aternio

Transfer Pricing & BEPS: first approach

Overzicht

Het bedrijfsleven wordt met de dag internationaler. Ondernemingen opereren vaak in verschillende landen voor het ontwerp, de productie, de opslag, de verkoop, etc. van hun producten of het verlenen van diensten.
Bedrijven zijn er niet altijd vies van om winsten op die manier naar bepaalde landen door te schuiven, zeker wanneer het klimaat er fiscaal gunstiger is (bijvoorbeeld door lagere belastingstarieven). De overheden en fiscale administraties zijn zich hier ook van bewust. Om dit misbruik tegen te gaan werden op internationaal vlak afspraken gemaakt inzake Transfer Pricing (OECD Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations), ook wel verrekenprijzen genoemd.

Bij Transfer Pricing moeten voor de onderlinge transacties in een groep van verbonden ondernemingen (multinationals) zakelijke prijzen worden vastgelegd en krijgt elk land een rechtmatige belastbare basis toegewezen.

Transfer Pricing: arm’s length-principe

Hoe moet die juiste prijs nu worden vastgesteld?

Om de juiste prijs voor een bepaalde dienst of levering van een goed tussen verbonden ondernemingen te bepalen, gaat men uit van het zogenaamde “arm’s length-principe”.

Dit betekent dat de prijzen die tussen verbonden ondernemingen in een groep worden gehanteerd, de prijzen zijn die onderling onafhankelijke ondernemingen toepassen voor gelijkaardige diensten of leveringen van goederen.

Het bepalen van die verrekenprijs is uiteraard geen sinecure. De OESO heeft hiervoor in het verleden reeds richtlijnen (art.9.1 OESEO Model Verdrag) opgesteld die werden geïmplementeerd in veel landen.

In België zit het arm’s length principe vervat in artikel 185, §2 van  het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992. Uit administratieve richtlijnen (en niet onbelangrijk: de praktijk) blijkt dat de OESO-regels voor Transfer Pricing doorgaans worden gevolgd.

Transfer Pricing: BEPS

Ook in het kader van het BEPS (Base Erosion and Profit Shifting)-actieplan speelt Transfer Pricing een belangrijke rol.

Op 5 oktober 2015 heeft de OESO haar finaal plan gepubliceerd met aanbevelingen om belastingontduiking door multinationale ondernemingen tegen te gaan.

Het BEPS-plan verplicht immers bedrijven die internationaal actief zijn om meer substantie, transparantie en coherentie aan de dag te leggen bij (complexe) economische transacties.

Ook België heeft er zich toe verbonden om dit BEPS-actieplan te incorporeren in haar nationale wetgeving. De Programmawet van 1 juli 2016 regelt alvast de praktische implementatie van actiepunt 13 betreffende de documentatievereisten in de Belgische wetgeving.

Conclusie

Gelet op de toenemende globalisering en de strijd tegen fiscale fraude is Transfer Pricing vandaag een hot topic geworden. Niet alleen grote multinationals, maar ook kleinere ondernemingen, zullen rekening moeten houden met de toenemende druk op ongeoorloofde winstverschuivingen.

aternio houdt u op de hoogte van verdere evoluties.

Terug naar overzicht
Geschreven door Sophie Claeys
mail
tel
+32 ­(0)2 ­709 ­20 ­20
Meer bijdragen over