(Para)medische beroepsuitoefenaars, zoals artsen en tandartsen, werken geregeld samen in een samenwerkingsverband om hun kosten te delen. In die zogeheten ‘kostendelende associaties’ of ‘zelfstandige groeperingen van personen’ kan men kosten poolen. Vervolgens zal het samenwerkingsverband deze gepoolde kosten verrekenen onder haar leden. Op btw-vlak loert er evenwel mogelijke ellende om de hoek.

Een nieuwe administratieve circulaire beantwoordt een aantal vragen inzake de praktische toepassingsgevallen en bekijkt of er mogelijk vrijstelling is van btw. De circulaire bespreekt de meest voorkomende associatievormen en het bijhorende btw-regime. Wij geven u hierna een samenvatting van de circulaire die van toepassing is vanaf 1 januari 2020.

Btw-problematiek

In praktijk zorgen samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector voor heel wat btw-problemen. De diensten (bijvoorbeeld verrekeningen van algemene kosten, terbeschikkingstelling van personeel en infrastructuur) die een associatie voor haar leden verricht en vervolgens verrekend naar de leden kunnen immers onder btw vallen. Het samenwerkingsverband is namelijk een afzonderlijke btw-plichtige ten aanzien van haar leden.

Deze diensten zijn alsnog vrijsteld zijn van btw op voorwaarde dat (art. 44, §2bis WBTW) :

  • de leden van het samenwerkingsverband overwegend een activiteit uitoefenen die is vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, §1 WBTW, zoals (para)medische prestaties;
  • de activiteiten van de groepering  voor de leden direct nodig zijn voor hun vrijgestelde activiteit;
  • de aan ieder lid aangerekende vergoeding  enkel de terugbetaling van zijn aandeel in de gezamenlijke uitgaven betreft; én
  • de vrijstelling niet leidt tot concurrentieverstoring.

In het kader van gewijzigde regels voor btw inzake kostendelende verenigingen en de eerdere administratieve circulaire van 12 december 2016  was er heel wat commotie en onduidelijkheden ontstaan in de medische wereld. Het was al die tijd wachten op een nieuwe verduidelijkende circulaire van de fiscus.

De nieuwe circulaire van 5 juni 2019 verduidelijkt nu – eindelijk – deze problematiek.

In de circulaire gaat men na of de verrekening van kosten door de associatie in aanmerking komt voor de btw-vrijstelling voor prestaties van  zelfstandige groeperingen aan haar leden in de zin van artikel 44, §2bis WBTW.

Associatie zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld maatschap of feitelijke vereniging)

Het primair doel van de associatie zonder rechtspersoonlijkheid is het poolen van kosten. Er zijn 4 manieren waarop dit type van associatie zich volgens de fiscus kan organiseren. Zij hebben allen gemeen dat de beroepsbeoefenaars in eigen naam en voor eigen rekening getuigschriften uitreiken voor hun prestaties.

Type 1: associatie poolt enkel kosten en poolt geen inkomsten

De leden storten periodiek bijdragen zodat de associatie de kosten kan betalen. Jaarlijks is er een afrekening waarbij moet worden bijbetaald of terugbetaald.

Gevolg: btw-vrijstelling voor de associatie indien aan de voorwaarden van art. 44, § 2bisWBTW is voldaan.

Type 2: associatie poolt kosten en financieert deze mede door ontvangsten van het Globaal Medisch Dossier (GMD)

De associatie int de GMD-vergoedingen en brengt deze voor elke beroepsbeoefenaar in mindering van de te betalen vergoeding voor de diensten van de associatie.

Jaarlijks is er een afrekening waarbij een bijkomend saldo moet worden gestort of teveel betaalde voorschotten worden terugbetaald.

Gevolg: btw-vrijstelling voor de associatie indien aan de voorwaarden van art. 44, § 2bis WBTW is voldaan.

Type 3: associatie poolt kosten en verdeelt ontvangsten van het GMD via een vooraf bepaalde verdeelsleutel

Na verdeling wordt een eindafrekening gemaakt waarbij GMD-vergoedingen volgens een voorafgaande verdeelsleutel in mindering worden gebracht van de door elk lid te betalen vergoeding voor de diensten van de associatie.

Gevolg: btw-vrijstelling voor de associatie indien aan de voorwaarden van art. 44, § 2bis WBTW is voldaan.

Let op! Indien men de kosten eerst verrekent met de totale GMD-vergoedingen en het saldo vervolgens toewijst aan de leden dan zullen niet alle leden hun eigen aandeel in de kosten dragen. Bijgevolg kan de btw-vrijstelling voor de associatie niet worden toegepast.

