aternio

Zomerakkoord 2017 laat ook personenbelasting 2018 niet koud

Overzicht

Zomerakkoord, weldra winterbesluiten

De federale regering heeft tijdens de zomer 2017 een akkoord bereikt over een aantal ingrijpende fiscale maatregelen. Dit akkoord moet een meer rechtvaardige fiscaliteit inzake vennootschapsbelasting garanderen.

Door de belastingdruk bij onze Belgische ondernemingen te verlagen hoopt de regering de concurrentiepositie tegenover het buitenland te verbeteren. Startende ondernemingen zullen meer zuurstof krijgen, hetgeen hun competitiviteit ongetwijfeld bevordert.

Het zomerakkoord bevat ook een aantal maatregelen  op het vlak van de personenbelasting. In wat volgt gaan we hier iets dieper op in .

Taks op effectenrekeningen

Vooreerst wordt er vanaf 1 januari 2018 een taks op effectenrekeningen  ingevoerd aan een tarief van 0,15 procent. Certificaten, trackers en niet-beursgenoteerde aandelen op effectenrekeningen worden belastbaar. De aandelen op naam vallen buiten de scope van de effectentaks.

Niettegenstaande de belastingvrije som van 500.000 euro per persoon, wordt het volledige bedrag belast indien deze grens overschreden wordt. Een regelrechte vermogenstaks dus, die het beleggen via de beurs niet bepaald stimuleert. Pensioenspaarfondsen en levensverzekeringen blijven wel buiten schot.

Vrijstelling van roerende voorheffing

De regering tracht voornoemde taks deels te compenseren door een gedeeltelijke vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden van aandelen, ten belope van 627 euro. In tegenstelling tot voorgaande maatregel, zal dit de modale burger misschien overtuigen om spaargeld een zinvolle bestemming te geven.

Vervolgens wordt de vrijstelling op interesten van spaarboekjes gehalveerd van 1880 euro naar 940 euro. Vanaf dit bedrag zal er dus roerende voorheffing ingehouden worden door de financiële instelling in kwestie.

De inwerkingtreding is gepland voor de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018.

Collectieve winstpremie

Voorts promoot het zomerakkoord de toekenning van een collectieve winstpremie door ondernemingen aan al hun werknemers. Belangrijkste voorwaarde is wel dat de premie niet meer dan 30 procent van de loonmassa mag bedragen. De premie is enkel onderhevig aan 13,07% RSZ-werknemersbijdragen en een inkomstenbelasting van 7 procent. Er dient gestipuleerd te worden dat dit gunstregime geen gevolgen heeft op de berekening van de loonnorm, evenmin zal een verschuiving worden toegestaan ten nadele van de toegekende klassieke bezoldigingen.

De invoering van een collectieve winstpremie is niet verplichtend voor de werkgever en legt ook geen participatieverplichting op in het kapitaal. In geen geval is de winstpremie aftrekbaar voor de werkgever.

De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2018.

Pensioensparen

Op vlak van pensioensparen wordt een keuzestelsel ingevoerd. Ofwel kan de spaarder kiezen om jaarlijks 940 euro in te brengen tegen een belastingvermindering van 30 procent, ofwel kan hij opteren om 1200 euro te sparen tegen een vermindering van 25 procent. Het laatstgenoemde biedt een voordeel van 18 euro per jaar tegenover het eerste.

De inwerkingtreding is voorzien voor aanslagjaar 2019.

Belastingvrij bijklussen

Er kan vanaf 1 januari 2018 worden bijgeklust tot 6.000 EUR per jaar. Hierop zijn belastingen noch sociale bijdragen verschuldigd.. Werknemers en zelfstandigen die reeds een hoofdjob hebben moeten wel minstens een 4/5 tewerkstelling hebben. Dergelijke bijklusactiviteiten zijn wel beperkt tot het zogenaamde ‘vrijetijdswerk’. Hieronder vallen inkomsten uit sportactiviteiten, babysitten, gras afmaaien, e.a. Een Koninklijk Besluit zal nog voorzien in een uitgebreide maar zeer concrete lijst van bijklusactiviteiten.

Autokosten

In de personenbelasting zullen de fiscaal aftrekbare autokosten worden bepaald, zoals in de vennootschapsbelasting, in functie van de CO2-uitstoot van de wagen. Dit betekent dat de forfaitaire aftrek van 75% verdwijnt voor wagens aangekocht vanaf 1 januari 2018.

Dit wordt de formule: 120% – (0,5% x aantal gram CO2/Km). Voor benzinewagens wordt deze formule bijkomend vermenigvuldigd met 0,95. Er zal wel een minimum gelden van 50%, enkel wanneer de CO2-uitstoot meer dan 200 gr/km bedraagt, wordt de aftrek beperkt tot 40%.

Bij hybride wagens waarbij de batterij niet voldoende energiecapaciteit heeft (< 0,6 kwh per 100 kg), gebeurd de berekening op basis van de aanwezige brandstofmotor in de auto. Inzake voordeel alle aard van zo een hybride bedrijfswagen geldt de regeling zoals voor een wagen die louter rijdt op brandstof. Dit geldt, net zoals de regeling voor aftrek van autokosten, voor hybride voertuigen aangekocht vanaf 1 januari 2018.

De professionele min- en meerwaarden op personenwagens worden op dezelfde manier belast als in de vennootschapsbelasting in functie van de CO2-uitstoot.

Kortom

Het zomerakkoord biedt, afgezien van de effectentaks en de gewijzigde autofiscaliteit, een aantal  gunstmaatregelen inzake personenbelasting. De regering beoogt duidelijk een afname van inkomensbelasting door onder andere de introductie van fiscaal interessante verloningen.

We volgen de ontwikkelingen verder op de voet. Aarzel niet om ons te contacteren om te vernemen wat de gevolgen kunnen zijn voor u.

Terug naar overzicht
Geschreven door Ben Van den Branden
mail
tel
+32 (0)52 47 82 41
Meer bijdragen over