Een vennootschap, besloten of  naamloos, dient noodgedwongen beroep te doen op één of meerdere natuurlijke personen om deel te kunnen nemen aan het rechtsverkeer. Een vennootschap moet immers finaal vertegenwoordigd worden door minstens één natuurlijke persoon.

Wie rechtsverkeer zegt, zegt in één adem contracten. Het contract is ondertekend, maar wie plaatst de handtekening? In welke hoedanigheid is gehandtekend? Dit kan immers verregaande gevolgen hebben voor de ondertekenaar.

Wie is nu wanneer gebonden? De orgaantheorie.

Wanneer natuurlijke personen optreden in hun hoedanigheid van bestuurder, “in naam en voor rekening van”, gaan zij in beginsel geen persoonlijke verbintenissen aan. Zij handelen qualitate qua, met andere woorden in de hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap.

Wanneer een bestuurder een overeenkomst ondertekent in de hoedanigheid van bestuurder, is enkel de vennootschap verbonden. Krachtens artikel 1134, eerste lid Burgerlijk Wetboek strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die ze hebben aangegaan tot wet. In casu, de vennootschap.

Wanneer het bestuursorgaan van een vennootschap rechtshandelingen stelt, zoals het aangaan van overeenkomsten, in naam en voor rekening van de vennootschap, waarborgt de orgaantheorie dat de door het bestuur afgesloten overeenkomsten toerekenbaar zijn aan de rechtspersoon zelf.  Dit impliceert dat de bestuurders-natuurlijke personen van de rechtspersoon niet zijn gebonden.

Toch persoonlijk gebonden? Dubbele hoedanigheid.

Discussie ontstaat vaak bij niet-naleving van een door de vennootschap afgesloten overeenkomst. De tegenpartij wil de bestuurder dan eveneens op het matje roepen. Denk bijvoorbeeld aan het niet betalen van de huur bij een huurovereenkomst. De verbitterde verhuurder wil de niet betaalde huurgelden zowel bij de vennootschap als bij de bestuurder gaan innen en dagvaardt beiden.

Wanneer een akte zowel verbintenissen van een rechtspersoon als persoonlijke verbintenissen van de bestuurder bevat kan er twijfel gaan bestaan. Er mag volgens het Hof van Cassatie (bijvoorbeeld: arrest van 13 december 2012 (België). RG C.12.0204.F) geen enkele twijfel over bestaan dat de ondertekenaar zich ook persoonlijk heeft willen verbinden. Wanneer het onduidelijk is of de bestuurder zich ook ten persoonlijke titel heeft willen verbinden, is het de taak van de rechter om de bedoeling van de partijen te achterhalen.

Tekstuele passages in de overeenkomst zijn niet doorslaggevend voor de beslechting van de discussie. Alle elementen zijn van belang.

Statutaire handtekeningsclausule

Middels de statutaire handtekeningsclausule bepaalt de vennootschap dat slechts één of meerdere bestuurders hun handtekening moeten plaatsen om de vennootschap te verbinden.

Aangezien de statuten worden gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad kan iedereen in principe kennis nemen van deze clausules. Wat indien de statuten bepalen dat er twee handtekeningen vereist zijn voor een transactie vanaf 50.000 euro en het contract maar ondertekend is door één bestuurder? Is de vennootschap dan niet gebonden?

Het antwoord is ‘toch wel’. Maar het antwoord is ook enigszins genuanceerder dan dat. Behalve in de coöperatieve vennootschap, de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap zijn derden wél gebonden door de statutaire beperking.

Dergelijke clausules lijken op het eerste zicht weinig zinvol, maar kunnen wel degelijk een impact hebben. De bestuurder heeft de statuten overtreden en dus een bestuursfout begaan. Dit is een reden om geen kwijting te verlenen aan de bestuurder en zo de mogelijkheid te behouden om een vordering tot schadeloosstelling in te stellen.

Invloed nieuw bewijsrecht

De invoering van het ondernemingsbegrip en de verruiming van het bewijsrecht tot gevolg daarvan kan wel eens invloed gaan hebben.

Het vrij bewijsstelsel wordt versoepeld, aangezien het plafond van 375 euro wordt verhoogd naar 3.500 euro. Wat meteen betekent dat voor contracten onder de waarde van 3.500 euro het bewijs vrij kan geleverd worden. Sms’en, mails, getuigen, vermoedens… kunnen bewijs aanbrengen dat een bestuurder zich ook persoonlijk heeft verbonden. Zoals uit rechtspraak is gebleken dient de werkelijke bedoeling  de voorkeur te genieten op de gebruikte bewoordingen.

Wanneer de bestuurder als onderneming kwalificeert kan vrij bewijs geleverd worden ook boven de 3.500 euro.

De verruiming van de vrije bewijsvoering in combinatie met het gegeven van e-commerce kan wel eens tot meer discussies leiden.

Conclusie

Een gewaarschuwd bestuurder is er twee waard. Bij ondertekening is het daarom aangewezen om steeds te vermelden in welke hoedanigheid de ondertekenaar optreedt.

aternio helpt u graag bij de opmaak van uw contracten met oog voor detail. Contacteer ons vrijblijvend.