aternio

De ‘uitgestelde werking’ bij kleine-en microvennootschappen

Overzicht

In een vorig artikel werden de (gewijzigde en nieuwe) criteria toegelicht waaraan moet voldaan zijn om als kleine- of microvennootschap gekwalificeerd te worden (artikel 15 en 15/1 van het Wetboek van vennootschappen).

We gaan nu verder in op hoe de criteria beoordeeld moeten worden en bespreken wat men bedoelt met een ‘uitgestelde werking’ van (niet-)overschrijding van deze criteria.

Tijdstip beoordeling van de criteria

De microvennootschap is een subcategorie van de kleine vennootschap en dient bijgevolg ook tegelijk aan de voorwaarden van een kleine vennootschap te voldoen.

Een probleem dat zich hierbij stelt, is het tijdstip waarop de criteria moeten beoordeeld worden. De criteria voor een kleine vennootschap worden immers getoetst op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar, terwijl voor microvennootschappen op datum van jaarafsluiting aan de bijzondere criteria moet voldaan zijn.

Voorbeeld: een vennootschap die haar boekhouding per kalenderjaar voert, zal voor het boekjaar 2016 dus pas als microvennootschap gekwalificeerd kunnen worden wanneer zij:

  • op balansdatum 31 december 2015 niet meer dan één van de criteria overschrijdt die gelden voor een kleine vennootschap; én.
  • op balansdatum 31 december 2016 niet meer dan één van de criteria overschrijdt die gelden voor een microvennootschap.

De ‘uitgestelde werking’ van (niet-)overschrijding van de criteria

Het invoeren van de ‘uitgestelde werking’ betekent dat de (niet-)overschrijding van meer dan één criterium inzake kleine- of microvennootschappen pas gevolgen heeft als die zich gedurende twee opeenvolgende boekjaar voordoet.

Zo zal een vennootschap pas haar statuut als kleine vennootschap verliezen wanneer zij gedurende twee opeenvolgende boekjaren meer dan één van de gestelde criteria overschrijdt.

Voorbeeld: een kleine vennootschap die in jaar N-2 niet meer dan één van de criteria overschrijdt, maar wel in jaar N-1, blijft klein voor de jaren N-1 en N. De vennootschap wordt pas groot in jaar N+1 wanneer zij ook in jaar N meer dan één criterium zou overschrijden.

Voor grote vennootschappen daarentegen wijzigt er eigenlijk niets en kunnen zij nog steeds pas klein worden wanneer zij voor het laatste én het voorlaatste afgesloten boekjaar niet meer dan één van de criteria overschrijden.

Voorbeeld: een vennootschap die groot is in jaar N-2 kan pas in jaar N klein worden wanneer in jaar N-2 en jaar N-1 niet meer dan één van de criteria wordt overschreden.

Deze uitgestelde werking geldt zowel voor kleine- als voor microvennootschappen, maar zij heeft enkel betrekking op de criteria inzake omzet, balanstotaal en personeelsbestand. De uitgestelde werking geldt met andere woorden niet voor de voorwaarde dat een microvennootschap op datum van haar jaarafsluiting geen moeder- of dochtervennootschap mag zijn.

In bepaalde situaties moeten de criteria bijgevolg dus over een periode van 4 jaren bekeken worden:

Voorbeeld:
Beoordeling van de criteria met betrekking tot een kleine vennootschap:

Stel voor jaar N-2 geen overschrijding van meer dan één criterium, voor jaar N-1 wel overschrijding van meer dan één criterium:

  • de vennootschap is klein voor jaar N wanneer zij ook in jaar N-3 klein was.
  • de vennootschap is groot voor jaar N wanneer zij in ook voor jaar N-3 groot was.

Beoordeling van de criteria met betrekking tot een microvennootschap:

  • aangezien de uitgestelde werking niet speelt voor de voorwaarde dat een microvennootschap geen moeder-of dochtervennootschap mag zijn, moet deze voorwaarde in ieder geval op balansdatum van jaar N bekeken worden.

Startende vennootschappen

Startende vennootschappen moeten bij het begin van het eerste boekjaar hun cijfers te goeder trouw inschatten en hier reeds onmiddellijk rekening mee houden voor de toepassing van de criteria.

Overgangsregeling

De nieuwe en gewijzigde criteria zijn van toepassing vanaf het eerste boekjaar dat een aanvang neemt na 31 december 2015. Enkel de ‘uitgestelde werking’ vormt hierop voor één keer een uitzondering.

Voorbeeld: een vennootschap is voor boekjaar 2016 sowieso klein wanneer zij op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar (31 december 2015) niet meer dan één van de verhoogde criteria van artikel 15 W.Venn. overschrijdt.

De uitgestelde werking telt echter nog niet voor het eerste boekjaar dat aanvangt na 31 december 2015: wanneer de vennootschap op 31 december 2015 bijgevolg wel meer dan één van de criteria inzake kleine vennootschappen overschrijdt, wordt zij voor boekjaar 2016 onmiddellijk als groot aangemerkt.

Terug naar overzicht
Geschreven door Wouter Boeykens
mail
tel
+32 (0)52 47 82 41
Meer bijdragen over