Nieuw samengestelde gezinnen oogsten al lang geen verwonderde blikken meer. De begrippen “plusouder en pluskind“, de hedendaagse varianten voor stiefouders en stiefkinderen, zijn helemaal ingeburgerd in onze samenleving. Het gaat niet meer goed in uw “oorspronkelijke” gezin? Dus u besluit om de wegen de laten scheiden en andere familiale oorden op te zoeken. Fijn voor u, maar, staat u ook stil bij het mogelijke prijskaartje dat hier aan kan hangen? Dit is vooral een issue indien één van de ouders zou overlijden en er “behoeftige” niet-gemeenschappelijke kinderen zijn.

We halen deze regeling nog even van onder het spreekwoordelijke stof.

Wettelijke regel

De regel is dat de langstlevende partner het vruchtgebruik over de nalatenschap van de overleden partner erft, wanneer deze tot de nalatenschap komt met afstammelingen van de overledene. Dit is dus ook zo in een nieuw samengesteld gezin.

Hier ontdekken we alvast een eerste mogelijke conflicthaard. Het vruchtgebruik dooft namelijk pas uit wanneer ook de vruchtgebruiker “uitdooft”. Concreet zullen de kinderen pas de volle eigendom verkrijgen, wanneer ook de vruchtgebruiker overleden is.  In een klassieke gezinssituatie is dit vaak nog te aanvaarden. Het zal echter minder makkelijk te verteren zijn wanneer die langstlevende partner, de plusouder is van de kinderen. Nog lastiger is het wanneer de vooroverleden ouder voor een aanzienlijk jongere pluspartner heeft gekozen. De kinderen moeten dan mogelijk nog lang wachten op hun erfenis (in volle eigendom).

Op financieel niveau gaat er door het overlijden bovendien een onderhoudsplichtige ouder verloren. Financiële problemen inzake de opvoeding en het onderhoud zijn niet ondenkbeeldig.

De wetgever voorziet in een compensatie indien er zich zo’n samenloop voordoet tussen een langstlevende plusouder en niet-gemeenschappelijke kinderen.

Omzetting vruchtgebruik door de plusouder 

Zowel de plusouder als de niet-gemeenschappelijke kinderen kunnen op een eenvoudige manier de omzetting van het vruchtgebruik vragen. Dit kan namelijk langs buitengerechtelijke weg, wat wil zeggen dat men het niet voor de rechtbank moet vorderen. Het volstaat dat de “wil tot omzetting” wordt uitdrukt. De omzetting is bovendien een recht. Bij een eventuele betwisting zal de rechter dit niet mogen weigeren. Deze werkwijze moet escalerende conflicten vermijden in nieuw samengestelde gezinnen.

Enkele randbemerkingen:
– het omzettingsrecht komt alleen toe aan een niet-gemeenschappelijke kind, een geadopteerd kind of een afstammeling van deze of aan de langstlevende die tot de nalatenschap komt met niet-gemeenschappelijke kinderen. Gemeenschappelijke kinderen hebben dit initiatiefrecht niet.
– het omzettingsrecht geldt bovendien niet voor de gezinswoning en de huisraad. Omzetting van dit vruchtgebruik behoeft steeds de instemming van de langstlevende.

Instantveroudering van de plusouder

Omzetting van het vruchtgebruik klinkt dus best wel aanlokkelijk. Maar, ook dit zou tot vervelende situaties kunnen leiden, indien de langstlevende plusouder nog relatief jong is.

Het burgerlijk wetboek voorziet daarom in een instantveroudering van de langstlevende pluspartner (artikel 745 quinquies, §3 BW). Door deze techniek wordt de langstlevende partner onmiddellijk geacht wordt 20 jaar ouder te zijn dat het oudste stiefkind. Het omzetten van het vruchtgebruik wordt zo opnieuw terug aantrekkelijker. De waarde van het vruchtgebruik daalt hierdoor aanzienlijk, want deze wordt namelijk berekend op basis van de leeftijd van de vruchtgebruiker. Daarmee samenhangend stijgt ook de waarde van de blote eigendom van de kinderen.

Assepoesterclausule

Een tweede compensatiemogelijkheid die de wetgever heeft voorzien, is de zogenaamde “Assepoesterclausule“. Deze clausule treedt in werking wanneer de plusouder via het huwelijksvermogensrecht, het erfrecht, dan wel via een schenking of bij testament, iets van de overleden ouder ontvangen heeft. In dat geval ontstaat er onderhoudsverplichting van de plusouder tegenover de niet-gemeenschappelijke kinderen.

U schrikt, onderhoudsverplichting? Dat is toch enkel voor de “biologische” ouders tegenover hun kinderen? Ja, maar: het is geen onderhoudsvordering stricto senso en ook geen vordering tot levensonderhoud. Het is een verplichting die aan de pluspartner wordt opgelegd, maar die zich beperkt tot een strikt geldelijke bijdrage en enkel indien de eigen inkomsten van de kinderen niet volstaan. We merken dus wel een aantal voorwaarden op.

Deze regel is van openbare orde, waardoor het dus niet mogelijk is om hiervan afstand te doen. Het vormt bovendien een persoonlijk recht, toegekend aan de pluskinderen van de langstlevende plusouder. Dit wil zeggen dat de vordering niet kan worden opgenomen in de nalatenschap van de overleden partner.

De Assepoesterclausule zoals beschreven in artikel 203, §3 BW geldt specifiek voor gehuwde partners. Maar een gelijkaardige regeling is ook terug te vinden in artikel 1477, §5 BW, waar het gaat over wettelijk samenwonende partners. Enkel feitelijk samenwonende partners zijn hier niet door gebonden, aangezien zij geen erfrecht hebben tegenover elkaar.

Behoeftigheid?

De Assepoesterclausule vereist geen echte staat van behoeftigheid van het pluskind. Er wordt enkel gekeken naar de inkomsten die de niet-gemeenschappelijke kinderen verwerven uit de goederen van de nalatenschap (voor zover deze erover kunnen beschikken).

Omvang van de financiële bijdrage door de plusouder

Ok, het is duidelijk dat er van de langstlevende plusouder enkel een financiële tussenkomst wordt verwacht. Staat die plusouder dan met zijn of haar hele vermogen in voor het uitvoeren van de vordering? Nee! De omvang van de bijdrage beperkt zich tot dat wat de langstlevende plusouder uit de nalatenschap van de overledene heeft ontvangen. Het gaat dan om de waarde in volle eigendom of de waarde van het vruchtgebruik.

Maar naast het wettelijke erfrecht bestaan er nog wel nog zoiets als planningstechnieken om een langstlevende partner te bevoordelen. Zo kunnen er ook voordelen worden toegekend via een huwelijkscontract, maar ook via schenking of bij testament. Deze voordelen komen ook in aanmerking om de omvang van de financiële bijdrage te bepalen. Het is dus geen optie voor de plusouder om de nalatenschap te verwerpen en zorgeloos te genieten van de andere voordelen die verkregen zijn. Jammer, maar helaas!

Maar hier stopt de optelling nu wel. Het persoonlijk vermogen van de langstlevende plusouder blijft verder buiten beschouwing.

Conclusie

Bezint eer ge herbegint… Weet dat er manieren bestaan, die aan het voorgaande tegemoet kunnen komen.

Contacteer aternio om meer te weten over deze mogelijke oplossingen!