Globale erfovereenkomst en de Vlaamse fiscus

De stevige versoepeling en verduidelijking van de regels rond erfovereenkomsten is een geschenk voor zij die planning hoog in het vaandel dragen. De drastische hervorming van het federale erfrecht is een civielrechtelijke gegeven dat nu, alvast in Vlaanderen, heeft geleid tot nieuwe regels inzake schenk- en erfbelasting. Deze nieuwe regels treden in werking op 1 september 2018.

Naast de ondersteuning bij het nieuwe erfrecht springen vooral de lagere tarieven voor verkrijgingen buiten de rechte lijn en de invoering van nieuwe vrijstellingen in het oog. Deze bijdrage wil echter specifiek kijken naar enkele fiscale aandachtspunten bij het sluiten van een globale erfovereenkomst.

Globale erfovereenkomst

Een globale erfovereenkomst is een overeenkomst tussen ouder(s) en al hun vermoedelijke erfgenamen in de rechte neerdalende lijn. De overeenkomst stelt specifiek vast dat er tussen hen een evenwichtige verdeling is.

Toegekende voordelen, die juridisch of technisch niet noodzakelijk een schenking zijn, vormen elementen waarmee rekening kan worden gehouden. De specifieke persoonlijke of professionele situatie van één van de vermoedelijke erfgenamen kan ook zo een element zijn. Opvulling met een schuldvordering is eveneens mogelijk. De belangrijkste componenten zijn allicht de schenkingen die plaatsvonden voorafgaand aan de globale erfovereenkomst en/of deze die zijn toegekend in de overeenkomst zelf.

Niet belast in de schenk-en erfbelasting?

Belangrijke vraag is of de in de overeenkomst opgenomen huidige en vroegere schenkingen en voordelen belastbaar zijn in de schenk- of erfbelasting.

Door de invoeging van een nieuw artikel 2.8.3.0.5 in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) strekken schenkingen die niet aan registratie onderworpen zijn geweest en die vermeld worden in een toegelaten erfovereenkomst niet tot fiscaal bewijs van een schenking. In dit geval zijn deze schenkingen ook niet belastbaar. Voorwaarde is wel dat partijen in of onderaan de notariële akte, die de erfovereenkomst vaststelt, bevestigen dat deze schenkingen hebben plaatsgevonden voor de datum waarop de erfovereenkomst  gesloten werd.

Partijen of één van hen kunnen in een uitdrukkelijke fiscale verklaring, in of onderaan de akte, wel melden dat de schenkingen die niet aan registratie onderworpen  zijn geweest toch tot fiscaal bewijs strekken.  In dit geval worden deze  schenkingen wel onderworpen aan de schenkbelasting.

Voorbeeld

Een enige overblijvende ouder regelt met zijn twee kinderen de nalatenschap in een globale erfovereenkomst. De erfovereenkomst maakt melding van drie vermogensoverdrachten.

Aan kind A een bankgift van 50.000 euro die dateert van 5 jaar voor de opmaak van de erfovereenkomst én een schenking van 50.000 euro die geregeld wordt in de erfovereenkomst. De bankgift van 5 jaar geleden blijft onbelast. Voor de schenking geregeld in de erfovereenkomst geldt de overeenkomst als titel voor de schenking. Schenkbelasting is aldus verschuldigd maar er moet geen erfbelasting meer worden betaald als de  ouder overlijdt binnen de drie jaar na de schenking.

Aan kind B  een bankgift van 100.000 euro die dateert van zes maanden voor de opmaak van de erfovereenkomst. Twee keuzes zijn mogelijk. Keuze één partijen bevestigen uitsluitend dat deze bankgift heeft plaatsgevonden voor de datum waarop de erfovereenkomst  gesloten werd. Keuze twee partijen verklaren dat de erfovereenkomst voor deze schenking als titel geldt. Bij keuze één is er geen schenkbelasting verschuldigd maar moet er wel erfbelasting worden betaald als de ouder binnen de drie jaar na de schenking overlijdt. Bij keuze twee  is schenkbelasting verschuldigd maar de schenking komt niet meer in aanmerking voor de erfbelasting als de ouder overlijdt binnen de drie jaar na de schenking.

Voordelen opgenomen in de globale erfovereenkomst

Zoals gezegd kunnen partijen overeenkomen om toegekende voordelen mee te betrekken bij het bepalen van het evenwicht.  Ter illustratie kan gedacht worden aan genotschenkingen zoals het kosteloos in een onroerend goed laten wonen, het betalen van dure (buitenlandse) opleidings- en studiekosten of dienstengiften. Bij dienstengiften kan spontaan gedacht worden aan ouders die kosteloos helpen bij het verbouwen van een woning, bij tuinonderhoud of de opvang van kinderen.

Dergelijke voordelen hoeven niet noodzakelijk in het verleden te zijn gegeven. Het is mogelijk om voordelen op te nemen in de globale erfovereenkomst die in de toekomst uitwerking zullen hebben. Voorwaarde is wel deze voordelen dan vanaf de globale overeenkomst zijn verworven.

Het basisprincipe is dat de kwalificatie van een handeling als schenking wordt geregeld door het Burgerlijk Wetboek. M.a.w. als het geen schenking is volgens het Burgerlijk Wetboek is het in beginsel ook geen schenking voor de fiscus. De toegekend of toekomstige voordelen die als schenking kwalificeren worden dus gevat door het nieuwe artikel 2.8.3.0.5 VCF. Hierdoor is heffing van schenk- of erfbelasting, zoals hierboven geïllustreerd, mogelijk.

Een schenking van genot wordt door de meerderheid van de rechtsleer,  zowel op civielrechtelijk als op fiscaal gebied, beschouwt en belast als een schenking.

Kosten die betaald worden binnen het kader van  een wettelijke of natuurlijke verplichting tot onderhoud zijn geen schenkingen. Studiekosten van kinderen vallen in principe onder de ouderlijke onderhoudsverplichting en lopen door na hun meerderjarigheid voor zover hun opleiding of studie niet voltooid is. Indien studie- of opleidingskosten evenwel worden betaald buiten het kader van de wettelijke of natuurlijke onderhoudsverplichting zijn deze wel te beschouwen als schenkingen.

Dienstengiften die louter bestaan in het kosteloos presteren van diensten worden niet als een schenking beschouwd. Er is namelijk geen zakelijke verarming in hoofde van de dienstenverstrekker.

