Nieuwe verhoogde eisen voor het financieel plan nopen tot nauwkeurigheid.

De wetgever heeft nieuwe eisen gesteld voor het fiancieel plan. Na de vele uiteenzettingen van het ‘ABC van het WVV’ (Wetboek van vennootschappen en verenigingen) stappen we even over naar de cijfers.

ÉÉN euro volstorten? In principe niet nodig. De wetgever heeft de mogelijkheid gecreëerd om een kapitaalloze besloten vennootschap op te richten. Maar kan de oprichter dit verantwoorden in het financieel plan gelet op de voorgenomen activiteiten?

TWEE jaar vooruit moet de oprichter kunnen kijken bij de opmaak van het financieel plan.

DRIE jaar na oprichting al failliet? De oprichters lopen een verhoogde aansprakelijkheid op en het financieel plan zal alsdan worden opgevraagd door de curator.

De nieuwe eisen van de wetgever duiden er op dat er met argusogen zal gekeken worden naar de ernst waarmee van het financieel plan is opgesteld.

Openbaar?

Het financieel plan is én blijft een vertrouwelijk document dat door de notaris in bewaring wordt genomen.

De notaris dient het financieel plan in handen te hebben vóórdat hij de oprichtingsakte verlijdt. Het plan wordt opgevraagd in geval van faillissement.

Voorgenomen bedrijvigheid

De wet schrijft voor dat het financieel plan een nauwkeurige beschrijving omvat van de voorgenomen bedrijvigheid. De nadruk ligt hier weldegelijk op ‘nauwkeurig’. De algemene omschrijving zoals in oprichtingsakte van de vennootschap is in principe niet nauwkeurig genoeg.

Een degelijke en duidelijke omschrijving van hoe de onderneming haar activiteiten zal organiseren  dringt zich hier op. Hoe geraakt het product bij de klant? Zijn er externe tussenschakels? Passen we de winkelformule toe?

De antwoorden op voorgaande vragen dragen in de kiem immers belangrijke kostenconsequenties. Dit heeft bijgevolg een belangrijke impact op de inschatting of er sprake is van een toereikend aanvangsvermogen.

Indien de oprichter er met de pet  naar gooit en failliet wordt verklaard binnen de DRIE jaar na oprichting zal hij of zij aansprakelijk worden gesteld. Wederom, de nieuwe eisen voor het financieel plan nopen tot nauwkeurigheid.

Toereikend aanvangsvermogen?

De ABC’s van het WVV hebben reeds geleerd dat het begrip kapitaal is afgeschaft voor de besloten vennootschap (bv). De oprichters hoeven an sich geen kapitaal meer te volstorten.

Wél dienen zij een uiteenzetting te geven van alle elementen die tot het aanvangsvermogen van de bv behoren. Dit kan gaan om geld, inbreng van arbeid, een achtergestelde lening,  …

De oprichters gaan hier maar best opnieuw nauwkeurig tewerk.

De oprichters dienen te voorzien in een eigen vermogen van de bv. Dit eigen vermogen dient, mede gelet op de andere financieringsbronnen, toereikend te zijn in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid.

Kleine randbemerking: om fiscale redenen kan het aangewezen zijn om toch een inbreng in geld te doen. De verlaagde roerende voorheffing (VVPRbis) heeft immers zijn voorwaarden. ÉÉN euro volstorten is alleszins fiscaal slim.

De oprichter zal zijn financiële structuur duidelijk moeten uiteenzetten.

Financiële structuur over TWEE jaar!

De financiële structuur van de nieuwe onderneming vraagt toelichting. De oprichters dienen rekening te houden met heel wat factoren. Wat zijn nu werkelijk de behoeftes van de onderneming? Welke kosten worden voorzien voor de terreinen en de gebouwen, wat zijn de materiële vaste activa, welke personeelskosten zal de onderneming dragen,...

De oprichters denken ook maar beter na over wat binnen 6 maanden, 1 jaar of 24 maanden…

Wat indien de voorraden bijvoorbeeld meer financiering zouden vereisten dan voorzien in huidige prognose? De reactie zal afhankelijk zijn van de oorzaak (wijziging activiteit, kortingen op voorraden vs de kost van de financieringsbehoefte, verhandelbaarheid voorraden, …). Wordt er ingegrepen in het betalingsgedrag van klanten? Wat met de betalingstermijnen bij leveranciers? Bijsturen van de effectieve voorraadrotatie om zo de behoefte aan werkkapitaal te optimaliseren….?

Cashflow-statements?

TWEE jaar vooruit moet de oprichter kunnen kijken bij de opmaak van het financieel plan. Er moet een begroting opgemaakt worden van de inkomsten en uitgaven voor minstens 2 jaar.

De accountants onder u zullen denken aan een eenvoudige projectie van de kosten- en opbrengstenrekeningen. Cijfers zijn belangrijk, maar vergeet niet dat de oprichter de cijfers dient te verantwoorden.

Welke factoren hebben allemaal een invloed op uw inkomsten en uitgaven? Ecologisch, politiek, juridisch, technologisch, sociaal-cultureel, demografische factoren. Invloed van overheden, vakbonden, concurrenten, leveranciers, afnemers,…

Wat gebeurt er met uw cashflow in die gevallen?

Conclusie

Het financieel plan evolueert op deze wijze steeds meer naar een heus businessplan. De nieuwe eisen voor het financieel plan nopen dan ook tot nauwkeurigheid! De tijd dat het financieel plan vaak een vluchtig en goedkoop opgesteld vodje papier was ligt definitief achter ons.

aternio helpt u graag met raad en daad bij zowel de economische als juridische aspecten van uw oprichting.


Ik heb een cryptorekening , moet ik deze fiscaal aangeven?

Cryptomunten, waaronder bitcoin of litecoin, zijn al lang geen onbekend fenomeen meer. De media voedt de controverse omtrent de betrouwbaarheid en de duurzaamheid van virtuele munten haast dagelijks. De financiële markautoriteiten, zoals de FSMA in België, waarschuwen bovendien regelmatig voor de risico's van investeren in crypto currency.

Verwachte (hoge) waardestijgingen zet mensen niettemin aan om te beleggen in cryptomunten. Wie zegt beleggen kan niet om de fiscus heen. De belastingdiensten hebben een niet te stuiten honger en willen maar al te graag gerealiseerde meerwaarden op cryptomunten belasten. Het fiscale lot van cryptomunten is in België echter niet kristalhelder.

