aternio

autodelen: fiscaal voor-delig?

Overzicht

U kan er niet omheen: een auto kost handenvol geld. Denk maar aan belastingen, verzekeringen, onderhoudskosten, brandstofkosten en de aankoop van de auto zelf uiteraard. Vandaar dat meer en meer mensen eraan denken om hun auto te delen. Allerlei systemen van autodelen (Uber etc.) schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond.

Hoe worden die inkomsten uit autodelen nu fiscaal behandeld?

Particulier autodelen

Dit was ook de vraag die de Rulingcommissie voorgelegd kreeg in een specifieke casus. De Rulingcommissie sprak er zich over uit in een voorafgaande beslissing van 29 september 2015.

Een vennootschap wilde een webplatform op poten zetten waarbij particulieren inkomsten konden verwerven uit de verhuur van hun eigen wagen door middel van een georganiseerd systeem van autodelen.

Aan de ene kant kunnen particulieren hun eigen wagen aan derden verhuren tegen vergoeding door middel van een registratie op de website van de vennootschap.

Aan de andere kant kunnen particulieren die tijdelijk een wagen nodig hebben zich ook inschrijven op de website om een wagen te huren.

De vennootschap doet dan dienst als tussenpersoon die de huurder en verhuurder van de wagen (vraag en aanbod) samenbrengt.

De vennootschap wenste nu van de Rulingcommissie te vernemen hoe die huurinkomsten in hoofde van de particuliere verhuurders zouden worden belast.

Casus

De vennootschap verduidelijkte haar concrete aanpak van autodelen:

  • er mag maar één voertuig via het onlineplatform worden gedeeld per ingeschrevene;
  • voor een periode van niet meer dan 60 dagen per jaar;
  • het totaal jaarlijks bedrag van gegenereerde inkomsten via de website mag niet meer bedragen dan 2.400 euro;
  • particulieren die over een bedrijfswagen beschikken, evenals zelfstandigen die hiervoor over een wagen beschikken, zelfs gedeeltelijk, mogen geen gebruik maken van dit systeem.

Geen beroepsinkomen

Op basis van deze feitelijke context was de Rulingcommissie van oordeel dat er geen sprake kon zijn van een beroepsinkomen. Een beroepswerkzaamheid is immers een geheel van verrichtingen die voldoende talrijk en onderling verbonden zijn om een gewone en voortgezette bezigheid uit te maken en die vallen buiten de grenzen van het normale beheer van privévermogen.

Geen divers inkomen

Aangezien de verhuur uit roerende goederen (hier: wagens) in de fiscale wetgeving uitdrukkelijk als ‘roerend’ inkomen wordt beschouwd, kan zij niet worden belast als divers inkomen. (= theorie van typedwang)

Wel roerend inkomen

De Rulingcommissie bevestigt dus dat de huurgelden die door de particulieren worden ontvangen n.a.v. het autodelen in deze specifieke omstandigheden als roerend inkomen moeten worden belast (thans aan een tarief van 27%).

De belastingplichtigen kunnen genieten van een aftrek van werkelijke kosten wanneer zij bewijsstukken voorleggen of wanneer deze niet beschikbaar zijn, het wettelijk forfait (15 %) toepassen.

Conclusie

Met deze beslissing heeft de Rulingcommissie zich voor het eerst uitgesproken over de fiscale behandeling van zogenaamd “autodelen”. De beslissing heeft echter geen algemene draagwijdte, maar kan alvast een eerste indicatie vormen voor gelijkaardige situaties.

Om rechtszekerheid te verkrijgen over een concrete situatie kan steeds een ruling worden aangevraagd bij de Rulingcommissie.

Terug naar overzicht
Geschreven door Sophie Claeys
mail
tel
+32 ­(0)2 ­709 ­20 ­20