Toebedeling door middel van een schuldvordering

Het evenwicht tussen de vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende lijn kan ook bereikt worden door toebedeling van een schuldvordering ten laste van de uitdrukkelijk in de overeenkomst aangeduide partijen. Bijvoorbeeld een kind krijgt het voornaamste vermogensbestanddeel met daaraan gekoppeld de verplichting om het andere kind te vergoeden.

Voorbeeld

Een enige overblijvende ouder regelt met zijn twee kinderen de nalatenschap in een globale erfovereenkomst. Hij schenkt in de overeenkomst (of heeft desgevallend voor de overeenkomst geschonken) aan kind A een onroerend goed van 350.000 euro  én kind B krijgt een schuldvordering toebedeeld van 175.000 euro ten opzichte van kind A.

Twee situaties zijn te onderscheiden.

Indien de schenking in de overeenkomst gebeurt onder last van het erkennen van een schuld door kind A aan kind B dan wordt die last afgetrokken van de schenking bij kind A en als schenking beschouwd voor Kind B (art. 2.8.3.0.1. VCF).

Indien de schenking voorafgaand  aan de globale overeenkomst is gebeurd en het opleggen van een schuld gebeurt in de overeenkomst is er m.i. geen sprake van een schenking. De erkenning van de schuldvordering is immers geen schenking in hoofde van de ouder én het is, bij gebrek aan animus donandi, ook geen schenking van kind A aan kind B.

Conclusie

De hervorming van de Vlaamse schenk- en erfbelasting komt (deels) tegemoet aan verzuchtingen en bezorgdheden die werden geuit in de rechtsleer. In het bijzonder voor wat betreft de globale erfovereenkomsten is de invoering van het nieuwe artikel 2.8.3.0.5 VCF een hele opluchting.

Raadpleeg de juristen bij aternio indien u meer informatie wenst over de globale erfovereenkomst.

 


Registratie van dienstverleners aan vennootschappen - uitbreiding antiwitwaswetgeving

Door de wet tot registratie van de dienstverleners aan vennootschappen is de antiwitwaswetgeving uitgebreid. Vanaf 1 september 2018 zullen personen die bepaalde diensten verlenen aan vennootschappen zich dienen te registreren bij FOD Economie. Aan deze registratie worden enkele voorwaarden gekoppeld.

Voor wie en wat?

De wet tot registratie van dienstverleners aan vennootschappen is van toepassing op elke natuurlijke persoon of onderneming die beroepsmatig diensten verstrekt aan derden. Deze diensten betreffen:

  • het deelnemen aan de aan- of verkoop van aandelen, m.u.v. beursgenoteerde vennootschappen;
  • het verschaffen van een adres waarop de maatschappelijke zetel van een onderneming, rechtspersoon of soortgelijke constructie gevestigd wordt;
  • het verschaffen van een adres (andere dan de maatschappelijke zetel) met bijhorende diensten aan een onderneming, rechtspersoon of soortgelijke constructie.

Beroepsbeoefenaars die vanwege een andere beroepsactiviteit reeds aan de antiwitwaswetgeving  onderworpen zijn, worden  uit het toepassingsgebied van deze wet uitgesloten. Zij zijn reeds gekend door middel van hun andere activiteit waardoor de wetgever een dubbele registratie nutteloos acht.

Wanneer?

De wet treedt uiterlijk in werking vanaf 1 september 2018. Vanaf die datum zullen de dienstverleners aan vennootschappen zich moeten registreren bij FOD Economie om de hierboven vermelde diensten te verstrekken. Dienstverleners die reeds voor de invoering van deze wet dergelijke diensten verschaften, moeten de registratie ten laatste 6 maanden na de inwerkingtreding aanvragen. Tijdens het onderzoek van de aanvraag mag de dienstverlener zijn diensten blijven verstrekken.

Natuurlijke persoon-dienstverlener

Om geldig geregistreerd te worden, moeten dienstverleners aan enkele voorwaarden voldoen. De voorwaarden verschillen naargelang de dienstverlener een natuurlijke persoon, dan wel een rechtspersoon is. Als eerste voorwaarde dienen beide ingeschreven te zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen.

De natuurlijke personen-dienstverleners moeten daarenboven aan volgende voorwaarden voldoen. Zo mogen zij niet ontzet zijn uit hun politieke en burgerlijke rechten en niet in staat van faillissement zonder eerherstel verklaard zijn. Als laatste voorwaarde mogen zij niet veroordeeld zijn in België of een andere lidstaat van de EU tot een criminele straf, een gevangenisstraf zonder uitstel van ten minste 6 maanden voor een misdrijf inzake het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen of tot een strafrechtelijke geldboete van minimaal 2500 euro wegens een inbreuk van de wet van 18 september 2017 inzake antiwitwas.

Rechtspersoon-dienstverlener

Voor rechtspersonen die dienstverleners van vennootschappen zijn, gelden dezelfde voorwaarden, maar dan met betrekking tot het wettelijk bestuursorgaan, de werkelijke leiding en de uiteindelijke begunstigden. Om als rechtspersoon-dienstverlener te kunnen worden geregistreerd, zullen deze natuurlijke personen aan de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet moeten voldoen. Daarnaast moeten de zaakvoerder(s) en bestuurder(s) gerechtigd zijn om een beroepsactiviteit in België uit te oefenen.

Dienst van domiciliëring

Van zodra de dienstverlener aan vennootschappen een dienst van domiciliëring verschaft, zoals het verschaffen van een adres voor maatschappelijke zetel of een correspondentie/bedrijfsadres met samenhangende diensten, moeten zij aan extra voorwaarden voldoen.

Met betrekking tot deze diensten stelt de wetgever dat de dienstverlener aantoont dat hij wel degelijk over de mogelijkheid beschikt om de gedomicilieerde een kantoor met privacy en vergaderruimte ter beschikking te stellen. De gedomicilieerde moet ook rechtmatig gebruik kunnen maken van deze ruimtes. Daarnaast stelt deze wet dat er een overeenkomst wordt gesloten tussen de dienstverlener en de gedomicilieerde. In deze overeenkomst moeten de voorwaarden van de dienst worden gespecificeerd.

