aternio

Evenementen organiseren zonder btw

Overzicht

In het btw-wetboek is een vrijstelling opgenomen voor bepaalde leveringen van goederen en diensten door vzw’s uit de sociale, medische, sportieve of culturele sector. Het gaat over eetfestijnen, taartverkopen, fuiven en gelijkaardige evenementen die dergelijke verenigingen organiseren om geld in te zamelen ter ondersteuning van hun hoofdwerkzaamheden.

Waar moet je als vereniging aandacht aan schenken als je wil genieten van de btw-vrijstelling bij de organisatie van bijvoorbeeld je eetfestijn? Er zijn drie essentiële cumulatieve voorwaarden.

1. Vereniging organiseert zelf

De vereniging moet zelf de werkelijke organisator zijn van het evenement waarmee ze extra-inkomsten wil genereren. Dit wil zeggen dat ze minstens verantwoordelijk moet zijn voor de beslissingen en de uitvoering inzake het substantieel deel van de organisatie. Denk hierbij aan belangrijke zaken zoals het bepalen van het soort evenement, de toegangsprijs, de randanimatie, het tappen van de drank, de publiciteit, …

Belet dit dat bepaalde activiteiten worden uitbesteed aan onderaannemers? Wetgever noch fiscale administratie zijn hieromtrent duidelijk.

Het lijkt dat een beperkt  beroep op onderaannemers de vrijstelling niet in de weg zal staan zolang het niet gaat over een substantieel deel van de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan de opbouw van een tent of een deejay. Het integraal uitbesteden aan een eventorganisator daarentegen is een brug te ver.

2. Occasionele activiteit

De fondsenwervende activiteiten mogen geen economische activiteit van de vereniging uitmaken. Dit betekent dat de activiteiten:

  • occasioneel moeten zijn;
  • gericht moeten zijn op het bekomen van financiële steun voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteiten van de vereniging; en
  • uitsluitend ten voordele van de vereniging zelf worden georganiseerd of ter ondersteuning van een ander goed doel.

Het begrip occasioneel is een feitenkwestie maar wijst toch eerder op het uitzonderlijke karakter van het evenement. Duidelijk is dat een permanente cafetaria of horeca-activiteit niet OK is.

Met een (ander) goed doel wordt bedoeld elke vereniging, instelling, fonds of natuurlijke persoon die zich, zonder commercieel oogmerk en al dan niet met erkenning, inzet voor een project op vlak van gezondheid, welzijn, cultuur, natuur, milieu of internationale hulp.

Onduidelijk is of de georganiseerde events mogen overlappen met het doel van de vereniging zelf. Bijvoorbeeld een sportclub die een sportevenement organiseert. De fiscale administratie heeft hier al warm en koud geblazen. Een recente administratieve circulaire geeft hierop geen duidelijk antwoord. Een uitzonderlijk georganiseerd sportevenement beantwoordt ons inziens niet echt aan de definitie van economische activiteit.

3. Geen concurrentieverstoring

Het niet-concurrentieverstorend karakter van de activiteiten is de derde en laatste voorwaarde voor de vrijstelling. Andere economische actoren, zoals horecazaken, mogen geen concurrentie ondervinden van de fondsenwervende activiteit.

De fiscale administratie oordeelt dat er geen concurrentieverstoring is als de uitzonderlijke opbrengsten voortkomen uit activiteiten die geen reële afzonderlijke economische activiteit vormen en die gericht zijn op de realisatie van de nagestreefde doelen van de vereniging.

Hoewel dit andermaal een feitenkwestie is, zijn er toch twee zekerheden.

De gerealiseerde omzet naar aanleiding van het evenement is namelijk van geen belang. De fiscus aanvaardt ook dat er geen concurrentieverstoring is indien het evenement  hoogstens vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd. De organisatie van een evenement dat maximaal drie opeenvolgende dagen duurt (bv. tijdens het weekend) wordt als één evenement beschouwd.

Conclusie

Het organiseren van vrijgestelde fondsenwervende activiteiten is een dankbare manier om een vereniging van extra financiële middelen te voorzien. Voor de activiteiten die zich in de grijze zone bevinden kan contact opgenomen worden met het bevoegd fiscaal centrum.

Bronnen:
Art. 44, §2, 12° WBtw
Circ. 2017/C/23, 19 april 2017

Terug naar overzicht
Geschreven door Johan Lemmens
mail
tel
+32 (0)2 709 20 20
Meer bijdragen over