aternio

Versterkte Kaaimantaks: geen ontsnapping meer mogelijk

Overzicht

De Kaaimantaks (of: de belasting op inkomsten uit juridische constructies) wordt aangepast en versterkt. Op 28 september 2017 werd een voorontwerp van programmawet goedgekeurd waarbij de bestaande regels verder worden verduidelijkt en aangepast. (voor de oorspronkelijke regelgeving verwijzen we graag naar onze eerdere bijdrage)

Hierna willen we alvast enkele van de voornaamste “geplande wijzigingen” meegeven. Maar, vermits het nog om een voorontwerp gaat, moeten we dit uiteraard de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen.

Ook levensverzekeringscontracten

Naast de bestaande juridische constructies, zoals de trustachtige figuren (Type 1) en de rechtspersonen (Type 2), zullen voortaan ook bepaalde contracten (nieuw Type 3) geviseerd worden door de Kaaimantaks.

Zo zal men de taks niet langer kunnen ontwijken door de juridische constructie te verpakken als een verzekeringsproduct. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een dergelijk contract afsluit en in wiens naam de premies worden betaald, zal nu ook als ‘oprichter’ van een juridische constructie worden aanzien.

Dubbelstructuren

Ook zogenaamde “dubbelstructuren” zullen niet langer ontsnappen aan de Kaaimantaks. De nieuwe regelgeving zal voortaan de begrippen “moeder-dochterconstructie” of “ketenconstructie” definiëren. Daarbij zullen de inkomsten fiscaal worden geconsolideerd en belast worden in hoofde van de oprichter van de eerste moederconstructie in de keten.

Alle uitkeringen belast als dividenden

Uitkeringen van alle juridische constructies zouden voortaan belast worden als dividenden. Voor trusts was dit tot hiertoe nog niet het geval.

In het licht daarvan wordt de hoedanigheid van “derde begunstigde” opgeheven, waardoor de doorkijkregeling of fiscale transparantie enkel  nog zal gelden voor oprichters.

De belasting als dividend zal dus steeds gelden, tenzij de belastingplichtige kan aantonen dat door de uitkering het vermogen van de constructie daalt onder het ingebrachte vermogen van de oprichter. Het dividend zal bovendien vrijgesteld zijn indien het samengesteld is uit inkomsten vanuit juridische constructies die de Kaaimantaks reeds hebben ondergaan.

Daadwerkelijke economische activiteit

Volgens de huidige wetgeving is er geen sprake van een juridische constructie als deze entiteit, in het kader van de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, een daadwerkelijke economische activiteit uitoefent.

Deze wettelijke uitzondering (de zogenaamde “substance uitsluiting”) zal voortaan beperkt worden tot die activiteiten die géén verband houden met het beheer van het privévermogen van de oprichter.

Activa

Er zal een specifieke antimisbruikbepaling worden ingevoerd, waarbij de verplaatsing van de zetel of van activa naar een land waarmee geen overeenkomst tot informatie-uitwisseling bestaat, geacht zal worden een fiscale liquidatie van de juridische constructie te zijn.

Feitelijke verenigingen

Tot slot wordt ook de problematiek aangepakt waarbij feitelijke verenigingen in de praktijk niet belast werden op inkomsten die ze uitgekeerd krijgen van buitenlandse constructies. Zij zijn immers niet onderworpen aan de rechtspersonen- of vennootschapsbelasting. Daarom zal de belasting voortaan betaald moeten worden door de ‘beheerders’ van de vereniging.

(Vervroegde) inwerkingtreding

De inwerkingtreding van de wet staat in principe gepland vanaf 1 januari 2018.

De geplande hervorming van de Kaaimantaks was eerder ook te lezen in de nieuwsbrief van een advocatenkantoor van 17 september 2017

Door de publicatie van deze nieuwsbrief gaat de regering er blijkbaar van uit dat het brede publiek kennis heeft kunnen nemen van de geplande wijzigingen aan de Kaaimantaks.

Om anticipatieve effecten te vermijden heeft de regering daarom besloten om de uitbreiding van toepassing te verklaren voor uitkeringen die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 17 september 2017, zijnde de dag van voormelde nieuwsbrief.

Teneinde een retroactieve werking te vermijden zal er echter slechts roerende voorheffing op de uitkeringen moeten worden ingehouden vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de Programmawet in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd.

 

 

 

 

Terug naar overzicht
Geschreven door Sophie Claeys
mail
tel
+32 ­(0)2 ­709 ­20 ­20