Winwinlening enkel voor Vlaamse ondernemingen

De laatste fiscale steunmaatregel van het 'aanmoedigingspakket' voor starters betreft de winwinlening toegestaan aan een Vlaamse KMO of zelfstandige met een economische activiteit.

Wie als particulier gedurende een periode van 8 jaar geld leent aan een Vlaamse onderneming krijgt jaarlijks een terugbetaalbaar belastingkrediet van 2,5% op het uitgeleende bedrag via de aangifte in de personenbelasting. Er kan per belastingplichtige maximaal 50.000,00 EUR ter beschikking worden gesteld aan een starter. De startende onderneming op haar beurt kan maximaal 200.000 EUR ophalen via winwinleningen.

De winwinlening is een achtergestelde lening wat  betekent dat de kredietgever bij een eventueel faillissement in de volgorde van schuldeisers achter de andere schuldeisers komt. Echter, wanneer de onderneming het geleende bedrag niet kan terugbetalen, krijgt de kredietgever alsnog een eenmalige belastingvermindering van 30% toegekend op het uitgeleende bedrag dat definitief verloren is gegaan.

Wilt u meer weten over de specifieke vormvoorwaarden en formaliteiten die verbonden zijn aan de winwinlening of andere financieringsinstrumenten, neem dan contact op met aternio. Onze juristen helpen u graag verder.


Algemene voorwaarden: kleine lettertjes met een groot belang voor uw onderneming

Welk beeld roept de term “algemene voorwaarden” bij u op? Is het dat van de grote onderneming die via de “kleine lettertjes” bijkomende komsten aan de consument aanrekent? Of eerder dat van de veel te ingewikkelde bepalingen waar kop noch staart aan te krijgen is? De term algemene voorwaarden heeft immers veelal een negatieve bijklank. Algemene voorwaarden worden in deze visie gereduceerd tot een instrument ter bescherming en behoud van de machtspositie van grote ondernemingen.

De waarheid is uiteraard een pak genuanceerder dan dat. Algemene voorwaarden hoeven immers niet negatief te zijn. Uiteraard bieden ze de handelaar, de aannemer of de verkoper heel wat voordelen. Maar zelfs voor de afnemer of de koper zijn algemene voorwaarden een waardevol onderdeel van een contractuele relatie, als is het maar omdat ze informatie en rechtszekerheid bieden over de specifieke voorwaarden van de handelsrelatie. Uiteraard zal een goede redactie van algemene voorwaarden van cruciaal belang zijn om van deze voordelen te kunnen genieten.

Definitie

Onder algemene voorwaarden worden schriftelijke standaardbedingen verstaan die zonder onderhandeling door een partij zijn opgesteld om op regelmatige basis in commerciële transacties als overeenkomst dienst te doen, of een reeds bestaande overeenkomst aan te vullen of te moduleren.

Algemene voorwaarden komen voor onder uiteenlopende benamingen en verschijningsvormen. Er wordt niet alleen gesproken over “algemene voorwaarden”, maar ook de termen “verkoopsvoorwaarden” en “factuurvoorwaarden” worden te pas en te onpas gebruikt. Algemene voorwaarden komen daarom voor op tal van documenten waaronder offertes, bestelbonnen en facturen.

Vanuit juridisch oogpunt is er echter een verschil. Algemene voorwaarden zijn inhoudelijk het meest uitgebreid. Ze worden in de regel éénmalig en voorafgaandelijk aan de tegenpartij overgemaakt. Factuurvoorwaarden hebben betrekking op de bepalingen uit de algemene voorwaarden die specifiek betrekking hebben op de betaling van de factuur. Zij worden op de achterkant van een factuur geplaatst. Verkoopsvoorwaarden handelen over alles wat het aangaan, de uitvoering en de beëindiging van een overeenkomst betreft. Ze worden veelal op de achterkant van bestelbonnen geplaatst.