Of meerwaarden al dan niet belast worden als beroepsinkomen of omwille van hun speculatief of divers karakter, wordt niet behandeld in deze bijdrage. Neen, nu gaan we enkel na of een cryptorekening, een zogenaamde 'wallet', onderworpen is aan een fiscale meldingsplicht.

Centraal Aanspreekpunt voor (buitenlandse) rekeningen

Het Centraal Aanspreekpunt, kortweg CAP, is een  databank van bankrekeningnummers en soorten contracten bij financiële instellingen in België. Bovendien registreren Belgische inwoners hier door hen aangehouden buitenlandse rekeningen.

Belgische inwoners melden aan het CAP buitenlandse rekeningen waarvan zijzelf, hun huwelijks- of wettelijke partner of minderjarige kinderen titularis zijn. In het aangifteformulier van de personenbelasting vermelden zij het bestaan van buitenlandse rekeningen en bevestigen zij dat de nummers van deze rekeningen zijn meegedeeld aan het CAP.

Fiscaal is er geen discussie (meer) over het feit dat een rekening bij Paypal,  Google of Facebook juridisch en economisch kwalificeert als buitenlandse rekening. Bij dergelijke rekeningen is enkel sprake van verplichte melding bij beroepsmatig gebruik of wanneer er langer dan noodzakelijk voor een transfer tegoeden op de account staan.

Minder duidelijk is het of een cryptowallet zonder meer gelijkgesteld is met een buitenlandse rekening.

Cryptowallets:

Cryptowallets hebben vooreerst niks te maken met een traditionele portefeuille. De wallet is in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden niet de bewaarplaats  voor de cryptomunten. De munten zijn geregistreerd in de blockchain van het cryptomuntennetwerk, bijvoorbeeld bitcoin. De wallet is de interface of het gebruikersportaal. In de cryptowallets bevinden zich de private sleutels, vergelijkbaar met paswoorden, die toegang geven tot de blockchain. Wallets bestaan hoofdzakelijk  in vier types: web, mobile, desktop of offline. Terzijde, criminelen hacken niet de cryptomunten maar wel de wallets met de private keys.

Actueel zijn er de zogenaamde 'exchanges' waarop kopers en verkopers cryptomunten verhandelen.

Dit zijn vaak gecentraliseerde plaatsen om cryptomunten met tussenkomst van een 'trusted third party'  te verhandelen of om te zetten in een officieel betaalmiddel. In de mate dat deze wallets worden aangeboden door exchanges met een buitenlandse licentie vallen deze met grote waarschijnlijkheid onder de individuele aangifteplicht van een buitenlandse rekening. Voorbeelden zijn Coinbase, Kraken of Gemini.

Wallets waarbij men zelf instaat voor de veiligheid vallen momenteel door de mazen van de aangifteplicht. Dit is het geval voor wallets bijgehouden via een app, software of een offline medium, zoals speciale usb-sticks of duurzaam materiaal (hout, papier of metaal).

Ook het online verhandelen van cryptomunten middels gedecentraliseerde exchanges lijkt in de huidige stand van de wetgeving niet onmiddellijk aanleiding te geven tot aangifteplicht. In dit geval verhandelt men cryptomunten zonder tussenkomst van een centrale tussenpersoon of gebruik van een centrale server.

Gezien de huidige limitatieve definitie van belastbare financiële instrumenten vallen rechtstreekse aangehouden cryptowallets trouwens niet onder de jaarlijkse taks op effectenrekeningen. Er is dan ook geen aangifteplicht.

Aangifte van een cryptowallet

Naar analogie met bijvoorbeeld een Paypalrekening lijkt het dus relatief zeker dat wallets gehouden op de buitenlandse server van een derde partij moeten worden aangegeven aan het CAP. Net zoals bij Paypal zou er enkel sprake zijn van verplichte melding bij professioneel gebruik of wanneer de cryptomunten, middels de wallet, langer dan noodzakelijk voor een transfer worden bewaard. Dit lijkt een uitgemaakte zaak gezien het beleggingsoogmerk waarvoor virtuele munten vaak worden aangehouden.

In ieder geval zal enkel de 'public key' het voorwerp van de aangifte aan het CAP zijn en nooit de 'private key'. Deze laatste moet natuurlijk geheim blijven want hiermee beheert en controleert men namelijk de virtuele munten.

Conclusie

Onze huidige fiscale wetgeving worstelt op tal van vlakken met de  aanpak van cryptomunten.

Ondanks de huidige onduidelijkheid op wetgevend vlak is het melden van bepaalde cryptorekeningen toch aannemelijk. Dit is allicht zo voor de wallets aangeboden door gecentraliseerde crypto exchanges met een buitenlandse financiële licentie. Bij gedecentraliseerde exchanges zonder vertrouwde tussenpersoon zijn er praktische moeilijkheden die een aangifte actueel verhinderen. Wallets die volledig in eigen handen zijn vallen vandaag niet onder de aangifteplicht. Wetgevend initiatief terzake zou op zijn plaats zijn.

De melding aan het CAP en de aangifte in de personenbelasting van een buitenlandse cryptorekening zorgt ongetwijfeld voor fiscale interesse. De kans op een verder fiscaal vervolg, lees vragen of controle, is dus niet ondenkbeeldig. Vergeet immers niet dat de belastbaarheid van gerealiseerde meerwaarden op virtuele munten realistisch is.


Uw vereniging onderwerpen aan de rechtspersonenbelasting? U kiest!

In een eerdere bijdrage werd toegelicht dat de fiscus het gemunt heeft op verenigingen die kosteloze voordelen krijgen van sponsors. Dergelijke vorm van sponsoring is niet ongewoon bij sportclubs.
Verenigingen bevinden zich bovendien vaak in een fiscale schemerzone. Het is niet altijd even duidelijk. Verrichten zij (te) veel activiteiten die winst opleveren lopen zij het risico om onder de vennootschapsbelasting te vallen. Soms vallen zij onder de rechtspersonenbelasting. Een andere vereniging valt dan weer onder een btw-vrijstellingsregeling.

Optiestelsel

Het nieuw Koninklijk Besluit tot invoering van een optiestelsel voor verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid van 6 juni 2019 is in werking getreden op 14 juni 2019. Dit KB geeft aan een vereniging een duidelijk keuze.

De rechtspersonenbelasting is in principe enkel van toepassing op de in België gevestigde rechtspersonen.

