Een private privak is een niet-genoteerde beleggingsvennootschap via hetwelk  private beleggers risicodragend investeren in niet-genoteerde ondernemingen. Dit private equity vehikel biedt investeerders de mogelijkheid om te beleggen in ondernemingen zonder gebruik te maken van een eigen vennootschap. Het fiscaal vriendelijk karakter van een private privak is een absolute bonus.

Door een gemis aan flexibiliteit is het succes echter zeer beperkt gebleven. Daarom is in de zomer van 2018 de private privak, voor de derde keer sinds haar wettelijke invoering in 2003, aangepast. Is het ditmaal de goed keer?

Versoepeling juridisch kader

Voortaan kan de private privak werkelijk controle uitoefenen over de vennootschappen  in haar portfolio. Hiermee wordt één van de grote hindernissen weggenomen die succes in de weg stonden. Het is nu immers mogelijk dat de private privak actief betrokken is bij het beleid van de vennootschappen waarin zij investeert. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten door aanwezigheid in het bestuur of door het geven van adviezen.

Een tweede hindernis die is opgeruimd betreft de duurtijd van de private privak. De initiële maximale looptijd van 12 jaar is voortaan verlengbaar. Indien de statuten dit voorzien kunnen de aandeelhouders tot tweemaal verlengen, telkens met een periode van maximaal 3 jaar. Dit is mogelijk nuttig in moeilijke economische tijden. Een verlenging vereist een goedkeuring door 90% van de stemmen die minstens 50% van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.

De minimale investering van een belegger in de private privak bedraagt nu 25.000 euro. Door de oorspronkelijke  drempel van 100.000 euro te verlagen komt een bredere groep van beleggers in aanmerking. Om niet te vallen onder de regels van openbare aanbiedingen moet het aanbod evenwel worden voorgesteld aan minder dan 150 investeerders.

Het aantal investeerders of aandeelhouders blijft ongewijzigd, ten minste zes niet-verbonden aandeelhouders zijn vereist. Aandeelhouders met stemrecht mogen in principe niet met elkaar verbonden zijn in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen. Verbonden aandeelhouders kunnen ervoor kiezen om als één aandeelhouder te worden beschouwd. Aandeelhouders die door familiale of aanverwante band tot de vierde graad met elkaar verbonden zijn, worden als één aandeelhouder gerekend.
Binnen de private privak is de creatie van verschillende compartimenten mogelijk. Dit zijn van elkaar onderscheiden delen zodat winst of verlies van het ene compartiment geen impact heeft op mogelijke dividenduitkeringen van een ander compartiment. Een compartiment vereist minimaal 6 niet verbonden aandeelhouders.

Belastinghervorming

Aan een private privak zijn een aantal fiscale gunstregelingen verbonden. Hierdoor is de private privak zelf nagenoeg vrijgesteld van belastingen. Voor de investeerder heeft de private privak het grote voordeel dat zij fiscaal neutraal is. Een minder gunstige fiscale behandeling dan een rechtstreekse investering is aldus uitgesloten. Indien de private privak haar wettelijke verplichtingen niet nakomt zal zij aan het normale stelsel van vennootschapsbelasting onderworpen worden.

Een voorafgaandelijk en blijvend inschrijving op de lijst van de private privaks bij de FOD Financiën is  vereist. Deze inschrijving houdt geen enkele beoordeling in van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen of van de positie van de private privak.

Nieuw is de invoering van een belastingvermindering voor de minderwaarden die worden gerealiseerd op aandelen van een private privak opgericht vanaf 1 januari 2018. Deze vermindering is wel niet combineerbaar met ‘Tax Shelter for start-ups”. Naar aanleiding van de totale verdeling van de activa van de private privak geldt een belastingvermindering gelijk aan 25% van deze minderwaarde, met een plafond van 25.000 €. De minderwaarde is gelijk aan het bedrag van het geïnvesteerde kapitaal verminderd met  (a) de ontvangen som bij verdeling en (b) de dividenden die de aandeelhouder heeft ontvangen.

Er is ook een indirect VVPRbis regime gecreëerd. Hierdoor kunnen investeerders toch genieten van de verlaagde roerende voorheffing van 15% of 20%. Vanzelfsprekend moet de private privak dan geïnvesteerd hebben in VVPRbis-aandelen.

Om dubbele belasting van dividenden te voorkomen, is een vrijstelling van roerende voorheffing ingevoerd bij  doorstorting van Belgische dividenden door de privak. Dit kan louter indien er roerende voorheffing verschuldigd was en deze niet is gecrediteerd door de private privak.

Conclusie

Dankzij de herwerkte juridische en fiscale regels is de private privak absoluut interessant. Het is een flexibel, fiscaal transparant en tijdelijk vehikel waarin meerdere personen kunnen beleggen in interessante investeringsdossiers. Voor niet-genoteerde ondernemingen kan het een mogelijk alternatief zijn voor bankkredieten en beursnoteringen ter financiering van hun investeringsprojecten.

Contacteer onze juristen bij specifieke vragen met betrekking tot de private privak.