Als ondernemer of bestuurder wil u natuurlijk dat alles goed gaat met uw onderneming, helaas is dit niet altijd zo. De oorzaken hiervan kunnen divers zijn, maar de verantwoordelijkheid als ondernemer of bestuurder verdwijnt niet met de slechte tijden. Het leidt niet de minste twijfel dat Covid-19 heel wat roet in de continuïteit van het ondernemingseten gooit.

Uw externe accountant is er niet alleen om u bij te staan, maar ook om u te waarschuwen. Rekening houdend met de bepalingen opgenomen in het Wetboek economisch recht (WER) is de externe accountant verplicht om een klant-onderneming schriftelijk en omstandig in te lichten wanneer de continuïteit van de economische activiteit van de onderneming in het gedrang kan komen. Schrik dus niet als u ter zake een formele kennisgeving ontvangt van uw accountant.

Wettelijk kader

Meer dan tien jaar geleden, meer bepaald in 2009, werd met de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO) een juridische basis gelegd voor ondernemingen in moeilijkheden. Sinds 1 mei 2018 is het insolventierecht opgenomen in Boek XX WER. In het insolventierecht is er een actieve rol weggelegd voor de externe accountant (ITAA) en de bedrijfsrevisor (IBR).

Artikel XX 23, § 3 WER bepaalt namelijk het volgende:

“De externe accountant (…) en de bedrijfsrevisor die in de uitoefening van hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van de economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen brengen, lichten deze laatste hiervan schriftelijk op een omstandige wijze in, in voorkomend geval via zijn bestuursorgaan. Indien de schuldenaar binnen een termijn van een maand vanaf die kennisgeving niet de nodige maatregelen treft om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van twaalf maanden te waarborgen, kan de externe accountant, (…) de bedrijfsrevisor de voorzitter van de ondernemingsrechtbank daarvan schriftelijk inlichten. (…)”

Weet dat de beroepstitel van boekhouder en boekhouder-fiscalist (BIBF) ondertussen niet meer bestaat. Deze cijferberoepers dragen allen de nieuwe titel van accountant. De oude titel van accountant (IAB) is vervangen door deze van gecertificeerd accountant. Voor de toepassing van artikel XX 23, § 3 WER zijn de externe (gecertificeerde) accountants (ITAA) gevat.

Aard van de opdracht

Het is de externe accountant die op eigen initiatief de onderneming, in voorkomend geval het bestuursorgaan, op schriftelijke en omstandige wijze inlicht. Het betreft vaststellingen, in de uitoefening van de opdracht, die naar het oordeel van de accountant de economische activiteit in het gedrang kunnen brengen.

De aard van de accountantsopdracht doet niets ter zake. M.a.w. het kan bijgevolg zowel gaan om een eenmalige als een doorlopende opdracht. Het is evenmin zo dat de accountant systematisch en/of georganiseerd onderzoek moet doen naar continuïteitsbedreigende feiten.

Gewichtige en overeenstemmende feiten

De vaststellingen door de accountant betreffen gewichtige en overeenstemmende feiten.

Boek XX, art. 23, § 1 en 2 WER voorziet in een aantal feiten die kunnen wijzen op de mogelijke bedreiging van de continuïteit van de onderneming, met name:

  • veroordelende verstekvonnissen en vonnissen op tegenspraak uitgesproken, waarbij de gevorderde hoofdsom niet is betwist;
  • vonnissen waarbij een handelshuurovereenkomst wordt ontbonden ten laste van de huurder, waarbij een door deze laatste gevraagde hernieuwing wordt geweigerd of waarbij een einde wordt gesteld aan het beheer van een handelszaak;
  • verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen die reeds een kwartaal niet meer zijn betaald;
  • verschuldigde btw of bedrijfsvoorheffing die reeds een kwartaal niet meer zijn betaald.

Daarnaast kan grosso modo een opsplitsing gemaakt worden tussen financiële én operationele aanwijzingen. Bij wijze van illustratie enkele (niet-limitatieve) aanwijzingen die de accountant in overweging kan nemen.

Financiële feiten:

  • ongunstige evolutie van de financiële structuur en van de rendabiliteit;
  • probleem om de beschikbaarheid van de financieringsmiddelen te verzekeren;
  • onmogelijkheid om de schuldeisers binnen de termijn te betalen, meer in het bijzonder de RSZ, de btw, de bedrijfsvoorheffing; of
  • andere aanwijzingen van financiële aard zoals discretionaire verrichtingen tussen verbonden partijen.

Operationele feiten:

  • Covid-19;
  • vertrek van sleutelpersoneel;
  • verlies van een belangrijke markt; of
  • problemen met bedrijfsvergunningen.