Politieke organisaties, vakverenigingen, parochiale werken, jeugdbewegingen, verenigingen met vermaakdoeleinden of culturele verenigingen hebben in de meeste gevallen geen rechtspersoonlijkheid. Zij vallen dus niet onder de rechtspersonenbelasting.

De vereniging zonder rechtspersoonlijkheid kan echter zelf de optie lichten om wél onder de rechtspersonenbelasting te vallen. Uw vereniging onderworpen aan de rechtspersonenbelasting? U kiest!

Ratio legis

Roerende inkomsten op een rekening van een vereniging worden belast in hoofde van de rijksinwoner die beschikt over de handtekeningsbevoegdheid van deze rekening.

De vereniging moet dus op zoek gaan naar iemand die nog mandaat wil nemen in de vereniging. De mandaathouder wordt dan belast in de personenbelasting. De belastingadministratie behandelt dit als een eigen inkomen van de beheerder van de bankrekening.

De wetgever laat nu de ruimte. De vereniging kiest zelf om zich vrijwillig te onderwerpen aan de rechtspersonenbelasting. De mandaathouder loopt aldus geen fiscaal risico meer. De vereniging moet haar leden wel inlichten over die keuze.

Hoe kiezen?

Een vereniging zal een brief aan de bevoegde directeur van de directe belastingen moeten richten. De vereniging verstuurt deze brief uiterlijk voor de 60ste dag voor de laatste dag van het belastbaar tijdperk, dus tot en met 31 oktober.

Aangezien dit voor het belastbare tijdperk dat samenvalt met het jaar 2018 niet meer mogelijk is, voorziet het KB in een overgangsmaatregel. Verenigingen die wensen te opteren voor de rechtspersonenbelasting voor de inkomsten die in 2018 werden verkregen, moeten hun brief verzenden voor 11 juli 2019.

Kiest de vereniging in een belastbaar tijdperk voor de rechtspersonenbelasting, dan geldt haar keuze ook voor de vijf volgende belastbare tijdperken.

Wat moet u meesturen?

De vereniging zal bij deze brief een lijst van haar leden en statuten van de vereniging dienen toe te voegen.

In de brief vermeldt u ook het adres van de zetel van de vereniging en de naam en het adres van het lid dat de aangifte  zal indienen.

Tot slot vraagt de fiscus ook om een overzicht van alle roerende en onroerende goederen en alle kapitalen en rekeningen van de vereniging mee te sturen.

Volledigheidshalve…

en omdat een gewaarschuwd man er twee waard is (een vrouw – drie) geven we graag het volgende mee:

“Een vereniging mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de oprichters, de leden, de bestuurders of enig andere persoon behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel.”

Voor de invoering van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen was het niet wettelijk verboden om een onrechtstreeks vermogensvoordeel te verschaffen aan de leden van de vereniging. De grijze zone vervaagt.

 


Een partner maar geen kinderen: wie erft en wie niet?

In een eerdere bijdrage gingen we in op de situatie dat u alleenstaand bent en geen kinderen hebt. Wat nu indien u wel een partner hebt, maar al dan niet bewust kinderloos bent gebleven. Gaat alles dan automatisch naar uw langstlevende partner? Krijgen uw broers en/of zussen ook nog iets? Of misschien erven uw ouders ook nog wel? Het antwoord is afhankelijk van hoe uw relatie juist is samengesteld: bent u gehuwd - wettelijk of feitelijk samenwonend?

Huwelijk

U bent gehuwd, prachtig! Bij uw overlijden zal er eerst een ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel plaatsvinden. Hebt u gekozen voor het stelsel van scheiding van goederen, dan zijn er slechts 2 vermogens: het eigen vermogen van uzelf en dat van uw partner. Bent u onder het wettelijk stelsel gehuwd, dan zijn er  3 vermogens: het eigen vermogen van uzelf, dat van uw partner en dan nog het gemeenschappelijk vermogen. In dit laatste geval bestaat uw nalatenschap uit de goederen uit uw eigen vermogen en (standaard) de helft van het gemeenschappelijk vermogen. Wanneer er een huwelijkscontract in het spel is, kan deze verdeling echter anders zijn.

De huwelijkse partner heeft het meest uitgebreide wettelijke erfrecht. De grootorde van dat erfrecht is echter wel afhankelijk van de andere erfgenamen die tot de nalatenschap komen.

Wanneer er naast uw echtgenoot/echtgenote ook nog andere erfgerechtigden zijn, dan bekomt de langstlevende het vruchtgebruik op uw eigen goederen.  De goederen die zich in de gemeenschap bevinden of die in onverdeeldheid waren, zullen in volle eigendom toekomen aan de langstlevende.

Zijn er geen erfgenamen waarmee de langstlevende in samenloop komt, dan erft hij of zij uw volledige nalatenschap in volle eigendom.

Door te huwen weet u dus sowieso dat de goederen uit uw nalatenschap in handen van uw partner terechtkomen.

Wettelijk samenwonende partner

U en uw partner zijn naar de ambtenaar van de burgerlijke stand gegaan en u hebt daar een verklaring afgelegd. In dat geval bent u wettelijke samenwonend. De wet voorziet dan in een beperkt erfrecht voor de langstlevende partner.  Beperkt, als ware het een "light huwelijk", althans voor wat betreft het erfrecht. Uiteraard is het ook hier mogelijk om nog bij te sturen door middel van een testament.

De langstlevende wettelijk samenwonende partner erft enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning en de aanwezige huisraad. Indien u de gezinswoning huurt, zal de langstlevende deze huur kunnen verder zetten en erft hij of zij enkel het vruchtgebruik op de aanwezige huisraad.

Ja, u leest het goed: de langstlevende heeft enkel aanspraken inzake het vruchtgebruik op de gezinswoning.  De blote eigendom zal aan de overige erfgenamen toekomen. Alle andere goederen die zich in uw nalatenschap bevinden, zullen bovendien integraal en in volle eigendom naar uw overige erfgenamen gaan, op basis van de regels van de wettelijke devolutie. Zijn er geen erfgenamen beschikbaar, dan zal de Staat uw goederen met plezier aanvaarden.

Feitelijke samenwoning?

Voor feitelijke samenwoners is er wettelijk niets geregeld.  De partners zijn als het ware vreemden voor elkaar. Indien er testamentair niets geregeld is, zijn het de erfgenamen van de respectievelijke partners die effectief zullen erven. Hiervoor verwijzen we graag naar de regels van de wettelijke devolutie, zoals uiteengezet in een eerdere bijdrage.