Termijnen

Het is de directeur-generaal van de Algemene Directie K.M.O-beleid van de FOD Economie die beslist over de aanvraag tot registratie. Indien hij afwezig is, wordt door de minister voor Middenstand een ambtenaar of ambtenaren ter vervanging aangeduid. De beslissing van de aanvraag dient binnen de 60 dagen te geschieden. Indien de termijn niet gerespecteerd wordt, wordt geacht de registratie te zijn toegekend.

Bij een onvolledige aanvraag wordt de aanvrager hiervan binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag op de hoogte gebracht. De termijn van 60 om te beslissen over de aanvraag vindt dan aanvang na ontvangst van alle ontbrekende stukken.

De procedure van aanvraag en bewijsmodaliteiten moeten nog worden bepaald door de Koning.

Naleving en wijzigingen

Na de registratie moeten te allen tijde alle voorwaarden worden nageleefd. Van zodra er een wijziging zou optreden, moet dit schriftelijk of elektronisch worden meegedeeld. Indien de Minister van Middenstand meent dat niet of niet meer voldaan is aan de voorwaarden, kan hij de registratie intrekken. Dit houdt in dat de dienstverlener het verbod krijgt om vanaf de 30ste dag na de betekening de diensten nog te verschaffen.

Sancties

Indien een dienstverlener zich niet registreert of niet langer aan de voorwaarden tot registratie voldoet en alsnog diensten verschaft, riskeert hij een geldboete van 250 tot 100.000 euro. Ook de uiteindelijke begunstigden, zaakvoerder en bestuurders van een rechtspersoon-dienstverlener die aan de voorwaarden zoals eerder gezegd moeten voldoen, lopen een risico. Zij kunnen hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de inbreuken en dus ook de geldboete.

Conclusie

Het doel van de wetgever is om fraude en het witwassen van geld sneller op te sporen. Aangezien hiervoor vaak dergelijke diensten worden gebruikt, probeert de wetgever dit in te perken. Hoe de aanvraag tot registratie praktisch zal verlopen, is nog afwachten. Wat betreft de bewijsmodaliteiten is het eveneens nog koffiedik kijken.


Vraag tot rechtzetting: nieuw middel tegen negatieve beslissing over bezwaarschrift.

Door middel van een vraag tot rechtzetting kan een beslissing over een bezwaarschrift vanaf nu rechtgezet worden. De wet van 15 april 2018 heeft artikel 375 WIB'92 gewijzigd. Door deze aanpassing is een beslissing over een bezwaarschrift niet langer definitief. De vraag tot rechtzetting kan voor beslissingen genomen vanaf 1 mei 2018.

U bent niet akkoord met uw aanslagbiljet?

Wanneer de belastingplichtige het niet eens is met zijn aanslagbiljet omwille van de gevestigde aanslag, de opcentiemen, belastingverhogingen of boetes kan hij een bezwaarschrift indienen. Ook de echtgenoot of echtgenote aan wie de aanslag gevestigd is kan dergelijk bezwaarschrift indienen. Een tijdig bezwaarschrift moet ingediend worden voor het verstrijken van een termijn van 6 maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het aanslagbiljet.

Van zodra de fiscus het bezwaarschrift ontvangt, geeft zij hierover bericht. Zij zal het bezwaarschrift onderzoeken en een beslissing nemen. Deze beslissing dient steeds gemotiveerd te zijn en per aangetekende brief aan de belastingplichtige verstuurd te worden.

Rechtzetting van de beslissing over uw bezwaarschrift?

Voor de wet van 15 april 2018 was de beslissing over het bezwaarschrift definitief. Indien de belastingplichtige niet akkoord ging, moest hij noodgedwongen naar de rechtbank. Door de mogelijkheid om een rechtzetting aan de adviseur-generaal te vragen, verandert dit.

Deze vraag tot rechtzetting moet binnen de drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van de beslissing over het bezwaarschrift worden ingediend. Er kan wel geen vraag tot rechtzetting meer worden ingediend, indien er reeds een vordering in rechte is ingediend.

Vraag tot rechtzetting is geen tweede bezwaarschrift

Indien u dit allemaal leest, zou u kunnen denken dat dit een extra mogelijkheid is om in bezwaar te gaan tegen uw aanslag. Dit is echter niet het geval. De vraag tot rechtzetting is een vraag om de beslissing over het bezwaarschrift recht te zetten. Het is dus geenszins een vraag om de aanslag te herzien.

De vraag tot rechtzetting heeft als doel om materiële vergissingen of feitelijke beoordelingen over het bezwaarschrift te kunnen rechtzetten.  In het verleden zijn er gevallen geweest waarbij de beslissing over het bezwaarschrift niet juist was, maar door zijn definitief karakter kon dit niet meer aangepast worden. Een tussenkomst van de rechtbank was toen noodzakelijk. Door deze wetswijziging heeft de wetgever deze problematiek willen oplossen.

Laatste stap: naar de rechtbank

Indien de vraag tot rechtzetting negatief wordt beantwoord, kan de belastingplichtige hiertegen ook een beroep bij de rechtbank instellen. Dit kan binnen een maand vanaf de kennisgeving van het antwoord op de vraag tot rechtzetting. Hierbij geldt wel dat de termijn om een vordering in rechte in te stellen niet korter mag zijn dan drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing over het bezwaarschrift.

Ook tegen de beslissing over het bezwaarschrift kan u een vordering bij de rechtbank instellen. Indien uw bezwaarschrift niet ingewilligd wordt, heeft u drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de niet-inwilliging om beroep bij de rechtbank aan te tekenen. Ook wanneer de fiscus 6 maanden na de ontvangst van uw bezwaarschrift nog geen beslissing nam, kan u naar de rechtbank stappen

Conclusie

Het is een goede zaak dat vanaf nu materiële fouten of incorrecte feitelijke beoordelingen toch nog rechtgezet kunnen worden. Maar laten we niet te snel juichen. De toekomst zal uitwijzen of een vraag om rechtzetting vaak ingewilligd zal worden.


Het nieuwe insolventierecht: iedereen ondernemer!

Het oude insolventierecht was volledig achterhaald. In 2017 werd daarom beslist om - naast de grondige hervorming van het vennootschapsrecht - ook het insolventierecht aan te pakken en volledig te moderniseren.

Met ingang van 1 mei zijn de oude Faillissementswet en de Wet Continuïteit van Ondernemingen ('WCO'-wet) samengevoegd tot een nieuw boek XX 'Insolventie van Ondernemingen' dat wordt ingevoegd in het Wetboek van Economisch Recht.

