aternio

Inbreng onder het nieuwe erfrecht: een korte blik

Overzicht

Zoals we eerder schreven, wordt het Belgische erfrecht een nieuw jasje gehuld.  Wat nu met de inbreng van giften en legaten?

Inbreng of inkorting in een notendop 

Een deel van de nalatenschap (de wettelijke reserve) is voorbehouden voor de “reservataire erfgenamen”. Onze wetgever draagt bovendien de gelijkheid tussen de erfgenamen hoog in het vaandel en wenst deze dus ook te beschermen.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn er twee, toch regelmatig met elkaar verwarde, begrippen van toepassing, namelijk inkorting en inbreng. Beide zijn vorderingen van de (reservataire) erfgenamen, maar hebben een ander uitgangspunt.

De vordering tot inkorting bevindt zich in de sfeer van de beschikkingen buiten erfdeel (schenkingen of testamenten). Wanneer de erflater tijdens zijn leven “overdreven vrijgevig” is geweest en op het ogenblik van diens overlijden blijkt dat diverse schenkingen en/of legaten de grenzen van het beschikbaar deel overschrijden, kunnen de erfgenamen een vordering tot inkorting instellen. De inkorting is dus het recht van de reservataire erfgenamen om teruggave te vorderen van dat wat de erflater tijdens zijn leven teveel geschonken heeft, wanneer blijkt dat er onvoldoende van de nalatenschap overblijft om te voldoen aan de wettelijke reserve.

Via inbreng tracht de wetgever de onderlinge gelijkheid tussen de erfgenamen te herstellen. Het gaat om de inbrengregeling als techniek voor erfrechtelijke verrekening van giften binnen erfdeel. Met andere woorden: erfgenamen zijn verplicht om inbreng te doen van alles wat ze van de overledene hebben ontvangen, via schenking of testament, als voorschot op hun erfdeel. Eens alles ingebracht is, kan de effectieve verdeling plaatsvinden.

Met beiden, inkorting en inbreng, worden de geschonken goederen dus principieel teruggebracht naar de boedel.

Let wel op:  in geval van deelname aan een globale erfovereenkomst zullen partijen waarschijnlijk verzaken aan het recht van vordering tot inkorting of inbreng (toch met betrekking tot de giften die deel uit maken van de overeenkomst).

Inbreng in natura niet langer verplicht

Onder de oude regeling gebeurt de inkorting steeds in natura. De inbreng maakt dan weer een onderscheid tussen de roerende goederen (inbreng door mindere ontvangst) en de onroerende goederen (inbreng in natura, mits enkele uitzonderingen).
Voortaan zullen echter alle inbrengen (zowel giften als legaten) gebeuren in waarde.

De inbreng in waarde kan op twee manieren gebeuren:
– ofwel betaalt men aan de nalatenschap de waarde van de gift/het legaat;
– ofwel brengt men de waarde in mindering van het respectievelijke erfdeel.

Voor de inbreng van legaten kijkt men naar de waarde van het goed op de dag van het openvallen van de nalatenschap. De inbreng van giften gebeurt op basis van de waarde van het geschonken goed op de dag van de schenking.  Die waarde wordt wel nog geïndexeerd top op de dag van het overlijden, maar enige vruchten/voordelen die het goed opgebracht heeft, worden daarbij niet in rekening gebracht.

De waarderingsdatum wordt anders bepaald, indien de begiftigde door de schenking niet de volle eigendom had verkregen. In dat geval gebeurt de waardering als volgt:

  • als de begiftigde het beschikkingsrecht over de volle eigendom krijgt op het moment van overlijden, waardeert men het goed op de dag van overlijden;
  • als de begiftigde het beschikkingsrecht over de volle eigendom krijgt op een datum na het overlijden, waardeert men het goed op de dag van overlijden, verminderd met de waarde van de lasten die de uitoefening van het beschikkingsrecht over de volle eigendom verhinderen;
  • als de begiftigde het beschikkingsrecht over de volle eigendom krijgt na de schenking maar vóór het overlijden, kijkt men naar de geïndexeerde waarde van het geschonken goed op de datum dat het volle eigendom verkregen is.

Principieel kan er niet afgeweken worden van de regels van de inbreng in waarde. Echter, de uitzonderingen bevestigen de regel: als een erfgenaam geen interesse zou hebben om een verkregen onroerend goed te houden, kan de inbreng toch nog uitgevoerd worden in natura.  Dit geldt echter niet zonder voorwaarden, namelijk:
– het onroerend goed behoort de erfgenaam nog toe; en
– het is vrij van enige last of bezetting, met uitzondering van deze die desgevallend reeds bestonden op het moment van de schenking.  Uiteraard kan deze inbreng alsook aanleiding geven tot betaling van een opleg (ten laste van de erfgenaam zelf of ten laste van het nalatenschapsmassa).

Inbreng vereiste valt in één geval volledig weg

De eerder vereiste inbreng ten voordele of ten laste van een overlevende echtgenoot (of wettelijk samenwonende) is voortaan afgeschaft.

Wanneer een langstlevende echtgenoot in samenloop komt met afstammelingen van de erflater, die overlijdt zonder testament, dan heeft deze principieel recht op het vruchtgebruik van die nalatenschap, terwijl de afstammelingen de blote eigendom krijgen.  Aangezien er tussen deze partijen geen gelijkheid hoeft te zijn, kunnen ze dus voortaan ook geen inbreng eisen van elkaar.

De enige uitzondering hierbij is wanneer de schenker zich het vruchtgebruik van de geschonken goederen heeft voorbehouden.  In dat geval zal de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik over die goederen ontvangen. De langstlevende verkrijgt hierdoor, als wettelijke erfgenaam, het oorspronkelijk door de erflater in eigen voordeel voorbehouden vruchtgebruik. Dit betekent dat de blote eigenaar dan wel nog verplicht is een inbreng te doen, zodat de waarde van het vruchtgebruik bepaald kan worden.  Dit alles is alleen van toepassing als de langstlevende echtgenoot gehuwd was met de schenker op het moment van de schenking. Voor de wettelijk samenwonend partner geldt een analoge regeling, inzake de gemeenschappelijke verblijfplaats en de daar aanwezige huisraad.

Ongeacht het voorgaande kunnen afwijkende regelingen worden opgenomen in een erfovereenkomst. Op die manier kan de langstlevende partner er bijvoorbeeld voor opteren om toch af te zien van het vruchtgebruik.

Conclusie

Het nieuwe erfrecht beschermt begiftigden waar de oude wetgeving soms tekort schoot.
De nieuwe regels verhinderen nu ook dat nutteloze inbrengen worden afgeschaft.

De nieuwe wet treedt in werking op 1 september 2018.

Terug naar overzicht
Geschreven door Astrid Claessens
mail
tel
+32 (0)52 47 82 41
Meer bijdragen over