Dit kan zeer onaangename gevolgen hebben, bijvoorbeeld inzake de gezinswoning. In vele gevallen komt het wegvallen van een partner erop neer dat de langstlevende de woning moet verlaten. Een testament kan ook hier soelaas bieden en ervoor zorgen dat de langstlevende de woning toch kan verwerven.

Fiscaliteit

Sinds 2007 geldt voor de langstlevende partner in het Vlaamse Gewest namelijk een vrijstelling (0%) van erfbelasting op de nettowaarde van de gezinswoning. Hieraan zijn uiteraard een aantal voorwaarden gekoppeld. Zo geldt de vrijstelling van de erfbelasting voor de gezinswoning voor gehuwden, wettelijk samenwonenden of feitelijk samenwonenden. Voor feitelijk samenwonenden geldt bijkomend wel dat de partners minstens 3 jaar moeten samenwonen vóór het tijdstip van overlijden.

Conclusie

Het is belangrijk dat u de juiste afwegingen maakt van wat u zelf wil dat er met uw vermogen gebeurt. De juristen van aternio staan u graag om u te adviseren in deze materie. U kan ze hier contacteren.


transparantie

Deugdelijk bestuur en Corporate Governance Code 2020

Weet u als bestuurder hoe u op een deugdelijke wijze het bestuur van de vennootschap organiseert? Wanneer spreken we nu eigenlijk van deugdelijk bestuur?

De Corporate Governance Code kan hieromtrent als bijbel worden aanzien. In het Belgisch Staatsblad van 17 mei 2019 is de nieuwe Corporate Governance Code 2020 gepubliceerd. Het is immers belangrijk dat de code niet achter hinkt op de vernieuwingen in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV).

Voor wie?

Artikel 3:6 § 2 4de lid van het WVV verplicht genoteerde vennootschappen om in haar jaarverslag een verklaring inzake deugdelijk bestuur op te nemen. Het bestuur is verplicht om aan te duiden welke code zij volgt. Deze verplichting kan desalniettemin ook van belang zijn voor de bestuurder van een niet-genoteerde vennootschap.

Wanneer?

De inwerkingtreding van de nieuwe code volgt de overgangsregeling van het WVV. De nieuwe  Corporate Governance Code 2020 is van toepassing op nieuwe rechtspersonen vanaf 1 mei 2019. Op bestaande rechtspersonen is ze van toepassing vanaf 1 januari 2020, tenzij deze hebben beslist zich aan het WVV te onderwerpen vóór die datum.

Wat?

Aangezien de code een omvangrijk document betreft selecteerden wij voor u een aantal principes die ook voor niet-genoteerde vennootschappen interessant kunnen zijn.

De hierna volgende onderwerpen zijn gekozen met de aansprakelijkheid van een bestuurder in het achterhoofd. Deze leidraad kan een bestuurder ondersteunen om ‘deugdelijke’ beslissingen inzake bestuur te maken.

Keuze van bestuurder

Overeenkomstig artikel 7:87 WVV dient een bestuurder in een genoteerde vennootschap onafhankelijk te zijn. Dit is evengoed van belang in een gewone bv of nv. De code reikt een aantal criteria aan om dit te kunnen beoordelen.

Een kandidaat bestuurder die aan deze criteria beantwoordt, wordt, tot bewijs van het tegendeel, vermoed onafhankelijk te zijn.

Alle bestuurders moeten blijk geven van een onafhankelijke geest en handelen met het oog op het 'vennootschapsbelang'. In het arrest van 28 november 2013 heeft het Hof van Cassatie de volgende restrictieve interpretatie gegeven van het begrip 'vennootschapsbelang': “Het belang van een vennootschap wordt bepaald door het collectief winstbelang van haar huidige en toekomstige aandeelhouders”. De bestuurder is onafhankelijk van geest als hij persoonlijke overtuigingen kan ontwikkelen en de moed heeft om hiernaar te handelen door de standpunten van andere bestuurders te evalueren en op kritische wijze ter discussie te stellen en effectief bevragend op te treden. De bestuurder moet dan ook in staat zijn weerstand te bieden aan groepsdruk.

Screening van een kandidaat-bestuurder zal dan ook niet over één dag ijs gaan.

De ‘pas toe of leg uit’-regel (comply or explain rule) blijft logischerwijs onverkort van toepassing, wanneer de raad van bestuur een kandidaat-bestuurder voorstel die twijfelachtig is dient zij de algemene vergadering daarvan op de hoogte te stellen.

De raad is eveneens verplicht om de voorzitter onmiddellijk in kennis te stellen van het gegeven dat een huidige bestuurder niet langer voldoen aan de criteria ten gevolge van een gewijzigde omstandigheid.

Uw relaties zijn uw troef

De Corporate Governance Code 2020 oppert ook voor een duidelijke communicatielijn met haar aandeelhouders en potentiële investeerders. Een vennootschap is maar zo sterk als haar basis.

Het bestuur dient de strategische doelstellingen toe te lichten en de relatie met álle aandeelhouders, te onderhouden door met hen in communicatie te treden. Niet alleen luisteren naar de eigen bestuursverwachtingen, maar ook naar wat de aandeelhouders nu eigenlijk verwachten ?

De code moedigt ook aan om hieromtrent overeenkomsten af te sluiten.

Kwaliteitsmanagement

Hopelijk wordt de vennootschap meer dan één keer per jaar financieel doorgelicht. De analyse naar aanleiding van de opstelling van de jaarrekening en de opmaak van het jaarverslag is het minimum. Vergeet niet, u loopt dan mogelijk achter de feiten aan en leeft in het verleden in plaats van te kijken naar de toekomst van uw onderneming.

Kennis van een stand van zaken aangaande de financiële positie van uw onderneming is belangrijk, maar ook andere criteria zijn van belang voor de evolutie van uw onderneming. De code moedigt dan ook aan om een evaluatiesysteem in te voeren met betrekking tot de werking van het bestuursorgaan.

Doet zij wat ze zegt? Zegt zij wat ze doet? Een deugdelijk kwaliteitsmanagementsysteem is onontbeerlijk om een deugdelijk bestuur te realiseren.

Checklist

Heeft u al nagedacht om een relationship agreement af te sluiten met een belangrijke aandeelhouder of handelscontact voor uw vennootschap?

aternio helpt u graag verder met uw overeenkomsten of om uw eigen kwaliteitsmanagementsysteem op poten te zetten.