Voordelen

Hoewel het gebruik van algemene voorwaarden vanuit juridisch standpunt niet verplicht is, is het sterk aan te raden er gebruik van te maken. Algemene voorwaarden hebben immers een aantal voordelen.

Ten eerste wordt de eigen contractuele positie op relatief eenvoudige wijze aanzienlijk versterkt. Het gebruik van algemene voorwaarden biedt de mogelijkheid om aan de tegenpartij bepaalde, vanuit het standpunt van de opsteller, voordelige contractuele bepalingen op te leggen. Ze laten toe om een aanzienlijke tijdswinst en kostenbesparing te realiseren en geven bovendien een professionele uitstraling aan een onderneming. Een onderneming hoeft immers haar algemene voorwaarden aan de contractspartij mee te delen, zonder dat ze alle voorwaarden telkens from scratch hoeft te onderhandelen. Een loutere kennisgeving van haar algemene voorwaarden aan de medecontractant, gevolgd door een al dan niet uitdrukkelijke aanvaarding ervan, volstaat in principe voor de onderneming om haar voorwaarden toepasselijk te maken op de samenwerking die ze wenst aan te gaan.

Inhoud

Het is onbegonnen werk om in deze bijdrage een volledig overzicht te geven van alle mogelijke clausules die uw algemene voorwaarden kunnen opsmukken. In algemene voorwaarden vindt men immers de meest uiteenlopende bepalingen terug, gaande van bedingen die betrekking hebben op de totstandkoming van de overeenkomst, over bepalingen rond waarborgen, aansprakelijkheid en contractuele wanprestatie, tot clausules die de beëindiging en opzegging van de overeenkomst regelen.

Bepalingen uit algemene voorwaarden hebben veelal betrekking op de volgende onderwerpen:

  • de tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden aan de tegenpartij;
  • de wijze van totstandkoming van een overeenkomst;
  • de concrete uitvoering van een overeenkomst;
  • de overdracht van eigendom van goederen en het risico op tenietgaan van goederen;
  • de prijs en betaling van de prijs;
  • garanties en aansprakelijkheid;
  • opzegging en ontbinding van een overeenkomst;
  • toepasselijke recht en de bevoegde rechtbank;

Valkuilen

Algemene voorwaarden kunnen ook negatieve gevolgen hebben. Dit zal veelal het geval zijn wanneer ze gebrekkig zijn opgesteld en niet of onvoldoende afgestemd zijn op de bedrijfsprocessen van een onderneming. Bovendien kunnen ze onderling tegenstrijdig zijn, onduidelijk geformuleerd, of strijdig met bepalingen van dwingend recht. Zo zal een onderneming een bepaalde bepaling wel kunnen afdwingen ten aanzien van handelaars, maar zal ze zich ten aanzien van consumenten niet op diezelfde bepalingen kunnen beroepen.

Het opstellen van algemene voorwaarden is bijgevolg maatwerk en dient met de nodige aandacht en zorg te gebeuren. Het is dan ook van cruciaal belang om niet zomaar algemene voorwaarden ergens weg te plukken. De kans is zeer reëel dat dergelijke algemene voorwaarden nauwelijks of niet toepasbaar zijn in uw onderneming. Bovendien doet de zorgvuldig handelende ondernemer er goed aan zijn algemene voorwaarden regelmatig te laten screenen. Goede algemene voorwaarden evolueren immers mee met de bedrijfsprocessen en met de veranderingen in de wetgeving.

Hoe zorgt u nu dat uw algemene voorwaarden deel uitmaken van de contractuele relatie? Hoe bewijst u dat uw medecontractant akkoord gaat met de toepassing ervan? U heeft immers bijzonder weinig aan mooie algemene voorwaarden die naderhand niet van toepassing blijken te zijn op uw contractuele relaties. Om toepasselijk te zijn, volstaat het dat uw medecontractant de mogelijkheid heeft gehad uw algemene voorwaarden te lezen en deze, impliciet of uitdrukkelijk, te aanvaarden.