Wat moet u zeker weten?

Begrip 'ondernemer'

Het oude insolventierecht speelde zich volledig af rond het achterhaalde begrip 'kooplieden' of 'handelaars', waardoor enkel zij en handelsvennootschappen het faillissement konden aanvragen.

In praktijk bestond dus het probleem dat bijvoorbeeld vrije beroepers, landbouwers, vzw's  of stichtingen niet failliet konden worden verklaard.

Met de inwerkingtreding van het nieuwe insolventierecht wordt het begrip 'ondernemer' volledig opengetrokken. Een ondernemer is thans 'elke natuurlijke persoon die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent, iedere rechtspersoon, en elke organisatie  zonder rechtspersoonlijkheid.'

Voortaan zullen dus ook vrij beroepers failliet kunnen gaan.

Publiekrechtelijke rechtspersonen zoals o.a. de Federale Staat, de Gemeenschappen en de  Gewesten worden evenwel uitgesloten.

Schuldkwijtschelding

De 'verschoonbaarheid' uit het oude insolventierecht wordt vervangen door  het begrip 'schuldkwijtschelding'. Een gefailleerde, die een natuurlijke persoon is, wordt op zijn verzoek bevrijd van de restschulden, onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of derden. Men moet niet wachten tot de sluiting van het faillissement voor de schuldkwijtschelding.

Bij een toegekende schuldkwijtschelding wordt de (voormalige) echtgenoot of wettelijk samenwonende van de gefailleerde, die persoonlijk verbonden is voor de schuld die tijdens de duur van het huwelijk of de wettelijke samenwoning is aangegaan, in principe van die verplichting bevrijd.

Wrongful trading

Belangrijk is ook de nieuwe aansprakelijkheidsgrond bij een zogenaamde 'wrongful trading'. Indien een ondernemer, goed wetende dat een faillissement nadert, onverminderd zijn activiteiten verderzet, zal hij voortaan persoonlijk kunnen aansprakelijk worden gesteld.

Inwerkingtreding

De nieuwe insolventiewet is in werking sinds 1 mei 2018.


Globale erfovereenkomst of familiepact: streven naar evenwicht

We schonken al aandacht  aan de geldigheidsvoorwaarden voor erfovereenkomsten en de toegelaten punctuele erfovereenkomsten. Eén van de belangrijke vernieuwingen in het nieuwe erfrecht is echter de globale erfovereenkomst.

Vanaf 1 september 2018 bestaat namelijk de mogelijkheid om dergelijke overeenkomst af te sluiten. Synoniemen voor een globale erfovereenkomst zijn  ‘familiale erfovereenkomst’  of  'familiepact'. Ouders kunnen met hun kinderen, eventueel kleinkinderen, afspraken maken over een nog niet-opengevallen nalatenschap.

Gemoedsrust en familiale vrede zijn mooie motieven om een globale erfovereenkomst te overwegen.

Wat is een globale erfovereenkomst?

Een globale erfovereenkomst is een overeenkomst tussen ouder(s) en al hun vermoedelijke erfgenamen in de rechte neerdalende lijn. Bedoeling is om de evenwichtige verdeling tussen hen vast te stellen. Men kan hierbij niet alleen rekening houden met schenkingen maar ook met de specifieke persoonlijke of professionele situatie van bijvoorbeeld één van de kinderen. Het grote voordeel van de globale erfovereenkomst is dat,  bij het openvallen van de nalatenschap, niemand nog kan terugkomen op de schenkingen die iedere afstammeling gekregen heeft.

In globale erfovereenkomst is geen regeling voor de volledige nalatenschap van de ouder(s) zoals ze is samengesteld op het ogenblik van overlijden. Neen, het is een regeling voor de situatie zoals ze is op datum van de overeenkomst.

Wie zijn de partijen bij de overeenkomst?

Bij een dergelijk familiepact moeten de ouder(s) en alle vermoedelijke afstammelingen partij zijn. Dit impliceert tevens dat bij een vooroverlijden van een kind diens plaatsvervullers, i.e. de kleinkinderen, moeten worden betrokken.

Het is absoluut uitgesloten dat vermoedelijke afstammelingen worden genegeerd. Kinderen kunnen wel akkoord gaan met een generatiesprong ten voordele van de eigen kinderen, namelijk een gehele of gedeeltelijke toebedeling van de grootouders aan de kleinkinderen.

Wat als er na het sluiten van de erfovereenkomst een nieuwe afstammeling opdaagt? De nieuwkomer kan niet de nietigheid vorderen van de globale erfovereenkomst. Er is m.a.w. geen impact op de geldigheid van de overeenkomst. De uitwerking van de overeenkomst blijft echter zonder gevolg voor de later opdagende erfgenaam in rechte neerdalende lijn. In praktijk betekent dit dat deze inkorting en/of inbreng kan vorderen van de in de overeenkomst opgenomen schenkingen, toegekende voordelen en schuldvorderingen. Deze giften worden wel geacht gelijk te zijn gedaan aan alle bij de overeenkomst betrokken vermoedelijke erfgenamen.

Stiefkinderen zijn ook niet vergeten. Het is immers toegelaten om toebedelingen aan de eigen kinderen van de echtgenoot (of wettelijk samenwonende partner) op te nemen in de erfovereenkomst. Voorwaarde is wel dat geen afbreuk mag  worden gedaan aan het verplichte evenwicht tussen de afstammelingen in recht neerdalende lijn van de beschikkende ouder.

Wie op het ogenblik van de erfovereenkomst echtgenoot is van de beschikker kan tussenkomen in de erfovereenkomst en aldus toestemmen met de gemaakte afspraken. Behoudens andersluidende bepaling betekent dit dat de echtgenoot afziet van de vordering tot inkorting ten aanzien van de schenkingen en voordelen opgenomen in de globale erfovereenkomst. Bij niet tussenkomst is de globale erfovereenkomst zonder gevolg voor deze echtgenoot. Diegene die pas na de erfovereenkomst echtgenoot wordt kan nooit inkorting vorderen van de in de overeenkomst opgenomen schenkingen en voordelen.

Evenwicht is essentieel

Eén van de basisprincipes van de globale erfovereenkomst is namelijk de bevestiging dat er een evenwichtige regeling is getroffen voor alle vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende lijn. Evenwicht is evenwel geen synoniem voor een volmaakte gelijkheid. Het is in zekere mate een subjectief gegeven.

