Mensen die samen onder één dak wonen kunnen in diverse juridische vormen samenleven. De  keuze is drieledig: het huwelijk, wettelijk of feitelijk samenwonen. Het belang van de keuze mag niet onderschat worden.

Heel wat koppels wonen vaak jarenlang samen zonder dat zij een wettelijke samenlevingsovereenkomst afsluiten, laat staan overgaan tot een huwelijk. In dat geval leven zij samen als feitelijk samenwonenden. Er zijn echter twee noodlottige momenten denkbaar in het leven van zij die feitelijk samenwonen. De samenleving kan immers eindigen hetzij door overlijden hetzij door de keuze van één of beide partners.

In deze bijdrage gaan we specifiek in op de situatie van feitelijke samenwoonst.

De wegen scheiden …

Er bestaat geen wettelijk statuut met rechten en plichten voor feitelijke samenwonenden. Bijgevolg zijn er bij de beëindiging van de relatie geen formele verplichtingen voorzien. De partners kunnen, al dan niet in overleg, op eenvoudige wijze en zonder naleving van enige formaliteit de samenwoning beëindigen.

De materiële afwikkeling van de beëindiging van de samenwoning gebeurt dus op basis van onderlinge afspraken. Deze afspraken zijn eventueel opgenomen in een (notariële) samenlevingsovereenkomst. Dit is echter meer uitzondering dan regel. In het geval er toch een overeenkomst is opgesteld, bevat deze meestal afspraken over wie welke goederen bezit, wie de huurovereenkomst verderzet of hoe gelden op een gemeenschappelijke bankrekeningen zullen worden verdeeld.

Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden voorziet de wet in dringende en voorlopige maatregelen. Dit is niet zo bij het stopzetten van een feitelijke samenwoonst. In geval van een spoedeisend karakter kan men, via een gemeenrechtelijke kortgedingprocedure, eventueel maatregelen bij voorraad vorderen. Het is de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die bevoegd is en niet de familierechtbank. In de praktijk gaat dit vaak om vergoedingen met betrekking tot de woonst of het gebruik van roerende goederen.

Evenmin bestaat er een wettelijke onderhoudsplicht. Ex-partners hebben op dit vlak in principe geen rechten of plichten ten opzichte van elkaar. Eventueel kunnen hieromtrent ook afspraken gemaakt worden in een overeenkomst. Dit is echter vrij ongebruikelijk.

Indien er gemeenschappelijke kinderen zijn zal men zich wenden tot de familie- en jeugdrechtbank voor de (financiële) regelingen.

Wat bij intestaat overlijden?

Bij overlijden erven feitelijk samenwonenden in principe niets van elkaar. Immers, wanneer er geen testament is opgemaakt, is er ook geen erfrecht. Juridisch gezien zijn feitelijk samenwonenden vreemden voor elkaar. Dit kan leiden tot ongewilde en onaangename situaties.

Denk hierbij aan de ‘gezinswoning’ die slechts eigendom is van één van de samenwoners. Voor de langstlevende niet-eigenaar is er überhaupt geen bescherming. Het zijn de erfgenamen die eigenaar worden van de woning, wat in vele gevallen betekent dat deze langstlevende de woning moet verlaten. Een feitelijk samenwonende partner heeft immers niet het vruchtgebruik van de gezinswoning bij overlijden van zijn partner. Ook indien de woning in onverdeeldheid is gekocht door beide samenwoners is er geen enkele garantie. Behoudens indien er sprake is van een beding van tontine of aanwas, zal de langstlevende de erfgenamen namelijk moeten uitkopen om alsnog in de woning te kunnen blijven wonen.

Een testament biedt (deels) soelaas

Het probleem van gemis aan erfrecht kan worden opgevangen door het opmaken van een testament. Er zijn mogelijk reservataire beperkingen voor de testator. De ouderlijke reserve mag dan wel zijn afgeschaft, maar voor alle kinderen samen is er nog steeds een reservataire deel van 50%. Het risico bestaat dus dat het testament geen volledige uitwerking zal hebben door deze wettelijke reserve.

Bij testamentaire toekenning van vruchtgebruik aan de langstlevende samenwonende is ook behoedzaamheid geboden. Het is namelijk niet uitgesloten dat dit erfrechtelijk vruchtgebruik op verzoek van één of alle blote eigenaars geheel of gedeeltelijk wordt omgezet in een geldsom. Dit kan enkel wanneer de erfgenamen afstammelingen zijn van de overleden partner. Daar waar bij echtgenoten het niet mogelijk is om de omzetting te vragen voor de gezinswoning en de huisraad, is dit wel mogelijk bij feitelijke samenwoonst. Andere blote eigenaars kunnen in beginsel geen omzetting van vruchtgebruik verkrijgen.

Wat doet de fiscus …

Wanneer één van de feitelijk samenwonenden diens partner bij leven begiftigt of via testament begunstigt, dan komt mogelijk ook de fiscus langs. Het is in deze van uitzonderlijk belang om te beseffen dat de drie gewesten in België er, ten aanzien van feitelijk samenwonenden, andere regels op nahouden. De fiscale woonplaats op het ogenblik van schenking of overlijden kan namelijk een bijzondere financiële impact hebben. Woonde de schenker of de overledene tijdens de laatste vijf jaren op meer dan één plaats in België dan telt het gewest waar de schenker of de overledene het langst woonde in die vijf jaar.

Bij schenking?

Feitelijke samenwoners die minstens 1 jaar feitelijk samenwonen kunnen in het Vlaamse Gewest roerende goederen schenken aan het tarief van 3%. In het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden feitelijke samenwoners niet gelijkgesteld met echtgenoten en gelden voor roerende goederen tarieven van respectievelijk 5,5% en 7%. Voor schenking van onroerende goederen gelden in alle gewesten progressieve tarieven. Het maximale tarief bedraagt in het Vlaamse Gewest 27%, in het Waalse Gewest 50% en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 40%.

Bij overlijden?

In het Vlaamse Gewest is de gezinswoning vrijgesteld van erfbelasting ook voor de feitelijk samenwonende. Voorwaarde voor deze vrijstelling is wel dat de feitelijk samenwonenden op de dag van het overlijden minstens drie jaar samenwonen. Voor de bepaling van het tarief van de erfbelasting daarentegen worden in het Vlaamse Gewest feitelijke samenwoners gelijkgesteld met gehuwden wanneer ze op de dag van het overlijden minstens één jaar samenwonen. Er is bovendien een splitsing tussen het roerend en onroerend erfdeel. De fiscus berekent de erfbelasting voor elke soort van goederen door telkens opnieuw te vertrekken vanaf het tarief op de laagste schijven. Vanaf 1 september 2018 is de eerste schijf van 50.000 euro in de nettoverkrijging van de roerende goederen vrijgesteld van erfbelasting.

In het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden voor feitelijke samenwonenden bij overlijden geen fiscale gunstmaatregelen, noch inzake gezinswoning noch inzake tarieven. Dit impliceert dat we hier te maken hebben met tarieven die gelden tussen derden. Alles boven de 175.000 euro is belast aan 80%!

Conclusie

Het is niet uitgesloten dat er voor feitelijke samenwonenden bij het einde van de relatie mogelijk een aantal onaangename booby traps liggen te wachten. Een degelijke samenlevingsovereenkomst kan helpen om bij scheiding het leed te verzachten. Het is daarnaast een must om een doordacht testament op te stellen. In het kader van successieplanning is een strategische woonstkeuze essentieel. Voor zij die nog steeds hun twijfels hebben kan het huwelijk een optie zijn .