Conclusie

Wie een beroep wenst te doen op algemene voorwaarden, dient erop toe te zien dat ze wel degelijk aanvaard worden door de tegenpartij. Bovendien is het van belang de algemene voorwaarden perfect af te stemmen op de bedrijfsprocessen van de onderneming en ze regelmatig te (laten) screenen en up to date te houden.

Algemene voorwaarden kunnen aanzien worden als het sluitstuk van een gedegen juridisch contractbeleid van elke moderne onderneming. Ze betekenen een must voor de zorgvuldig handelende bedrijfsleider die zijn onderneming wenst te beschermen in tijden dat meer en meer mensen (durven) opkomen voor hun rechten. Algemene voorwaarden bieden uw onderneming rechtszekerheid en professionele uitstraling. Ze helpen u uw onderneming verder uit te bouwen. Algemene voorwaarden, kleine lettertjes met een groot belang.


Hoofdelijke aansprakelijkheid bouwheer voor fiscale en sociale schulden

In het kader van de strijd tegen de sociale en fiscale fraude werd het regime van de hoofdelijke aansprakelijkheid bij werken in onroerende staat opnieuw uitgebreid bij Programmawet van 10 augustus 2015 (B.S. 18 augustus 2015).

In de bouwsector bestaat reeds jaren een systeem van hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale en fiscale schulden.

De opdrachtgever of aannemer kan deze hoofdelijke aansprakelijkheid echter vermijden door bij het sluiten van de overeenkomst na te gaan of de aannemer sociale of fiscale schulden heeft (via consultatie van de databanken van de RSZ of belastingadministratie).

Indien dit het geval is, dient hij op het factuurbedrag (excl. btw) van de werken, 35 % in te houden voor de sociale schulden, of 15% wanneer er fiscale schulden zijn.

Deze regeling uit 2008 gold enkel in de rechtstreekse relatie tussen de opdrachtgever-(hoofd)aannemer en de hoofdaannemer-onderaannemer.

Zodoende konden veel zogenaamde ‘koppelbazen’ door de mazen van het net glippen door spoorloos te verdwijnen of snel van naam te veranderen.

In 2012 werd daarom een systeem van ‘getrapte’ hoofdelijke aansprakelijkheid ingevoerd (art. 30bis, §3/1 RSZ-wet van 27 juni 1969; art. 402, §8 WIB’92).

De RZS en belastingadministratie kunnen daarbij iedere tussenkomende partij die hoger in de keten staat, aanspreken voor de fiscale of sociale schulden van een in gebreke blijvende (onder)aannemer lager in de keten.

De getrapte aansprakelijkheid wordt in chronologische volgorde toegepast; eerst wordt de aannemer aangesproken, betaalt deze niet, dan wordt de volgende aannemer in de keten aangesproken.

Tot nu toe bleef een bouwheer steeds buiten schot.

Met de Programmawet van 10 augustus 2015 wordt art.30bis; §3/1 en art.402, §8 WIB’92 gewijzigd zodat nu ook een bouwheer mee aansprakelijk kan zijn voor de in gebreke blijvende aannemers.

Particuliere opdrachtgevers (natuurlijke personen) vallen - net als voorheen - niet onder deze regeling. Patrimoniumvennootschappen daarentegen zullen dus extra waakzaam moeten zijn.

 


Vrijstelling van intresten bij crowdfunding voor starters

Een manier om kapitaal bij elkaar te sprokkelen als starter is beroep doen op een erkend crowdfunding platform. Crowdfunding is een financieringsvorm waarbij geld wordt opgehaald bij een breed publiek om een bepaald project te financieren.

Indien u als natuurlijk persoon vanaf 1 juli 2015 een lening toestaat aan een starter via een erkend crowdfunding platform, zijn de intresten die u als ontlener ontvangt op de eerste leningsschijf van 15.000 EUR, vrijgesteld van roerende voorheffing en dus vrij van enige belasting. Let op, de intresten die men ontvangt op het leningsbedrag die de 15.000 EUR overschrijdt, zijn wel belastbaar.

