aternio

Familiebedrijven en Vlaamse fiscaliteit

Overzicht

Bij de inschrijving van de gunstregeling voor de overdracht van familiebedrijven in de nieuwe Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) begin 2015 , werd de fiscale gunstmaatregel op een aantal plaatsen gewijzigd.

Vermits er voor de interpretatie van de regelgeving verwezen werd naar  een federale omzendbrief, werden deze wijzigingen niet verder toegelicht. Eind 2015 kwam de Vlaamse Belastingadministratie (VLABEL) dan toch met een omzendbrief over de gunstregeling van familiebedrijven (omzendbrief nr. 2015/2).

Welke zijn anno 2016 de voornaamste aandachtspunten?

Terminologie

In de nieuwe omzendbrief wordt het begrip partner naar analogie met de definitie die reeds in de VCF wordt gehanteerd, ruimer omschreven. Zo kunnen ook een zus of broer, of zelfs een kind als partner worden beschouwd, mits er sprake is van samenwoning. Hoewel dit eveneens uit de federale omzendbrief kon afgeleid worden, stond het er niet met zoveel woorden vermeld.

Het begrip vennootschappen moet dan weer in het licht van de gunstmaatregel ruimer worden geïnterpreteerd dan de definitie uit de VCF. Zo kunnen vennootschappen die voor de toepassing van de inkomstenbelasting aan de personenbelasting onderworpen zijn, niet als vennootschappen in de zin van de VCF worden beschouwd, toch als een vennootschap voor de toepassing van de gunstmaatregel worden aanzien.

De omzendbrief bevestigt dat het begrip aandelen dezelfde draagwijdte heeft als in de federale omzendbrief. Het gaat nog steeds om deelbewijzen die een deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen en waaraan stemrecht verbonden is.

Onroerende goederen

In het kader van de gunstregeling voor familiebedrijven komen voor wat betreft de familiale onderneming enkel activa die beroepsmatig geïnvesteerd werden in aanmerking om aan het gunsttarief over te dragen.

De omzendbrief van de Vlaamse Belastingdienst stelt in dat verband dat onroerende goederen die door de schenker/erflater, of zijn partner worden aangehouden en ter beschikking gesteld, verhuurd of verpacht worden aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, zelfs al die volledig in handen is van de schenker/erflater, zijn partner of diens familie, niet onder de gunstregeling vallen.

Voorgaande heeft uiteraard enkel betrekking op onroerende goederen die hoofdzakelijk voor bewoning worden aangewend of bestemd zijn. Indien een onroerend goed gedeeltelijk beroepsmatig wordt gebruikt, en gedeeltelijk privé, dan staat de nieuwe omzendbrief toe dat het beroepsmatige gedeelte wel onder de gunstregeling kan worden overgedragen, voor zover echter in de akte een duidelijke vermelding werd aangebracht met betrekking tot de opsplitsing tussen het woongedeelte en het beroepsmatig gedeelte.

Participatievoorwaarde

Om te kunnen genieten van de gunstregeling voor familiebedrijven, en meer bepaald familiale vennootschappen, moet de schenker/erflater voldoen aan een participatievoorwaarde. Dit wil zeggen dat hij een minimumpercentage aan aandelen moet bezitten.

In de nieuwe omzendbrief wordt de regel dat alleen aandelen die in handen zijn van natuurlijke personen meegerekend kunnen worden om de participatievoorwaarde te beoordelen, meegerekend mogen worden. Belangrijk: het door de Vlaamse Belastingdienst gegeven voorbeeld verduidelijkt dat een onrechtstreekse participatie via een holdingvennootschap niet meegeteld kan worden.

Ook een wijziging van de aandeelhoudersstructuur binnen de drie jaar na de schenking of het overlijden, heeft op zich geen invloed op de controle tot behoud van de gunstmaatregel voor familiebedrijven. Dit wordt in de nieuwe omzendbrief verder toegelicht. De controle betreft immers een loutere controle van het feit of de vennootschap drie jaar na de schenking of het overlijden nog steeds voldoet aan de voorwaarden van een familiale vennootschap.

Activiteitsvoorwaarde

Het familiebedrijf moet een economische activiteit hebben om als familiale vennootschap te kunnen kwalificeren. Loutere managementactiviteiten worden ook door de nieuwe omzendbrief niet als economische activiteit beschouwd, voor zover ze echter uitsluitend voor één of meerdere dochtervennootschappen worden verricht. Of hier zomaar uit afgeleid kan worden dat managementactiviteiten die voor vennootschappen die geen deel uitmaken van de groep, toch als een economische activiteit kunnen worden beschouwd, is zeer de vraag.

Intragroepsdiensten verricht door een moedervennootschap aan haar dochtervennootschappen (denk aan boekhouding of personeelsbeheer) worden dan weer wel als een economische activiteit beschouwd. Ook het tussenschuiven van een private stichting binnen dewelke de aandelen van de kwalificerende vennootschap worden gecertificeerd, heeft geen nadelige gevolgen voor het voldoen aan de activiteitsvoorwaarde.

Een reorganisatie binnen de drie jaar na de schenking/overlijden heeft op zich ook geen nadelig effect op de toepasbaarheid van de gunstregeling. De nieuwe omzendbrief verwijst zelfs expliciet naar een omvorming van een familiale onderneming naar een familiale vennootschap binnen de drie jaar na de schenking of het overlijden. In dat geval blijven de regels die voor familiale ondernemingen gelden van toepassing.

Schenking onder opschortende voorwaarde

Opmerkelijk is wel dat de nieuwe omzendbrief een geheel nieuw standpunt vermeldt betreffende de schenking onder opschortende voorwaarde.

De vraag die zich bij een schenking onder opschortende voorwaarde stelt, is deze naar het tijdstip waarop de voorwaarden moeten worden beoordeeld. De federale belastingdienst stelde in haar 0mzendbrief dat dit steeds het ogenblik van de totstandkoming van de schenking, met name op het ogenblik van het verlijden van de schenkingsakte, was. De Vlaamse Belastingdienst is het echter niet eens met deze zienswijze en stelt dat de beoordeling van de voorwaarden moet gebeuren op het ogenblik dat de voorwaarde zich realiseert.

Formaliteiten

Tot slot kan opgemerkt worden dat er een aantal wijzigingen zijn met betrekking tot de formaliteiten die moeten nageleefd worden. Zo moet het voorafgaand attest niet meer bezorgd worden, maar moeten er voortaan wel een aantal verplichte vermeldingen en verklaringen in de schenkingsakte worden opgenomen.

Indien het attest wel werd gevraagd en verkregen, volstaat het echter om in de schenkingsakte naar dit attest te verwijzen.

Conclusie

Gezien de complexiteit van de gunstmaatregel voor familiebedrijven is een degelijke advisering en begeleiding op zijn plaats. Voor alle vragen kan u steeds bij onze adviseurs terecht.

 

 

 

Terug naar overzicht
Geschreven door Cedric Claes
mail
tel
+32 ­(0)3 ­454 ­30 ­00
Meer bijdragen over