Zo kan niet alleen rekening gehouden worden met overdrachten die bij de erfovereenkomst gebeuren maar ook met schenkingen uit het verleden, al dan niet gedaan binnen of buiten erfdeel. Opvulling met een schuldvordering is eveneens mogelijk. Het is bijvoorbeeld mogelijk om aan één kind het voornaamste vermogensbestanddeel worden toebedeeld met daaraan gekoppeld de verplichting om de andere kinderen te vergoeden.

Het is ook mogelijk om voordelen, die per definitie geen schenking zijn, mee te betrekken in de overeenkomst. Dergelijke voordelen kunnen immers meespelen bij het bepalen van het evenwicht.  Denk bijvoorbeeld aan het kosteloos in de ouderlijke woning wonen, het betalen van dure opleidings- en studiekosten of dienstengiften. Die laatste komen in de praktijk vaak voor: ouders helpen bij het verbouwen van een woning, bij tuinonderhoud of de opvang van kinderen. Dergelijke voordelen kunnen immers meespelen bij het bepalen van het evenwicht.

De specifieke persoonlijke professionele situatie van elk van de vermoedelijke erfgenamen kan zoals gezegd eveneens in de weegschaal worden gelegd.

Alle schenkingen?

Het is niet noodzakelijk dat alle schenkingen of voordelen worden opgenomen in de globale erfovereenkomst. Enkel die schenkingen en voordelen waarmee rekening is gehouden bij het bepalen van het evenwicht moeten worden opgenomen. In concreto moeten partijen duidelijk maken hoe zij het evenwicht hebben opgevat en dat zij dit aanvaarden. Zijn beide ouders partij dan wordt het evenwicht bekeken vanuit de totaliteit van schenkingen en voordelen die elke afstammeling-erfgenaam heeft gekregen.

Gevolgen van de erfovereenkomst

Het grote voordeel van een globale overeenkomst is dat men met een “propere lei” begint. Ouders hebben met alle vermoedelijke erfgenamen in neerdalende lijn samengezeten en hebben schenkingen en voordelen kunnen bespreken. Men zet werkelijk een streep onder wat in het verleden aan bepaalde kinderen is geschonken. Ook de voordelen die aan bepaalde kinderen zijn toegekend blijven toegekend.

Later kan men op grond van gewone benadeling niet meer terugkomen op de gemaakte afspraken. Opletten blijft het uiteraard voor de nietigheid bij het niet respecteren van de formaliteiten en wettelijke vereisten. Betwistingen op basis van klassieke wilsgebreken of gekwalificeerde benadeling blijven wel mogelijk.

Meer info?


Webwinkel: koop geen kat in een zak!

In 2017 zijn er 20,7% meer webwinkels opgestart. Het online shoppen is helemaal ingeburgerd. Als fysieke winkel is het hebben van een webwinkel dan ook een must. Allemaal goed en wel, maar aan een webwinkel hangen ook juridische verplichtingen. Het Wetboek van economisch recht bevat een aantal cruciale bepalingen.

Verzwaarde informatieplicht

De e-commerce-wetgeving voorziet in een verzwaarde informatieplicht. De verkoper is verplicht om bepaalde informatie op zijn website duidelijk weer te geven. Deze informatie heeft tot doel de consument beter te beschermen. Deze extra bescherming is nodig vanwege de afstand tussen consument en verkoper veroorzaakt door de digitalisering.

De informatie die op de website van de verkoper vermeld moet worden, is de volledige naam van de onderneming, het adres, e-mailadres en telefoonnummer. In geval van een vennootschap dient ook de vennootschapsvorm en bevoegde rechtbank te worden vermeld.

Betaalverplichting

Als aan de bestelling een betaalverplichting verbonden is, dan moet vooraf duidelijk over de volgende punten worden gecommuniceerd:

  • de voornaamste kenmerken van de goederen of de diensten;
  • de totale prijs van de goederen of diensten, inclusief alle belastingen en extra kosten;
  • de duur van de overeenkomst en eventueel de voorwaarden om de overeenkomst op te zeggen als het een overeenkomst van onbepaalde duur of met stilzwijgende verlenging betreft;
  • de minimumduur van de verplichtingen van de consument uit hoofde van de overeenkomst.

Als de consument een knop  moet aanklikken om de uiteindelijke bestelling te plaatsen, dan moet het goed leesbaar zijn dat het "bestelling met betaalverplichting" (of een soortgelijke formulering) betreft, waarbij daarenboven blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betaalverplichting inhoudt.

De consument is niet gebonden door de overeenkomst of de bestelling als deze verplichting niet wordt gerespecteerd.

Herroepingsrecht

Naast de verzwaarde informatieplicht voorziet de e-commerce-wetgeving ook in een herroepingsrecht. Elke consument, die iets aankoopt via een webwinkel heeft het recht om binnen de 14 dagen zijn aankoop kosteloos herroepen.  Deze 14 dagen beginnen te lopen van zodra de consument fysiek in het bezit is gesteld van zijn aankoop. De consument dient zijn retour niet te verantwoorden.

De verkoper moet de consument op het bestaan van het herroepingsrecht wijzen. Het volstaat niet dat hij dit louter in de algemene voorwaarden opneemt. Hij zal het recht van de klant expliciet op het betalingsbewijs van de aankoop moeten vermelden.  Een verkoper mag dit niet verbergen of verschuilen achter het feit dat de klant zijn recht maar zelf had moeten kennen.

Indien de consument van zijn herroepingsrecht wenst gebruik te maken, dient hij de verkoper wel schriftelijk op de hoogte te stellen. Eventuele aanrekening van retourkosten is geen inbreuk op het kosteloos herroepen. Deze kosten zijn namelijk geen vergoeding voor het herroepingsrecht. Bepaalde wetgeving laat geen herroepingsrecht toe. Een voorbeeld hiervan is bederfbaar voedsel. In dat geval speelt dit herroepingsrecht niet. Het is wel de verplichting van de verkoper om dit duidelijk te vermelden. De klant moet kunnen weten welke producten en in welke omstandigheden er geen herroepingsrecht bestaat.