Bewijs het maar! Nieuwe bewijsregels in het burgerlijk recht.

Het Belgische Burgerlijk Wetboek is op heel wat punten toe aan modernisering. Daarom staat een nieuw Burgerlijk wetboek in de steigers dat zal bestaan uit negen boeken. Boek acht inzake het bewijs is inmiddels klaar. Vanaf 1 november 2020 wijzigen de bewijsregels in het burgerlijk recht.

De aanpassingen zijn ingegeven vanuit de noodzaak om te moderniseren, te verduidelijken en beter te definiëren. Uiteraard heeft de technologische evolutie ook een impact op de bewijsvoering. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de regels van het vrije bewijs zijn uitgebreid.

Basis van bewijs

Behalve in de gevallen waarin de wet anders bepaalt, moet men alleen aangevoerde of betwiste feiten of rechtshandelingen bewijzen. Het recht, algemeen bekende feiten of ervaringsregels hoeven geen bewijsvoering.

Tenzij er afwijkende wettelijke regels  zijn, wordt het bewijs geleverd met een redelijke mate van zekerheid. Bij een negatief feit kan het aantonen van de waarschijnlijkheid van dat feit volstaan. Hetzelfde geldt voor positieve feiten waarvan het vanwege de aard zelf van het te bewijzen feit niet mogelijk of niet redelijk is om een zeker bewijs te verlangen.

Voortaan kan de rechter, bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, in het licht van uitzonderlijke omstandigheden, bepalen wie de bewijslast draagt wanneer de normale bewijsregels kennelijk onredelijk zouden zijn. Dit kan enkel wanneer de rechter alle nuttige onderzoeksmaatregelen heeft bevolen, erover heeft gewaakt en vaststelt dat er vervolgens nog steeds geen voldoende bewijs is geleverd.

Vrij bewijsstelsel

In het vrije bewijsstelsel kan men het bewijs leveren op gelijk welke manier. Het oude plafond van 375 euro is verhoogd naar 3.500 euro. Dit impliceert dat heel wat handelingen voortaan zullen kunnen worden bewezen op eender welke wijze. Voor heel wat dagdagelijkse verrichtingen is een ondertekend geschrift dus niet meer noodzakelijk. Onder de grens van 3.500 euro kunnen bijvoorbeeld berichten via WhatsApp of Messenger, getuigen en vermoeden volstaan.

Eenzijdige rechtshandelingen

Inzake eenzijdige rechtshandelingen is het bewijs altijd vrij, ongeacht hun waarde. Eenzijdige rechtshandelingen zijn handelingen die uitsluitend plaatsvinden als gevolg van de wil van degene die ze uitvoert. Behoudens de instemming van de uitvoerder is van niemand anders goedkeuring vereist. Voorbeelden zijn een verkoopaanbod of een schuldbekentenis.

Opgelet voor een eenzijdige verbintenis tot betalen of levering van vervangbare zaken is wel een schriftelijke verbintenis vereist. De verbintenis levert bovendien pas een bewijs op indien zij de handtekening bevat van de persoon die zich verbindt. De som of de hoeveelheid moet voluit in letters worden geschreven door diegene die zich verbindt. Iedere overeenkomst die afwijkt van deze regel is nietig.

Voor het bewijs van de datum geldt een specifieke regeling. Een onderhandse akte verkrijgt, ten aanzien van derden, geen vaste dagtekening dan:
1° van de dag waarop zij is geregistreerd, ofwel
2° van de dag waarop de hoofdinhoud ervan is vastgesteld in een authentieke akte, ofwel
3° van de dag waarop minstens één van de partijen de akte of de datum ervan niet langer kan wijzigen, onder meer ten gevolge van het overlijden van een partij.

Ondernemingsbewijs

Tussen of tegen ondernemingen is het bewijs vrij, ook voor sommen die de som van 3.500 euro overschrijden. De vrije bewijsvoering geldt niet wanneer een onderneming iets wil bewijzen tegen iemand die geen onderneming voert. Voor natuurlijke personen die tevens ondernemer zijn geldt de vrijheid van bewijs niet voor rechtshandelingen die vreemd zijn aan hun onderneming.

Een door een onderneming aanvaarde of niet binnen een redelijke termijn betwiste factuur tegen deze onderneming levert bewijs op van de aangevoerde rechtshandeling. Het aanbrengen van een tegenbewijs is wel mogelijk.

De uitdrukkelijke of stilzwijgende aanvaarding van een factuur door een persoon die geen onderneming is, maakt slechts een feitelijk vermoeden uit. Het gebrek aan betwisting van een factuur door een dergelijke persoon geldt niet als een aanvaarding van die factuur. behalve wanneer deze afwezigheid van betwisting een omstandig stilzwijgen uitmaakt.

Andere uitzonderingen op ondertekend geschrift

Een ondertekend geschrift kan steeds worden vervangen door een bekentenis, een beslissende eed of een begin van bewijs door geschrift voor zover dit laatste wordt aangevuld met een ander bewijsmiddel.  Derden kunnen het bewijs van een rechtshandeling met alle bewijsmiddelen leveren. Ten aanzien van derden kan een partij het bewijs leveren van een rechtshandeling met alle bewijsmiddelen.

Bron: Wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 'Bewijs', BS 14 mei 2019


Vruchtgebruik: wettelijke voortzetting, terugval of aanwas?

Vruchtgebruik. Bekend, bemind en vanzelfsprekend voor velen, soms onbegrijpelijk voor anderen. Het ontstaat door een opsplitsing van het (volle) eigendomsrecht in blote eigendom enerzijds en vruchtgebruik anderzijds. Het is een (zakelijk) recht om van een goed, waarvan een ander de blote eigendom heeft, het tijdelijk genot te hebben. Het kan gaan om het bewonen van een woning of het innen van de vruchten (lees: intresten) van een effectenportefeuille. Er zijn echter verschillende "types" mogelijk, die we graag even kort toelichten.

Type 1: wettelijk voortgezet vruchtgebruik

Schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik komen zeer courant voor. Sinds 1 september 2018 voorziet het nieuwe erfrecht in iets nieuws: de automatische overdracht naar de langstlevende echtgenoot van de schenker. Dit nieuwtje geldt ook richting de langstlevende wettelijk samenwonende partner, indien het over de gezinswoning gaat. Uiteraard zijn hier voorwaarden aan verbonden. Voorwaarde 1 is dat de begunstigde reeds gehuwd of wettelijk samenwonend was met de erflater op het ogenblik van de schenking. Voorwaarde 2 is dat de schenker gedurende zijn/haar leven geen afstand heeft gedaan van het vruchtgebruik.

