Bij Programmawet van 19 december 2014  werd voor KMO’s een regime ingevoerd om  de winst na belasting van het afgesloten boekjaar toe te wijzen aan een afzonderlijke passiefrekening, mits betaling van een anticipatieve heffing van 10%. Dit is de “gewone liquidatiereserve”.

De winsten van aanslagjaren 2013 en 2014 kwamen aanvankelijk niet voor in aanmerking voor deze gunstregeling. Met de Programmawet van 10 augustus 2015 werd het regime van de liquidatiereserve verder uitgebreid naar de aanslagjaren 2013 en 2014. Dit is de zogenaamde “bijzondere liquidatiereserve”.

Waarom gebruik maken van de liquidatiereserve ?

De liquidatiereserve opent de deur van de verlaagde roerende voorheffing van 5 % bij een latere dividenduitkering. Evenwel moet 5 jaar worden gewacht,  een termijn die begint te lopen vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de liquidatiereserve is aangelegd. Bij vereffening van de vennootschap is de anticipatieve heffing meteen de eindbelasting.

Wanneer 10% betalen bij de bijzondere liquidatiereserve ?

Voor aanslagjaar 2013, stipuleert de wet uitdrukkelijk dat de betaling van de 10% anticipatieve heffing en de indiening van de bijzondere aangifte een feit moet zijn uiterlijk op 30 november 2015 (thans uitgesteld naar 15 december 2015).

De bijzondere liquidatiereserve waarvoor deze betaling en aangifte zijn gebeurd, moet geboekt zijn op één of meerdere afzonderlijke rekeningen van het passief, ten laatste op de datum van afsluiten van het boekjaar waarin de anticipatieve heffing] is betaald.

De betaling van de 10% anticipatieve heffing moet uitgevoerd zijn uiterlijk op 15 de­cember 2015. Indien de boekhouding per kalenderjaar wordt gevoerd, moet de boeking een feit zijn op 31 december 2015 .

Voor aanslagjaar 2014 bepaalt wet dat de betaling en de indiening van de bijzondere aangifte een feit moet zijn ten laatste op 30 november 2016. De betaling moet ‘ten laatste’ op 30 november 2016 gebeuren, zodat dat de betaling dus ook vroeger mag gebeuren, zijnde in boekjaar 2015.

Optimalisatie voor aanslagjaar 2014

De wettekst sluit nergens uit dat de twee bijzondere liquidatiereserves voor aanslagjaar 2013 en aanslagjaar 2014 reeds in 2015 worden aangelegd.

Dat wordt nu ook door de Minister van Financiën bevestigd: de wettekst verzet er zich niet tegen dat reeds dit jaar -dus in 2015 – een bijzondere liquidatiereserve voor aanslagjaar 2014 kan worden aangelegd en betaald. (Integraal Verslag, vergadering van 25 november 2015).

Door de 10% anticipatieve heffing m.b.t. aanslagjaar 2014 reeds te betalen in 2015, en de reserve te boeken, vangt de termijn van 5 jaar, een jaar eerder aan. Niet alleen bespaar je zo belastingen maar geniet je ook sneller van de voordelige dividenduitkering.