Informatie voor de verkoop 

Op grond van de wetgeving van verkoop op afstand dient de consument voor de verkoop bepaalde andere inlichtingen verkregen te hebben. Deze inlichtingen betreffen ondermeer  informatie omtrent het al dan niet in voorraad zijn, de betalingswijzen, de modaliteiten van terugname en verbonden kosten, de geldigheid van het aanbod of prijs, de wettelijke garantie en de klachtenbehandeling.

De wetgeving bepaalt dat deze inlichtingen ofwel op de pagina van het product ofwel in de algemene voorwaarden worden weergegeven. Indien deze informatie in de algemene voorwaarden is opgenomen, moet de consument deze algemene voorwaarden uitdrukkelijk aanvaarden. De consument moet ook de mogelijkheid hebben om de algemene voorwaarden te kunnen bewaren.

Verplichtingen tijdens en na de bestelprocedure

Naast deze informatie die voor de verkoop moet worden verschaft, zijn er ook verplichtingen tijdens de bestelprocedure. Er moet een overzicht van de bestelprocedure aanwezig zijn. Daarnaast moet de consument fouten bij de invoer van gegevens kunnen aangeven en corrigeren. Bij het begin van deze bestelprocedure moeten ook beperkingen inzake levering (bv. bepaalde regio’s) worden vermeld.

Na het plaatsen van de procedure  moet de consument vernemen dat er vanaf dat ogenblik een betalingsverplichting is ontstaan. De consument zal tevens een bevestiging, met de nodige gegevens van de aankoop moeten ontvangen. Deze bevestiging moet ten laatste de dag van de aankoop worden bezorgd.

Conclusie

Voor de consument is online shoppen makkelijk, voor de webwinkel zelf zijn er iets meer verplichtingen. Weet dat de consument onwettelijke of oneerlijke handelspraktijk kan melden op het onlinemeldpunt: meldpunt.belgie.be​​​​​​​. Gezien de groeiende tendens naar online shoppen is het absoluut belangrijk dat zij die een webwinkel hebben of willen starten ook rekening houden met de toepasselijke wetgeving.

 


Punctuele erfovereenkomsten: wat zijn de mogelijkheden?

Zoals in een eerdere bijdrage reeds aangestipt geldt nog steeds een principieel verbod op erfovereenkomsten. De uitzonderingen op deze algemene regel moeten bijgevolg restrictief en limitatief worden geïnterpreteerd. Vanaf 1 september 2018 wordt de lijst van toegestane punctuele erfovereenkomsten aanzienlijk uitgebreid. Bovendien  wordt nu de mogelijkheid geboden aan de erflater om een globale erfovereenkomst te sluiten met alle vermoedelijke erfgenamen in rechte lijn.

Met die  uitzonderingen wil de wetgever in hoofdzaak tegemoet te komen aan de bezorgdheid van burgers om nu hun overlijden conflicten tussen erfgenamen te vermijden. In deze bijdrage belichten we in het bijzonder de nieuwe punctuele erfovereenkomsten.

Wat is een punctuele erfovereenkomst

Een punctuele erfovereenkomst is een overeenkomst hetzij tussen bepaalde familieleden, bijvoorbeeld wanneer niet met iedereen een akkoord kan worden gesloten, hetzij over een bepaalde specifieke situatie, zoals bijvoorbeeld de waarde van een geschonken goed.

Reeds toegestane erfovereenkomsten

Bekende klassieke voorbeelden van toegelaten erfovereenkomsten zijn, zonder exhaustief te willen zijn:

  • bedingen in een testament of schenking waarin bepaald wordt dat de aan wettelijke terugkeer onderworpen goederen niet belast zullen zijn met het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot van de begunstigde (art. 745 bis § 2 BW);
  • toegelaten contractuele erfstellingen tussen een derde en de aanstaande echtgenoten of tussen (aanstaande) echtgenoten onderling (art. 1081 e.v. BW);
  • bedingen in het huwelijkscontract in verband met reservataire erfrechten van echtgenoten in aanwezigheid van stiefkinderen, zgn. Valkeniersclausule (art. 1388, 2e lid BW);
  • bedingen in het huwelijkscontract waarbij alle toekomstige goederen, ook deze bij erfenis verkregen, in het gemeenschappelijk vermogen zullen vallen (art. 1452 BW);
  • statutaire bepalingen houdende beperking van de rechten van de erfgenaam van een overleden aandeelhouder (art. 42 W.Venn.);
  • echtgenoten die bij onderlinge toestemming uit de echt scheiden een regeling treffen over hun wederzijdse erf- en reserveaanspraken, zo een van hen tijdens de procedure zou overlijden, zgn. EOT-regelingsakte (art. 1287 Ger.W.).

Nieuwe punctuele erfovereenkomsten

Net zoals de reeds bestaande toegestane erfovereenkomsten vinden we de nieuwe punctuele erfovereenkomsten verspreid terug op diverse plaatsen. Zo vinden we volgende nieuwigheden terug:

  • wijzigen van bepaalde modaliteiten, i.e. vrijstelling van of onderwerping aan inbreng, van een eerdere schenking (art. 843/1, §§ 1 en 2 BW);
  • de inbreng van een ouder voor een schenking gedaan aan diens kind, zgn.  generatiesprong, in de nalatenschap van de schenker (art. 845, § 2 BW);
  • de  waarde van geschonken goederen vastklikken zodat discussies bij de vereffening en de verdeling van de nalatenschap worden vermeden (art. 858, § 5, lid 1 BW);
  • de dag van de schenking bepalen als waarderingsmoment bij de inbreng van de geschonken goederen  waarover de begiftigde niet het volledige meesterschap had vanaf de dag van de schenking (art. 858, § 5, lid 2 BW);
  • eenzijdige verzaking door de  echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van het recht op vruchtgebruik van de tijdens het huwelijk of samenwoning door de erflater met voorbehoud van vruchtgebruik geschonken goederen (art. 858bis, § 5 BW);
  • reservataire erfgenamen kunnen op voorhand verzaken aan de vordering tot inkorting op een  welbepaalde schenking (nieuw art. 918 BW);
  • reservataire erfgenamen kunnen op voorhand  verzaken aan de vordering tot inkorting ten aanzien van derde-verkrijgers onder kosteloze titel (art. 924, lid 4 BW).

Strenge geldigheidsvoorwaarden

Alle nieuwe toegestane punctuele erfovereenkomsten zijn onderworpen aan zware formaliteiten. Uitzondering wordt gemaakt voor de erfovereenkomsten inzake de modaliteiten van de schenking. De overeenkomst die de betreffende modaliteiten wijzigt moet enkel beantwoorden aan de geldigheidsvoorwaarden voor een schenking.