Type 4: associatie poolt zowel kosten als ontvangsten

De associatie poolt de kosten en int de ontvangsten in naam en voor rekening van haar leden.

De ontvangsten worden toegewezen aan de leden en doorgestort, na afhouding van het aandeel van het lid in de gemaakte kosten.

Gevolg: btw-vrijstelling voor de associatie indien aan de voorwaarden van art. 44, § 2bisWBTW is voldaan én indien de ontvangsten eerst worden toegewezen aan de leden vooraleer de kosten worden verrekend.

Associatie met rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld besloten vennootschap)

Hier voorziet de circulaire 2 situaties.

Type 1: vennootschap ontvangt de erelonen in naam en voor rekening van de beroepsbeoefenaars

– De beroepsbeoefenaars reiken in eigen naam en voor eigen rekening getuigschriften uit voor hun prestaties.

– De vennootschap ontvangt de honoraria in naam en voor rekening van de beroepsbeoefenaars.

– Vervolgens verrekent de vennootschap de kosten per beroepsbeoefenaar.

Gevolg: btw-vrijstelling indien de toewijzing van de opbrengsten voorafgaat aan de verrekening van de kosten per beroepsbeoefenaar.

Type 2: beroepsbeoefenaars hebben zich georganiseerd in een professionele associatievennootschap

– De (para)medische beroepsbeoefenaars hebben hun activiteit ingebracht in een afzonderlijke professionele vennootschap die de erelonen in naam van de vennootschapontvangt. De vennootschap poolt alle kosten.

– Op de getuigschriften staat het ondernemingsnummer van de vennootschap.

– De medische prestaties van de vennootschap zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, §1 WBTW

– De vennootschap vergoedt de beroepsbeoefenaars voor hun eigen prestaties ten aanzien van de vennootschap. Indien ze dat doen als zelfstandige, aanvaardt de fiscus dat zij niet als afzonderlijk (vrijgestelde) btw-plichtige worden aangemerkt. Indien ze dat doen via hun eigen vennootschap, is deze wel een aparte btw-plichtige. De prestaties die de beroepsbeoefenaar via zijn vennootschap verricht voor de associatievennootschap valt onder de vrijstelling van art. 44, §1 WBTW.

Terbeschikkingstelling praktijk

Een beroepsbeoefenaar, eigenaar van een prakijk (kabinet, wachtzaal, toilet, inkom, …) stelt deze ter beschikking van een of meer andere beroepsbeoefenaars. De andere beroepsbeoefenaars betalen een vaste maandelijkste vergoeding of een vast percentage van hun ereloon voor het gebruik van de praktijk én de infrastructuur. Elkeen treedt in eigen naam en voor eigen rekening op.

De praktijk van de eigenaar (en de huurder) kan in theorie optreden als een zelfstandige groepering die is vrijgesteld op grond van art. 44, § 2bis WBTW. Dit blijkt in de praktijk vaak een heikele zaak omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. Vooral het aspect aanrekening aan kostprijs én prestaties verricht aan patiënten zijn hindernissen. Bijgevolg is er dan btw verschuldigd op de verhuur van (para)medische apparatuur.

Indien ook andere bijkomende diensten, zoals IT of administratieve ondersteuning, worden aangeboden, zijn deze eveneens aan btw onderworpen. Let op, indien de terbeschikkingstelling van het onroerend goed ondergeschikt is aan de andere diensten dan is het geheel, inclusief het aandeel voor het gebruik van het gebouw, onderworpen aan btw.

Ziekenhuis

Het erkend ziekenhuis de erelonen int de erelonen in naam en voor rekening van de associatie van beroepsbeoefenaars die werkzaam zijn in het ziekenhuis. Vervolgens houdt het ziekenhuis een deel van de honoraria in ter dekking van de terbeschikkingstelling van een geheel van (medische)prestaties. De btw-administratie is van oordeel dat deze inhoudingen op de erelonen moeten aanzien worden als een vergoeding voor gezondheidskundige verzorging van de patiënt. Bijgevolg zijn ze vrijgesteld van btw.

Conclusie

(Para)medische beroepsbeoefenaars moeten de werking van hun associatie tegen het licht houden van de nieuwe btw-circulaire van 5 juni 2019. Vanaf 1 januari 2020 zijn de bepalingen opgenomen in de circulaire namelijk van toepassing. aternio helpt u graag met de doorlichting van uw associatie.