Er zijn uiteraard wel enkele voorwaarden verbonden aan het verkrijgen van dit fiscale voordeel.

De lening dient een minimale looptijd te hebben van 4 jaar en moet toegestaan worden aan een starter (een kmo of micro-onderneming) die ten hoogste 48 maanden ingeschreven is in het KBO. De startende onderneming dient deze lening te gebruiken om nieuwe economische initiatieven te financieren.

Een micro-onderneming is een onderneming die ten minste aan twee van de drie volgende criteria voldoet:

  1. Balanstotaal: maximaal 350.000,00 EUR;
  2.  Omzet (exclusief BTW): maximaal 700.000,00 EUR;
  3.  Gemiddeld personeelsbestand: maximaal 10.

Een kmo is een vennootschap of natuurlijke persoon die op basis van artikel 15 Wetboek Vennootschappen niet meer dan één van onderstaande drempelwaarden overschrijdt:

  1. Balanstotaal: 3.650.000,00 EUR;
  2. Omzet (exclusief BTW): 7.300.000,00 EUR;
  3. Gemiddeld personeelsbestand: 50.

Wenst u meer te weten over deze maatregel of over crowdfunding in het algemeen, neem gerust contact op en wij geven u graag de nodige toelichting.


Waarderingsregels wijzigen, mag dat zomaar ?

Waarderingsregels zijn de regels of afspraken die elke vennootschap maakt omtrent het bepalen en het aanpassen van de waarde van haar inventaris. Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd waarbij rekening dient gehouden te worden met de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw. De waarderingsregels worden bepaald door het bestuursorgaan van de vennootschap en dienen op een nauwkeurige wijze samengevat te worden in de toelichting bij de jaarrekening. Op deze wijze kan inzicht verkregen worden in de toegepaste waarderingsmethoden, die onder meer zullen gelden voor de vorming en de aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten evenals voor de herwaarderingen (artikel 28 KB/W.Venn).

Een vennootschap dient in principe haar waarderingsregels na te komen, rekening houdend met haar eigen kenmerken. De waarderingsregels moeten bovendien van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast (artikel 30 KB.W.Venn).

Wanneer de waarderingsregels, in uitzonderlijke gevallen, worden gewijzigd, bepaalt artikel 29 KB/W.Venn. dat de aanpassing moet vermeld en verantwoord worden in de toelichting bij de jaarrekening. Het geraamde effect van deze wijziging op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap wordt opgenomen in de toelichting over het boekjaar waarin de gewijzigde waarderingsregels voor het eerst worden toegepast.

Een aanpassing van de waarderingsregels kan verantwoord zijn wanneer zij niet langer een getrouw beeld geven door bijvoorbeeld de ontwikkeling van nieuwe activiteiten van de vennootschap, door wijzigingen in de structuur van haar vermogen, of door economische of technologische omstandigheden.

Het gebrek aan motivering voor de wijziging van de waarderingsregels, kan echter nadelige fiscale gevolgen hebben. Een niet-gemotiveerde wijziging van bijvoorbeeld de voorraadwaardering kan mogelijk leiden tot een bijkomende belasting op een onderschatting van de voorraad.


Factuurfraude: een hardnekkig probleem

Factuurfraude is een oud maar daarom niet minder hardnekkig probleem, niet alleen in België maar ook in het buitenland. Deze vorm van fraude kan zich zowel binnen als buiten de onderneming afspelen.

Intern. Een werknemer vervangt het rekeningnummer op een factuur door het nummer van een rekening waar hij of zij zelf titularis van is.