Opportuniteiten

Het is duidelijk dat het sluiten van een punctuele erfovereenkomst voor een aantal situaties opportuniteiten biedt.

Het schenken met generatiesprong wordt aangemoedigd nu de ouders van het begiftigde kleinkind zich ertoe kunnen engageren dat zij de schenking zullen toerekenen op hun erfdeel. Voor de grootouders geeft dit de garantie dat de beoogde generatiesprong na hun overlijden zal overeind blijven.

Het vastklikken van de waarde van de schenking kan buitengewoon nuttig zijn wanneer ouders vennootschapsaandelen willen schenken aan één bepaald kind.  Hierdoor weet dit kind dat de broers of zussen de waarde van de vennootschap op het moment van de schenking niet meer zullen betwisten.

Reservataire erfgenamen kunnen verklaren dat ze ‘geen inkorting’ zullen vorderen op een welbepaalde schenking aan een broer of een zus. Dit kan interessant zijn wanneer de ouders meer willen schenken ten voordele van een zorgkind.

Meer info?


Erfovereenkomst: de no-go zone wordt heel wat kleiner

De nieuwe erfwet treedt op 1 september 2018 in werking. Eén van de grote vernieuwingen is de versoepeling van het huidige verbod op overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen. In dergelijke erfovereenkomst worden louter eventuele rechten op een nog niet-opengevallen nalatenschap of op een deel ervan toegekend, gewijzigd of afgestaan.

Hoewel het principiële verbod op erfovereenkomsten niet wordt afgeschaft zijn er heel wat nuanceringen en uitzonderingen toegevoegd. Het aantal toegelaten erfovereenkomsten stijgt dus. In globo kunnen we twee groepen van toegelaten overeenkomsten onderscheiden. Primo de erfovereenkomsten onder algemene of onder  bijzonder titel en secundo de globale erfovereenkomst, het zgn. familiepact.

Deze bijdrage is de eerste van een korte reeks over erfovereenkomsten. Bedoeling is om mensen aan te zetten om de mogelijkheid te bekijken tot het sluiten van een toegelaten en rechtszekere regeling inzake hun nalatenschap.

Waarom een geldige erfovereenkomst?

Middels een erfovereenkomst wil men ervoor zorgen dat de nalatenschap op een heldere en duidelijke wijze wordt geregeld. Het laatste wat mensen willen zijn erfgenamen die na hun overlijden ruzie maken over de nalatenschap. Vanuit deze familiale bekommernis is het absoluut noodzakelijk dat een toegelaten erfovereenkomst wordt afgesloten.

De wetgever is hieraan tegemoet gekomen door het verbod of erfovereenkomsten te verduidelijken en te versoepelen. Het Burgerlijk Wetboek bevat voortaan een nieuwe titel IIbis Erfovereenkomsten (art. 1100/1 t.e.m. art. 1100/7).

Erfovereenkomsten die een inbreuk plegen tegen de principiële geldigheid of die de vormvereisten niet respecteren, zijn absoluut vernietigbaar. Dit betekent dat iedereen de vernietiging van de overeenkomst mag opwerpen. Denk hierbij niet alleen aan de rechter die dit zelfs ambtshalve moet doen maar ook aan de fiscale administratie.

Voorzichtig en zorgvuldig te werk gaan is de eerste boodschap voor wie een erfovereenkomst wil afsluiten.

Verboden versus toegelaten

Verboden tenzij wettelijk toegelaten.

Het is principieel verboden om een anticipatieve erfkeuze te maken omtrent een nalatenschap die nog niet is opengevallen. Afspraken over het vervroegd aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap zijn verboden. Het is evenmin toegelaten een verbintenis of overeenkomst af te sluiten over de attributen van de hoedanigheid van erfgenaam of legataris. Regelingen over de principes en de modaliteiten van de regels van inbreng of inkorting zijn m.a.w. niet toegestaan.

Overeenkomsten afsluiten over de toekomstige nalatenschap van een derde zijn verboden. Zo kunnen vermoedelijke erfgenamen bijvoorbeeld geen afspraken maken over het al dan niet uitvoeren of betwisten van een testament.

Verbintenissen of overeenkomsten onder kosteloze titel met betrekking tot de eigen nalatenschap zijn eveneens verboden. Rechtshandelingen onder kosteloze titel moeten steeds via testament of schenking gebeuren.

Toegelaten, tenzij wettelijk verboden.

Het is daarentegen principieel toegelaten afspraken te maken over de eigen toekomstige nalatenschap ten bezwarende titel. Voorwaarde is wel dat het een beding of overeenkomst onder bijzondere titel betreft dat bij notariële akte is opgemaakt. Het mag in geen geval gaan over de algemeenheid of een evenredig deel van de nalatenschapsgoederen. Zijn evenmin onder bijzondere titel: overeenkomsten of bedingen over alle onroerende of roerende nalatenschapsgoederen of een evenredig deel ervan.

Het is bijvoorbeeld geldig om aandelen van een vennootschap te verkopen aan één van de kinderen en te bedingen dat de prijs pas moet betaald worden bij het overlijden van de verkoper. Toegelaten zijn ook de statutaire overdrachtsbeperkingen van aandelen.

Algemene geldigheidsvereisten

In de specifieke context van erfovereenkomsten kunnen minderjarigen geen partij zijn als erflater-beschikker. Ze kunnen wel als vermoedelijke erfgenaam betrokken worden in dergelijke overeenkomst. Er kan in hun hoofd evenwel geen sprake zijn van een verzaking aan rechten in een toekomstige nalatenschap. Is dit wel zo dan kan de vertegenwoordiger van de minderjarige slechts optreden na machtiging van de vrederechter.

Meerderjarige handelingsonbekwamen moeten een voorafgaande machtiging hebben van de vrederechter om een erfovereenkomst aan te gaan. Zonder machtiging kunnen ze enkel partij zijn als vermoedelijke erfgenaam, waarbij de overeenkomst niet leidt tot het verzaken aan toekomstige erfaanspraken.