Op deze wettelijk voorziene overgang dient "normaal gezien" erfbelasting te worden betaald. Normaal gezien, want er geldt een uitzondering indien het gaat om de gezinswoning. In dit laatste geval geniet de langstlevende van een specifieke vrijstelling in de erfbelasting.

Type 2: terugval

Soms weet iemand al op voorhand dat het wettelijk voortgezet vruchtgebruik geen uitwerking kan krijgen, omdat de voorwaarden niet vervuld zijn.

In dat geval kan een beding van terugval in de akte opgenomen worden. Daardoor kan de schenker alvast verzekeren dat het vruchtgebruik bij zijn/haar overlijden terechtkomt bij de gewenste persoon. Gebruikelijk gaat het hier om de langstlevende partner van de schenker. Het betreft een opvolgend vruchtgebruik onder de opschortende voorwaarde van overlijden van de schenker (en dus geen wettelijk voortgezet vruchtgebruik). Wanneer dit niet expliciet in de akte staat, zal het vruchtgebruik dus aanwassen bij de blote eigenaars. Deze laatsten verkrijgen op dat moment dus de volle eigendom.

Wanneer de terugval uitwerking krijgt, zal de fiscale administratie deze belasten in de schenkbelasting. Dit geldt ongeacht of de terugval betrekking heeft op een onroerend of een roerend goed.

Bemerk hierbij het verschil: het wettelijk voortgezet vruchtgebruik valt onder de erfbelasting; de terugval valt onder de schenkbelasting. Dit kan een aanzienlijk verschil geven bij de uiteindelijk te betalen belasting!

Type 3: aanwas

Het voorgaande ging er steeds vanuit dat 1 iemand de schenking deed en diens voorbehouden vruchtgebruik aan iemand anders wou laten. Het is echter ook mogelijk dat echtgenoten of partners samen een schenking uitvoeren. Het gaat dan om gemeenschappelijke goederen of goederen die zij in onverdeeldheid aanhouden. In dat geval kunnen de beide schenkers als modaliteit bedingen dat, indien 1 van hen zou overlijden, het vruchtgebruik dan aanwast bij de langstlevende onder hen.

De langstlevende bekomt het vruchtgebruik dan door een zogenaamd "beding ten behoeve van zichzelf". Daardoor zal een dergelijke aanwas  geen aanleiding geven tot enige belasting, niet in de schenkbelasting en dus ook niet in de erfbelasting. Dit werd ook expliciet bevestigd door de Vlaamse decreetgever.

De juristen van aternio staan u graag om u te adviseren in deze materie. U kan ons hier contacteren.

 


Change of control clausules

Change of control clausules komen voornamelijk ter sprake bij overnamedeals van aandelen die een controlewijziging tot gevolg hebben.

Vaak verklaart de verkoper van de aandelen aan de koper dat er geen change of control clausules spelen.

De waarde van de onderneming is immers vaak afhankelijk van de waarde van haar overeenkomsten.

Indien er wél change of control clausules spelen, ontstaan immers ongemakkelijke situaties. Aan uw klanten, leveranciers of de bank zal gevraagd moeten worden of zij de overeenkomst ook verderzetten na de verkoop van de aandelen aan de koper.

Er gaat dan ook heel wat schuil achter deze clausules, die op het eerste gezicht banaal lijken.

Afbakening van het begrip

De controle is “de bevoegdheid om in rechte of in feite een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid”.

Een “wijziging” in controle is het gevolg van het verlies van voorgemelde bevoegdheden, een vrijwillige overdracht, of een actieve “verovering” door een minderheidsaandeelhouder of een derde van de controle.

De change of control clausule maakt het mogelijk om een overeenkomst te verpersoonlijken. Als de bestuurder belangrijker wordt dan de vennootschap waarmee het contract wordt ondertekend, wees dan maar gerust dat dergelijke clausule aanwezig zal zijn. In het geval de bestuurder zijn zeggenschap in de vennootschap komt te verliezen zal de clausule uitwerking krijgen. De overeenkomst verliest voor de contractpartij immers mogelijkerwijze aan waarde.

Banken schrijven vaak dergelijke clausules in hun overeenkomsten waardoor zij het recht hebben om een lening voortijdig op te eisen wanneer de controle over de vennootschap wijzigt.

De clausule onder het oude vennootschapsrecht

Artikel 556 van het Wetboek van vennootschappen (hierna W.Venn.) bepaalt dat enkel de algemene vergadering aan derden rechten kan toekennen die een invloed hebben op het vermogen van de vennootschap, dan wel een schuld of een verplichting te haren laste doen ontstaan, wanneer de uitoefening van deze rechten afhankelijk is van een verandering van de controle die op haar wordt uitgeoefend.

In mensentaal…. als er een change in controle clausule aanwezig is in de overeenkomst waarop de vennootschap wenst in te tekenen zal de algemene vergadering dit moeten goedkeuren.

Het tweede lid van voorgemeld artikel stelt daarenboven dat dit besluit gepubliceerd moet worden.

Gelukkig gelden deze formaliteiten dan ook enkel in een NV en in de commanditaire vennootschap op aandelen.

Wij vermoeden dat maar weinig bestuurders zich hiervan bewust zijn…

Nietigheidsanctie

Voorgemelde bepaling is voorgeschreven op straffe van nietigheid.

De clausule (en eventueel heel de overeenkomst) is nietig indien zij niet werd goedgekeurd of de beslissing niet werd gepubliceerd.

Dergelijke formaliteiten hebben bijgevolg verstrekkende gevolgen.

Gevolgen afwezigheid van de goedkeuring

Een bestuurder treedt buiten zijn bevoegdheid als hij een overeenkomst tekent die niet wordt goedgekeurd door de algemene vergadering.

Aangezien de goedkeuring door de algemene vergadering is voorgeschreven bij wet, begaat de bestuurder aldus een overtreding van de wet.

Change of control clausules zijn dan ook au sérieux te nemen.

De vennootschap kan uitspelen dat zij niet gebonden is door de bewuste clausule en zich beroepen op de nietigheid. Indien de vennootschap bijvoorbeeld wordt aangesproken door de kredietverstrekker na een controlewijziging die het krediet onmiddellijk wenst op te zeggen kan zij stellen dat dit niet rechtsgeldig is! De goede trouw van de kredietverstrekker is daarbij zelfs irrelevant. Hij moet de wet kennen! De bank had dus moeten weten dat de algemene vergadering haar goedkeuring diende te geven.