Extern. Facturen worden’gestolen’ nadat ze door een onderneming in een brievenbus van Bpost zijn gedropt. Vervolgens wordt het originele rekeningnummer waarop kan betaald worden vervalst en vervangen door een bankrekeningnummer van de oplichter. Vervolgens worden de vervalste factuur opnieuw in de brievenbus gestopt. Uiteraard kan het ook dat de facturen uit de brievenbus van de klant worden gevist. Het beoogde resultaat is in beide gevallen identiek: de klant nietsvermoedend de betaling naar het vervalste rekeningnummer laten doen.

De aanpak is haast kinderlijk eenvoudig, de bestrijding is dat allerminst. De frauduleuze rekeningnummers worden bovendien niet altijd onmiddellijk geblokkeerd door de bank. Zolang een rekeningnummer niet is geblokkeerd kan het dus verder gebruikt worden door de oplichters en lopen de gedupeerde ondernemingen verder schade. Bovendien is het geld  meestal spoorloos omdat het na overschrijving snel wordt verspreid over buitenlandse rekeningen.

Preventie en extra waakzaamheid zijn absoluut geboden.

Burgers en ondernemingen zouden extra alert moeten zijn indien ze merken dat een vertrouwd rekeningnummer van een leverancier is gewijzigd. Het is nuttig om in voorkomend geval met de leverancier contact op te nemen vooraleer tot effectieve betaling over te gaan. Dit geldt in absoluut als een factuur een stempel, een sticker of een handgeschreven tekst bevat met een nieuw rekeningnummer. Tip: sla een rekeningnummer van een leverancier steeds op in het ‘adresboek’ van je internetbankieren. Hierdoor zal het geld altijd worden overgeschreven op de hetzelfde rekeningnummer.

Ondernemingen die nog niet electronisch factureren doen er best aan facturen in de postbus te deponeren vlak voor deze wordt leeggemaakt door Bpost. Nog beter is om de facturen af te geven op het postkantoor.

Slachtoffers van factuurfraude doen best zo snel mogelijk aangifte bij de politie en melden de fraude aan hun bankinstelling en aan de bankinstelling van het vervalste bankrekeningnummer. Burgers die verdachte figuren opmerken aan een postbus kunnen dit ook melden aan de politie, het liefst met de nodige foto’s.


Starters krijgen gedeeltelijke vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing

Deze incentive is gericht op de startup (eenmanszaak of vennootschap) die werknemers tewerkstelt en maakt deel uit van een groter pakket waarmee de overheid starters wil aanmoedigen.

De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing betekent voor starters uiteraard een daling van de loonkost.

Deze maatregel is van toepassing gedurende de eerste vier jaar na inschrijving in het Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en is alleen van toepassing voor ondernemingen in de privé sector. De vrijstelling van doorstorting geldt enkel voor de bedrijfsvoorheffing die door starters wordt ingehouden op het loon van werknemer(s) die wordt uitbetaald of toegekend vanaf 1 juli 2015.

De vrijstelling bedraagt 10% van de normale verschuldigde bedrijfsvoorheffing voor kleine startende ondernemingen in de zin van artikel 15 Wetboek Vennootschappen en 20% voor micro-ondernemingen.

Een kleine onderneming wordt gedefinieerd als een onderneming waarvan het gemiddelde personeelsbestand gedurende het jaar niet meer dan 100 bedraagt en die aan minstens twee van de drie volgende criteria beantwoordt (op geconsolideerde basis, met inbegrip van dochterondernemingen):

  • jaargemiddeld personeelsbestand van maximaal 50 werknemers;
  • jaaromzet exclusief btw van maximaal € 7.300.000;
  • balanstotaal van maximaal € 3.650.000.

Een micro-onderneming vervult minstens twee van de drie volgende criteria (op geconsolideerde basis):

  • jaargemiddeld personeelsbestand van maximaal 10 werknemers;
  • jaaromzet exclusief btw van maximaal € 700.000;
  • balanstotaal van maximaal € 350.000.