Daarnaast zijn er vanzelfsprekend andere aanwijzingen zoals:

  • het niet-naleven van statutaire of vennootschapsrechtelijke bepalingen en/of verplichtingen; of
  • lopende gerechtelijke procedures tegen de vennootschap, met mogelijk ernstige financiële gevolgen.

De accountant steunt bij zijn beoordeling op zijn professionele knowhow en zijn specifieke kennis van de onderneming. Hierbij houdt de accountant uiteraard rekening met factoren die het belang van voornoemde aanwijzingen beperken.

Continuïteit

De hypothese van bedrijfscontinuïteit veronderstelt dat een onderneming in staat is om haar activiteiten verder te zetten gedurende een voorzienbare toekomstige periode, die zich minstens uitstrekt over een periode van 12 maanden. Deze termijn geldt ook voor de beoordeling door de accountant, evenwel te rekenen vanaf de vaststelling van de gewichtige en overeenstemmende feiten.

Op een schriftelijke en omstandige wijze inlichten

Na de vaststelling van de gewichtige en overeenstemmende feiten licht de accountant de onderneming in, in voorkomend geval het bestuursorgaan. De accountant is bovendien verplicht om de kennisgeving schriftelijk en omstandig te doen.

Dit betekent vooreerst:

  • een uitdrukkelijke verwijzing naar art. XX 23 WER, § 3;
  • een opsomming van de gewichtige en overeenstemmende feiten die de continuïteit van de economische activiteit bedreigen; en
  • een verklaring dat de opgesomde feiten geen limitatieve opsomming zijn en dat enkel die feiten opgenomen zijn waarvan de accountant kennis heeft tot op de datum van de kennisgeving.

Bovendien moet de accountant twee essentiële vragen stellen. Namelijk:

  • om binnen de maand na verzending van de kennisgeving de gepaste herstelmaatregelen te nemen, om zo de continuïteit van de onderneming te waarborgen voor de duur van ten minste twaalf maanden; en
  • om feedback te geven omtrent de genomen herstelmaatregelen.

Tot slot dient de accountant formeel te wijzen op:

  • de eventuele vastgestelde inbreuken op de vennootschaps- en boekhoudwetgeving;
  • het feit dat de accountant de voorzitter van de ondernemingsrechtbank schriftelijk kan inlichten indien de nodige maatregelen niet zijn getroffen om de continuïteit van de onderneming voor de minimumduur van twaalf maanden te waarborgen;
  • de persoonlijke aansprakelijkheid (van het bestuursorgaan) indien geen gevolg wordt gegeven aan de kennisgeving van de accountant.

Inlichten van de ondernemingsrechtbank

Zoals reeds is aangegeven, moeten de nodige maatregelen genomen worden binnen een termijn van een maand vanaf het inlichten door de accountant. De mogelijkheid om de voorzitter van de ondernemingsrechtbank schriftelijke te informeren impliceert dat de accountant nagaat of er gevolg wordt gegeven aan zijn kennisgeving.

Een dergelijke schriftelijk inlichting van de voorzitter van de rechtbank dringt zich op wanneer geen maatregelen zijn genomen binnen de termijn van één maand na de kennisgeving door de accountant of wanneer het bestuur van de onderneming totaal passief blijft.  Ook indien er maatregelen zijn genomen, is het niet uitgesloten dat de accountant alsnog de voorzitter van de ondernemingsrechtbank informeert. Dit kan het geval zijn wanneer, met zekerheid vanuit de professionele oordeelsvorming, vaststaat dat deze maatregelen de continuïteit van de onderneming gedurende twaalf maanden niet kunnen waarborgen.

De accountant schendt met deze inlichting het beroepsgeheim niet. Artikel 458 van het Strafwetboek is bijgevolg niet van toepassing.

Conclusie

Het is een wettelijke verplichting voor de accountant om initiatief te nemen wanneer er indicatoren zijn dat een klant-onderneming in haar bedrijfscontinuïteit wordt bedreigd. Niemand vraagt om slechte tijden. De accountant die zijn rol correct speelt draagt evenwel bij tot een efficiënte preventie van de discontinuïteit van ondernemingen. De kennisgeving die de accountant ter zake stuurt mag geen grond zijn om de accountant iets kwalijk te nemen. Do not shoot the pianist, he is only doing his best.

Onvermijdelijk zal Covid-19 zorgen voor economische spanningen, met kennisgevingen door accountants inzake continuïteitsbedreigende feiten als gevolg. Het is aan de onderneming en haar bestuur om hier op een constructieve wijze mee om te gaan.

Contacteer aternio bij vragen hieromtrent.