. Deze verhoging zal verminderd worden met de kosten die met het ontslag gepaard gaan (verbrekingsvergoeding, loon tijdens de opzegtermijn).

De vrijstelling verwerkt men dus gewoon via de fiscale aangifte zodat de belastingen op het resultaat van het boekjaar dalen. Bij gebrek aan winst gaat de vrijstelling echter definitief verloren. De vrijstelling voor sociaal passief is immers niet overdraagbaar.