Het is dan ook van belang om te weten:

  1. Hoe sterk u staat in een overeenkomst – Is de change of control clausule in uw voordeel?;
  2. Maar zeker of u dit ook kan uitspelen.

Deelbaarheidsbeding

Als de algemene vergadering de clausule niet heeft goedgekeurd is de change of control clausule nietig. De nietigheid van het beding kan wel eens de nietigheid van heel de overeenkomst teweeg brengen!

In een goed beredeneerde overeenkomst zal vaak een deelbaarheidsbeding zijn opgenomen. De nietige clausule wordt dan gewoon als een afzonderlijk deel in de vuilbak geworpen en het ander deel van de overeenkomst blijft bestaan.

Leest u uw contract wel eens goed na?

Change door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV)?

Artikel 556 W.Venn. is oorspronkelijk bedoeld als een beperking op beschermingsconstructies tegen overnamebiedingen. Het is dan ook niet de bedoeling geweest om deze bepaling om alle NV's toe te passen. Het WVV wijzigt dan ook het toepassingsgebied.

De verplichte goedkeuring door de algemene vergadering zal enkel noodzakelijk zijn in beursgenoteerde NV's.

De tekst is tevens gewijzigd van “invloed op het vermogen” naar “aanzienlijke invloed op het vermogen”. De beperking tot enkel beursgenoteerde NV's is een noodzakelijke wijziging, maar wat is een "aanzienlijke" invloed? De clausules worden immers pas pertinent wanneer er sprake is van een controlewijziging. De impact van een overeenkomst op het vermogen van een vennootschap is bijgevolg geen statisch gegeven...

Door de wijziging wordt dan ook enige rechtsonzekerheid ingevoerd.

Inwerkingtreding? Van algemene vergadering naar de Raad van Bestuur.

De bepaling met betrekking tot de change of control clausules zijn van dwingende aard en zullen dus automatisch op de NV's van toepassing worden op 01.01.2020.

U ontdekt na deze datum een overeenkomst met dergelijke niet-goedgekeurde clausule in een niet-beursgenoteerde NV? Dan dient de Raad van Bestuur deze overeenkomst te bekrachtigen!

Altijd noopt de ondertekening van een overeenkomst tot een grondige lezing! Wij staan voor u paraat als u hulp nodig hebt.


WLTP of NEDC? Bent u nog mee?

Wie nu een nieuwe wagen koopt, zal het zich zeker al hebben afgevraagd. Hoeveel CO2 stoot mijn wagen uit? In onze huidige maatschappij denken we immers allemaal wel na over het klimaat.

Nieuwe norm = WLTP

Wel, de CO2-uitstoot van nieuwe  wagens wordt voortaan gemeten volgens een nieuwe testprocedure, de zogenaamde WLTP (Worldwide Harmonised Light vehicle Test Procedure).

Deze WLTP-norm vervangt de oude NEDC-norm. De auto-industrie evolueert namelijk zodanig snel dat de NEDC-test niet meer aangepast is aan het huidige drukke verkeer. De Europese Unie heeft daarom beslist om gaandeweg de nieuwe WLTP-norm in te voeren.

Let wel, de nieuwe WLTP-norm is strenger en leidt tot hogere waardes van CO2-uitstoot.

Fiscaliteit

De CO2-uitstoot is niet enkel van belang voor het milieu. Deze normen zijn ook van belang in de fiscaliteit.

Denk maar aan de aftrek autokosten, het voordeel alle aard, de verkeersbelasting, de BIV enzovoort, die worden berekend aan de hand van de CO2-uitstoot.

Maar welke norm past de fiscus toe?

De fiscus bevestigt in haar FAQ dat u de oude NEDC-norm mag gebruiken tot eind 2020 voor de berekening van het voordeel alle aard. We nemen aan dat dit ook geldt voor de kostenaftrek.

Bij Vlabel bevestigen ze dan weer dat men enkel rekening houdt met de NEDC-norm voor de verkeersbelasting en BIV.

Tot eind 2020 mag nog de gunstigere NEDC-waarde (gemeten of omgerekend) gebruikt worden als basis voor de autofiscaliteit.

Gelijkvormigheidsattest

Waar kan ik de CO2-uitstoot van mijn wagen terugvinden?

Op het gelijkvormigheidsattest van uw nieuwe wagen (vanaf eind 2018) zou u - in principe - onder code 49 beide normen moeten terugvinden. Op het inschrijvingsbewijs zal u enkel de WLTP-norm vinden.

Oudere wagens zullen in principe enkel de oude NEDC-norm op hun documenten vermelden.

Conclusie

Indien u slechts één uitstoot terugvindt, verifieer dan eerst goed of dit weldegelijk de gunstigere NEDC-norm is en niet de strengere WLTP-norm.


Alleenstaand en geen kinderen? Wie erft en wie niet?

U denkt aan vermogensplanning. Check! Dat is de eerste stap: u staat open voor een (fiscale) optimalisatie van uw vermogen en u bent bereid om hierover grondig na te denken. U wil nog niet meteen de deur van de notaris binnenwandelen en u begint een beetje op te zoeken. U wordt overladen door een zondvloed aan artikels over het oude erfrecht en het nieuwe erfrecht sinds 1 september 2018. Plots ziet u door het bos de bomen niet meer. Om u alvast op het meest recente pad te brengen kan u hier en hier een aantal artikels van de nieuwe regels terugvinden. Ok, dat is alvast 1 frustratie opgelost. Maar, u leest en leest en overal gaat het over situaties waarin men gehuwd of samenwonend is en men liefst ook nog minstens 1 kind heeft. Frustratie 2  duikt op, want u bent alleenstaand en u hebt geen kinderen. Is vermogensplanning dan niets voor u? Moet u zomaar aanvaarden dat de overheid met (een aanzienlijk deel van) uw vermogen aan de haal gaat? Nee! In deze bijdrage zetten we alles graag even op een rijtje voor u.

Eerst komt de orde

Wanneer u zelf geen regeling voorziet, zullen de wettelijke regels van het Burgerlijk Wetboek (BW) zich laten gelden. Dit wil zeggen dat u een heuse cascade op uw familie zal ondergaan. In wat volgt zetten we even de wettelijke regels uiteen. Uiteraard kunnen de juiste planningstechnieken hierop inwerken, dit komt later aan bod.

