Individuele levensverzekeringen en gehuwden in een stelsel van gemeenschap, het is al vele jaren voer voor verwarring en discussie. Bijvoorbeeld: is er een vergoeding verschuldigd, is de verzekeringsprestatie eigen of gemeenschappelijk, wat bij en na een echtscheiding? De nieuwe huwelijksvermogensregels kaderen en verduidelijken het vermogensrechtelijk statuut van uitkeringen van individuele levensverzekeringen.

Individuele levensverzekering

De nieuwe regeling is uitsluitend van toepassing voor uitkeringen van individuele levensverzekeringen en niet voor groepsverzekeringen. Individuele levensverzekeringen vertrekken namelijk vanuit een persoonlijk initiatief van de verzekeringsnemer en vallen, in tegenstelling tot groepsverzekeringen, niet onder  de sociale zekerheidswetgeving. Daarenboven verschillen beide verzekeringen wezenlijk qua financiering en uitbetaling.

Vertrekpunt is  dat het contract van levensverzekering is afgesloten door een verzekeringsnemer die gehuwd is in een gemeenschapsstelsel. De levensverzekeringsuitkeringen kunnen bijvoorbeeld in kapitaal of in afkoopwaarde zijn.

Uitkering tijdens het huwelijk

Klassiek voorbeelden zijn de pensioenspaarverzekering uitgekeerd tijdens het huwelijk of  de beleggingsverzekering afgekocht tijdens het huwelijk.

Indien de premies merendeel betaald zijn met gemeenschappelijke gelden dan zijn de latere uitkeringen tijdens het stelsel gemeenschappelijk. Het is dus onbelangrijk dat een deel van de premies met eigen gelden is betaald, wel zal het eigen vermogen een vergoeding krijgen voor de met eigen middelen betaalde premies.

Zijn de premies daarentegen hoofdzakelijk betaald met eigen gelden dan komt de uitkering  terecht in het eigen vermogen van de begunstigde. In dergelijk scenario ontvangt de huwgemeenschap een vergoeding voor de met gemeenschapsgelden betaalde premies.

Uitkering wegens overlijden

Als de uitkering plaats vindt wegens overlijden zijn twee mogelijkheden te onderscheiden.

1. Levensverzekering afgesloten door een echtgenoot (A) ten gunste van zijn mede-echtgenoot (B)

Dit is wat men noemt een AAB-configuratie, de verzekering is afgesloten door echtgenoot A op zijn eigen hoofd, ten voordele van echtgenoot B. In dit geval zegt de wet dat de uitkering een eigen goed is van de langstlevende (B), ook al zijn de premies uitsluitend met gemeenschapsgelden betaald.

Echtgenoot B is hiervoor geen vergoeding verschuldigd aan de gemeenschap. Het is echter niet uitgesloten dat er sprake is van een schenking indien zou blijken dat er intentie was om te begiftigen. Schenkingen die onrechtstreeks via aan levensverzekering tot stand komen zijn onderworpen aan inkorting.  Voor zover dit uitdrukkelijk bedongen is in de verzekeringsovereenkomst, ook aan inbreng.

2. Levensverzekering afgesloten door een echtgenoot (A) die het overlijdensrisico van zijn mede-echtgenoot (B) wil dekken ten gunste van zichzelf (A)

Dit is wat men noemt een ABA-contract. Ook in dit geval is de uitkering een eigen goed van de langstlevende (A), zelfs al zijn de premies met gemeenschapsgelden betaald. In tegenstelling tot vorig scenario is wel degelijk een vergoeding verschuldigd aan de huwgemeenschap.

Geen opeisbare uitkering bij ontbinding van het stelsel

Twee scenario’s zijn mogelijk. Primo het stelsel wordt ontbonden door echtscheiding of door conventionele omzetting naar een ander huwelijksstelsel. Secundo¬†het is de begunstigde van het levensverzekeringscontract die overlijdt en niet de verzekerde. In beide gevallen is¬†de verzekeringsprestatie niet opeisbaar bij de ontbinding van het huwelijk.

De kwalificatieregels bepalen dat de vorderbare netto-afkoopwaarde van het verzekeringscontract, op datum van ontbinding van het stelsel, een eigen goed is van de verzekeringnemer. Wanneer meer dan de helft van de premies zijn betaald door de gemeenschap, dan heeft de huwgemeenschap recht op een vergoeding. Deze vergoeding kan nooit kleiner zijn dan  de betaalde premies.

Toepassing in de tijd

De besproken regels gelden voor verzekeringsprestaties verschuldigd vanaf 1 september 2018.  Ze zijn ook van toepassing voor de berekening van afkoopwaarden vanaf 1 september 2018.

Voormelde regels inzake het vermogensrechtelijk statuut van uitkeringen van individuele levensverzekeringen zijn echter niet van dwingende aard. Middels huwelijkscontract kunnen andere schikkingen worden getroffen met betrekking tot hun individuele levensverzekeringen.