Ondernemingen in moeilijkheden en ondernemingen die zich in staat van vereffening bevinden worden uitgesloten van deze gunstmaatregel.

 

 

 

 


Mag fiscus computerbestanden zonder toestemming kopiëren ?

In twee vonnissen van 6 februari 2015 heeft de rechtbank te Leuven beslist dat de fiscus bij een fiscale controle inzake inkomstenbelastingen computerbestanden niet zonder toestemming van de belastingplichtige mag kopiëren. Met deze positieve uitspraken komt er eindelijk een kentering in de rechtspraak van de laatste jaren waarbij aan de fiscale administratie steeds meer onderzoeksbevoegdheden werden verleend.

In deze twee gelijkaardige zaken had de fiscus een kopie genomen van de computerbestanden die ter plaatse werden aangetroffen zonder dat de zaakvoerder van de vennootschap evenwel aanwezig was bij de visitatie. Volgens de belastingplichtige vormen de gekopieerde computerbestanden onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal waarmee geen rekening mag worden gehouden.

De rechter oordeelde nu inderdaad dat art. 315bis WIB’92 uitdrukkelijk bepaalt dat énkel de belastingplichtige verplicht is om op zijn uitrusting én in het bijzijn van de ambtenaren kopies te maken.

Overeenkomstig art. 315bis WIB’92 is de belastingplichtige die een beroep doet op een computersysteem om de boeken en bescheiden op te stellen, toe te zenden of te bewaren, verplicht, op verzoek van de fiscus, ter plaatse, de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten, ter inzage voor te leggen.

Dit sluit volgens de rechtbank uit dat de ambtenaren zonder de toestemming van de belastingplichtige zelf kopies zouden maken.

Evenmin biedt art. 319 WIB’92 (het zogenaamde fiscale visitatierecht) soelaas voor de fiscus. De fiscus was namelijk de mening toegedaan dat zij - in het kader van een fiscale visitatie - boeken en bescheiden die zij ter plaatse aantrof kon onderzoeken, zonder dat zij nog om de voorlegging ervan diende te verzoeken. Volgens de rechtbank bepaalt de tekst van art. 319 WIB’92 echter duidelijk dat ambtenaren slechts kunnen optreden met bijstand van de personen als vermeld in art. 315bis WIB'92.

De rechtbank gaat echter niet verder in op de problematiek van het actief visitatierecht. De rechtbank oordeelt wel dat ‘boeken en bescheiden’ niet kunnen worden gelijkgeschakeld met computerbestanden.

De rechtbank besluit dat wanneer de wetgever het nodig acht - gelet op de technologische evolutie - dat de ambtenaren in het kader van een visitatie, kopie moeten kunnen nemen van alle computerbestanden die zij in de beroepslokalen aantreffen zonder de toestemming van de belastingplichtige, de wetgever art. 319 WIB'92 dient aan te passen, zodat de tekst duidelijk is. Het is niet de taak van de rechter om aan de woorden ‘boeken en bescheiden’ een interpretatie te geven die hiermee duidelijk niet overeenstemt en computers gelijk te stemmen met ‘boeken en bescheiden’.

Het valt nog af te wachten of de Hoven van Beroep en het Hof van Cassatie deze rechtspraak zullen volgen.


Tax shelter voor startende ondernemingen

Er wordt een federale belastingvermindering, een zogenaamde tax shelter,  voorzien in de personenbelasting en in de belasting niet-inwoners voor personen die investeren in een kmo of micro-onderneming. In ruil krijgen zij hiervoor nieuwe aandelen n.a.v. een oprichting van een vennootschap of een kapitaalsverhoging van een bestaande vennootschap binnen de vier jaar na de oprichting. De aandelen dienen onmiddellijk volstort te zijn.

Er geldt een belastingvermindering van 30% op het geïnvesteerde bedrag in een kmo en een belastingvermindering van 45% indien men investeert in een micro-onderneming.