De wetgever voorziet in een viertal groepen (de ordes) om te bepalen wie er, in dalende volgorde, tot uw nalatenschap komt. Vanaf dat er erfgenamen in een bepaalde orde aanwezig zijn, worden de andere ordes uitgesloten.

De eerste orde omvat de afstammelingen. Van zodra er afstammelingen zijn, is al de rest "irrelevant" voor de wetgever.
Indien er geen afstammelingen zijn, komt de  tweede orde aan bod.

De tweede orde omvat broers en zussen en de ouders (uiteraard indien deze nog in leven zijn). In dat geval zullen de ouders samen de helft van de nalatenschap krijgen. Indien er nog maar 1 ouder in leven is, zal deze een kwart van de nalatenschap erven. Het overige wordt evenredig verdeeld tussen de broers en zussen.

U denkt nu, ik heb geen broers of zussen, dus alles dan naar mijn ouders (of de langstlevende van hen)? Nee, dat is niet noodzakelijk zo.
Wanneer er geen broers en/of zussen zijn, vallen de ouders namelijk in de derde orde. Deze derde orde omvat alle zogenaamde "ascendenten". Dit zijn alle bloedverwanten in een opgaande lijn: ouders, grootouders, misschien zelfs nog overgrootouders. Opnieuw volgt een evenredige verdeling, tenzij u anders hebt voorzien.

De vierde en laatste orde omvat de niet-bevoorrechte zijverwanten: nonkels, tantes, neven en nichten.

Is hiermee de kous af? Nee, want de wetgever gaat nog een stapje verder: naast de opdeling in ordes, gaan we binnen elke orde ook nog eens de graad van verwantschap bepalen.

Daarna komt de graad

Niet iedereen in een "ervende orde" zal ook effectief erven. Enkel degene die het dichtste in graad bij u, als erflater, staat zal erven. Bijvoorbeeld:
- uw grootmoeder zal niet automatisch erven, als uw moeder nog in leven is. We zitten in de derde orde, maar uw moeder is erfgenaam in de eerste graad, uw grootmoeder pas in de tweede graad.
- uw neef zal niet erven als die zijn vader (uw nonkel) nog in leven is. We zitten in de vierde orde, maar uw nonkel is tweede graad, uw neef is derde graad.

Nu zijn er nog een aantal wettelijke "figuren" die inwerken op de voornoemde regels van orde en graad: de plaatsvervulling en de grote en kleine kloving.

Plaatsvervulling

Het is jammer genoeg mogelijk dat een mogelijke erfgenaam reeds vooroverleden is. Stel, u bent alleenstaand en u hebt geen kinderen. Maar, u hebt een broer en een zus, die elk op hun beurt wél kinderen hebben. Door een ongelukkig voorval overlijdt uw zus. Sluit uw broer (tweede orde) dan de afstammelingen van uw zus (vierde orde) uit? Indien de plaatsvervulling niet zou bestaan, zou het antwoord ja zijn. De wetgever heeft dit echter, terecht, als onrechtvaardig aanzien en daardoor de figuur van de plaatsvervulling gecreëerd. De kinderen van de overleden zus zullen zo, samen, in de plaats komen van hun overleden moeder. Op die manier zullen zij samen het erfdeel van hun moeder ontvangen. Het woord "samen" is hier wel van belang: ongeacht het aantal afstammelingen de vooroverleden zus heeft, zij erven samen wat de vooroverleden erfgenaam op zichzelf zou erven.

Kloving

Vooreerst is er het principe van de kleine kloving. Stel u hebt een broer, maar ook een halfzus. In dat geval moeten we onze heil zoeken in de kleine kloving. Dit wil zeggen dat de nalatenschap in twee gelijke delen wordt verdeeld, namelijk vaderlijke lijn en de moederlijke lijn. Uw broer zal erven uit beide lijnen. Uw halfzus zal enkel erven uit de lijn van de gemeenschappelijke ouder.

We kennen ook het principe van de grote kloving. Wanneer uw nalatenschap niet kan toekomen aan erfgenamen van de eerste of de tweede orde, dan zal deze kloving optreden. Dit wil zeggen dat men uw nalatenschap opnieuw zal opdelen in 2 helften: een helft voor de vaderlijke lijn en een helft voor de moederlijke lijn. Binnen elk van deze lijnen geldt vervolgens dat diegene(n) erven die in de dichtste orde en vervolgens in de dichtste graad staat/staan. Als er geen erfgenamen (meer) zijn in een bepaalde lijn, dan zal dat deel geërfd worden door de andere lijn.

Afwijken van de wettelijke regels

In wat voorafgaat werden de wettelijke regels uiteengezet. Wanneer u geen planning onderneemt, zal uw nalatenschap aan deze regels onderworpen worden. U kan hiervan echter afwijken. Aangezien u alleenstaand bent, hebt u geen reservataire erfgenamen om rekening mee te houden. Reservatair wil zeggen dat het "bevoorrechte" erfgenamen zijn, die sowieso een erfrecht hebben waar u niet aan kan raken. Typevoorbeeld hiervan zijn de kinderen en de partner. Maar die zijn er niet, dus u kan volledig zelf regelen aan wie u zaken wil nalaten.

U beschikt over tal van mogelijkheden om te plannen.
Zo kan u uw vermogen bijvoorbeeld bij leven regelen via een schenking. Indien u echter nog niet zo goed weet wie u wat wil geven, kan een testament steeds de oplossing bieden. Daar waar een schenking een definitieve regeling is, biedt een testament het voordeel dat u dit altijd nog kan aanpassen. Bovendien kan u in uw testament ook kiezen voor de opname van het fiscaal gunstige duo-legaat.

En wat betekent dit op fiscaal vlak?

Belangrijk om nog mee te geven is dat aan dit alles wel een fiscaal kostenplaatje hangt. De tarieven in Vlaanderen zijn afhankelijk van wat u juist onderneemt:
- schenking van roerende goederen aan ouders of aan broers en/of zussen of aan anderen;
- schenking van onroerende goederen aan ouders of aan broers en/of zussen of aan anderen;
- testament aan ouders of aan broers en/of zussen of aan anderen  

Het is belangrijk dat u volledig geïnformeerd bent en zo de juiste afwegingen maakt van wat u zelf wil dat er met uw vermogen gebeurt. De juristen van aternio staan u graag om u te adviseren in deze materie. U kan ze hier contacteren.