aternio

Sterfhuisclausule, wat kan er nog?

Overzicht

In de rechtsleer is er al veel inkt gevloeid over de zogenaamde sterfhuisclausule. Het gaat om een beding in een huwelijkscontract waarin de volledige huwgemeenschap wordt toegekend aan een bij naam te noemen echtgenoot, en dit ongeacht de wijze waarop de huwgemeenschap wordt ontbonden. Vermits de huwgemeenschap wordt toebedeeld, is het vanzelfsprekend dat dergelijke clausule slechts ingevoegd kan worden in het wettelijk stelsel, of in een stelsel van scheiding van goederen met een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen. Deze fiscaal interessante planningstechniek is vooral populair bij echtgenoten waarvan er één te kampen heeft met een terminale ziekte.

Artikel 5 W.Succ.

De sterfhuisclausule heeft veel gemeen met het verblijvingsbeding. Beide clausules hebben immers als doelstelling de huwgemeenschap volledig toe te bedelen aan de langstlevende echtgenoot. Er is echter één belangrijk verschil. In een sterfhuisclausule wordt de huwgemeenschap toegekend aan de langstlevende, en dit ongeacht de wijze waarop de huwgemeenschap ontbonden wordt. Een verblijvingsbeding daarentegen draagt meestal een overlevingsvoorwaarde in zich wat erop neerkomt dat het beding alleen uitwerking zal krijgen indien de huwgemeenschap wordt ontbonden door het overlijden van een echtgenoot.

Het verblijvingsbeding ontsnapt niet aan de toepassing van artikel 5 W.Succ. vermits een er een overlevingsvoorwaarde is in opgenomen. Door de afwezigheid van deze overlevingsvoorwaarde in een sterfhuisclausule is het niet mogelijk om op basis van artikel 5 W.Succ. successierechten te heffen op deze clausule. De fiscus tracht echter met vallen en opstaan deze clausule te belasten op grond van een andere fiscale regel.

Hof van Cassatie

In haar zoektocht naar een geschikte fiscale bepaling om een sterfhuisclausule toch te kunnen belasten, kwam de fiscus bij terecht bij artikel 2 W.Succ. dat stelt dat “successierechten verschuldigd zijn ongeacht de verkrijging gebeurt ingevolge wettelijke devolutie, uiterste wilsbeschikking of contractuele erfstelling.” Volgens de fiscus kunnen sterfhuisclausules waarbij de eerststervende echtgenoot eigen goederen in gemeenschap had ingebracht, gevolgd door de integrale toebedeling van die gemeenschap aan de andere huwelijkspartner, zonder voorwaarde op overleving, beschouwd worden als contractuele erfstellingen in welk geval successierechten geheven moet worden. Volgens de fiscus moet het aandeel dat toebedeeld wordt boven de helft als een schenking worden beschouwd en moet deze civielrechtelijke kwalificatie op fiscaal vlak doorgetrokken worden. Het zou dus om een contractuele erfstelling gaan die onderworpen is aan erfbelasting.

Het Hof van Cassatie maakte in haar arrest van 10 december 2010 brandhout van deze redenering. Het Hof oordeelde immers terecht dat een sterfhuisclausule geen contractuele erfstelling uitmaakt, en dus niet onderworpen kan worden aan erfbelasting.

Beslissing 15 juli 2011

In haar beslissing van 15 juli 2011 lijkt de fiscus de toepassing van artikel 5 W.Succ. op een sterfhuisclausule toch weer te willen verdedigen. Zij oordeelt nu dat een toebedeling van de huwgemeenschap slechts als een huwelijksvoordeel onder bezwarende titel kan worden gekwalificeerd indien deze toebedeling gekoppeld is aan een overlevingsvoorwaarde.

Deze zienswijze van de fiscus was het voorwerp van kritiek vanwege de rechtsleer. Aangezien er geen sprake is van een voorwaarde van overleving in een sterfhuisclausule, kan artikel 5 W.Succ. niet worden toegepast. In een nieuw arrest van 28 april 2016 heeft het Hof van Cassatie nogmaals bevestigd dat een sterfhuisclausule niet onderhevig kan zijn aan de toepassing van successierechten.

Vlaamse Codex Fiscaliteit

Met de overheveling van de bevoegdheden inzake invordering van de registratie -en successierechten naar de gewesten, werden de bepalingen inzake registratie -en successierechten ingeschreven in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). Aanvankelijk werd artikel 5 W.Succ. ongewijzigd overgenomen in het nieuwe artikel 2.7.1.04 VCF. De Decreetgever heeft echter bij decreet van 3 juli 2015 de passage “op voorwaarde van overleving” geschrapt. Niets staat de Vlaamse Belastingdienst dan ook nog in de weg om dit artikel in het Vlaams Gewest toe te passen op de toebedeling aan één echtgenoot van meer dan de helft van het gemeenschappelijk vermogen ingevolge een sterfhuisclausule.

Neem gerust contact op met onze juristen indien u vragen heeft over huwelijksstelsels en mogelijke clausules in huwelijkscontracten. Een op uw maat uitgewerkt huwelijksstelsel kan immers onaangename burgerrechtelijke en fiscale gevolgen vermijden.

Terug naar overzicht
Geschreven door Tom Cooreman
mail
tel
+32 ­(0)2 ­709 ­20 ­20
Meer bijdragen over