Een micro-onderneming is een onderneming die ten minste aan twee van de drie volgende criteria voldoet:

  1. Balanstotaal: maximaal 350.000,00 EUR;
  2.  Omzet (exclusief BTW): maximaal 700.000,00 EUR;
  3.  Gemiddeld personeelsbestand: maximaal 10.

Een kmo is een vennootschap of natuurlijke persoon die op basis van artikel 15 Wetboek Vennootschappen niet meer dan één van onderstaande drempelwaarden overschrijdt:

  1. Balanstotaal: 3.650.000,00 EUR;
  2. Omzet (exclusief BTW): 7.300.000,00 EUR;
  3. Gemiddeld personeelsbestand: 50.

Elke natuurlijke persoon kan maximaal 100.000,00 EUR per belastbaar tijdperk investeren in dergelijke ondernemingen en dient de verworven aandelen gedurende 4 jaar aan te houden om van de belastingvermindering te kunnen genieten. Indien deze termijn niet wordt gerespecteerd, zal er een (gedeeltelijke) terugname van het fiscaal voordeel worden doorgevoerd.

Belangrijk om te melden is dat een bedrijfsleider niet in aanmerking komt voor deze maatregel voor aandelen van zijn eigen vennootschap.

Indien men wil genieten van deze tax shelter zijn er nog een aantal voorwaarden die moeten gerespecteerd worden:

  • Het moet gaan om een binnenlandse vennootschap of een vennootschap gevestigd in de EER met een vaste inrichting in België;
  • De vennootschap moet een kleine vennootschap zijn in de zin van artikel 15 Wetboek Vennootschappen op het ogenblik van de investering;
  • De vennootschap mag geen vastgoedvennootschap, geen managementvennootschap, geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap, geen beursgenoteerde vennootschap, geen vennootschap in moeilijkheden zijn;
  • Er mogen in het verleden geen kapitaalsverminderingen of dividenduitkeringen hebben plaatsgevonden;
  • De ontvangen gelden mogen niet gebruikt worden om dividenden uit te keren, leningen te verstrekken of aandelen aan te kopen;
  • Het totaal aan inbrengen mag de grens van 250.000,00 EUR niet overstijgen.

Spreekt een tax shelter u aan, neem dan gerust contact op met één van onze belastingconsulenten.


Fiscale steunmaatregelen voor starters

Starters hebben bij aanvang van hun onderneming meestal nood aan bijkomende financiële middelen om hun droom te kunnen realiseren. Aankloppen bij een financiële instelling kan hiervoor een oplossing zijn. Recent werden door de overheid onderstaande incentives ingevoerd om de starter te ondersteunen bij de financiering van hun onderneming.

  1. Tax shelter;
  2. Gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot doorstorting van bedrijfsvoorheffing;
  3. Vrijstelling van intresten bij crowdfunding;
  4. Winwinlening (Vlaams Gewest).

Deze fiscale maatregelen moeten de startups een duwtje in de rug geven. Onder een startup wordt verstaan, een micro-onderneming of kmo die jonger is dan 4 jaar. Een micro-onderneming is een onderneming die ten minste aan twee van de drie volgende criteria voldoet:

  1. Balanstotaal: maximaal 350.000,00 EUR;
  2.  Omzet (exclusief BTW): maximaal 700.000,00 EUR;
  3.  Gemiddeld personeelsbestand: maximaal 10.

Een kmo is een vennootschap of natuurlijke persoon die op basis van artikel 15 Wetboek Vennootschappen niet meer dan één van onderstaande drempelwaarden overschrijdt:

  1. Balanstotaal: 3.650.000,00 EUR;
  2. Omzet (exclusief BTW): 7.300.000,00 EUR;
  3. Gemiddeld personeelsbestand: 50.

Indien het gemiddeld personeelsbestand 100 bedraagt wordt men aanzien als grote onderneming. In volgende bijdragen  worden de vier fiscale steunmaatregelen verder toegelicht.