Naar vorm wordt een erfovereenkomst steeds via notariële akte gesloten. Bovendien zijn een aantal bijkomende specifieke vormvereisten van toepassing. Dit om te vermijden dat familiale druk wordt uitgeoefend op bepaalde partijen om toch maar een erfovereenkomst te sluiten. In het bijzonder zijn wachttermijnen en informatieverplichtingen opgelegd waarvan niet kan worden afgeweken.

Het ontwerp van notariële erfovereenkomst circuleert onder alle partijen. De notaris informeert elke partij over de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een aparte raadsman. De notaris moet ook de mogelijkheid bieden om een individueel onderhoud te hebben met elke partij. Elke partij wordt geïnformeerd over de mogelijkheid om een beroep te doen op een andere notaris om haar bij te staan.

Tijdens een vergadering bij de notaris wordt de inhoud, de draagwijdte en de gevolgen van de overeenkomst toegelicht en uitgelegd. Daarenboven zal de notaris tijdens de vergadering herinneren aan de mogelijkheid tot bijstand door een raadsman of tot een individueel onderhoud.

Ten vroegste 15 dagen vanaf het versturen van het ontwerp kan de vergadering bij de notaris plaatsvinden. De finale ondertekening van de overeenkomst kan ten vroegste gebeuren één maand nadat deze vergadering heeft plaatsgevonden. Zowel de datum van de verzending van het ontwerp als van de vergadering worden in de erfovereenkomst vermeld.

Huwelijkscontract en echtscheiding

De wachttermijnen en informeringsverplichtingen zijn niet van toepassing op schenkingen bij huwelijkscontract aan de echtgenoten en aan de kinderen die uit het huwelijk zullen worden geboren.

De vormvereisten, met inbegrip van de wachttermijnen en informeringsverplichtingen, zijn niet van toepassing op de regelingsakte in het kader van een echtscheiding door onderlinge toestemming. In deze akte kan afstand gedaan worden van elke erfrechtelijke aanspraak in elkaars nalatenschap. Bij echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting bestaat deze mogelijkheid alsnog niet.

Publiciteit en gevolgen

Een erfovereenkomst wordt ingeschreven in het Centraal Register voor Testamenten.

In geen geval is de erfovereenkomst een anticipatieve erfkeuze. Elke partij behoudt steeds de keuze om de nalatenschap al dan niet te aanvaarden. Erfgenamen die bij plaatsvervulling, in geval van vooroverlijden, tot de nalatenschap komen zijn eveneens gehouden door de overeenkomst. Verder is er een bijzondere regeling inzake het herroepen van verzaking aan rechten bij ondankbaarheid.

Conclusie

Vanaf 1 september 2018 krijgen families middels erfovereenkomsten meer mogelijkheden om de successie te plannen. Nu duidelijk is dat toegelaten erfovereenkomsten aan strenge vormvereisten zijn onderworpen is voorzichtigheid en zorgvuldigheid geboden. Het is een kwestie  van tijd maken en alles grondig voor te bereiden.

Wil u hierover graag meer informatie? De juristen bij aternio kunnen u informeren over het nut van erfovereenkomsten. In volgende bijdragen komen alvast de punctuele erfovereenkomsten en de globale erfovereenkomst aan bod.


Voordeel van alle aard van bewoning: fiscus haalt bakzeil!

In een eerdere bijdrage las u reeds dat de rechtspraak bevestigde dat het onderscheid in de berekening van het voordeel van alle aard voor bewoning ongrondwettig is. Nu volgt ook de fiscale administratie. Zij publiceerde op 15 mei 2018 circulaire 2018/C/57 (www.fisconet.be) .

Rechtspraak in het verleden

Reeds in het verleden werd de berekening van het voordeel van alle aard voor bewoning ongrondwettig bevonden door o.a. de Hoven van Beroep van Gent en Antwerpen (Gent, 24/05/2016, 2015/AR/1235; Antwerpen 24/01/2017, 2015/AR/1117).

Het verschil in berekening op grond van wie, een natuurlijke persoon of rechtspersoon de woning ter beschikking stelt, werd als discriminatoir bevonden. Er was geen enkele gegronde reden die het onderscheid rechtvaardigde.

Circulaire bevestigt rechtspraak

Op 15 mei 2018 is een circulaire gepubliceerd, waarin de fiscale administratie verklaart dat zij de rechtspraak volgt. Dit houdt in dat zij bevestigt dat het voordeel van alle aard voor bewoning eenvormig zal berekend worden aan de hand van volgende formule:

Geïndexeerd Kadastraal Inkomen (KI) x 100/60.

Het feit dat de administratie nu officieel de rechtspraak volgt, zorgt in ieder geval voor meer rechtszekerheid.

Bezwaartermijn van aangifte is nog niet verstreken

Voor reeds ingediende fiscale aangiftes waarvan de bezwaartermijn nog niet verstreken is, kan nog bezwaar worden ingediend om alsnog de berekening te herzien. Zo kan teveel betaalde belastingen worden gerecupereerd. Hetzelfde effect geldt voor lopende rechtsprocedures die voortvloeien uit eerdere bezwaarschriften.

Wat te doen na bezwaartermijn?

De vraag is natuurlijk wat als de bezwaartermijn wel reeds verstreken is? Indien de bewaartermijn van de fiscale aangifte verstreken is, kan de aangifte enkel nog herbekeken worden door middel van een vraag tot ontheffing van ambtswege.

Een vraag tot ontheffing van ambtswege kan slechts in bepaalde gevallen slagen. Dit is ondermeer het geval wanneer er overbelastingen zijn die blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten, waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door wettige redenen. In dit geval is de concrete vraag of een circulaire geacht wordt een nieuw feit te zijn.

Wel of geen nieuw feit?

De circulaire bepaalt zelf dat zij haar standpunt niet als een nieuw feit beschouwt. Bijgevolg zou een vraag tot ontheffing van ambtswege niet slagen. Echter is het niet aan de administratie om te beslissen of een circulaire al dan niet een nieuw feit is. Hierover oordeelde o.a. de rechtbank te Hasselt in haar vonnis van 10 oktober 2013.

Conclusie

Ongeacht of de woning ter beschikking wordt gesteld door een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon, zal het voordeel van alle aard in de toekomst aan de hand van dezelfde formule berekend worden. Indien u nog tijdig een bezwaarschrift kan indienen, maakt u best gebruik van deze mogelijkheid.

Indien de bezwaartermijn verstreken is, zal u een kosten-baten analyse moeten maken. De loutere vraag tot ontheffing van ambtswege zal wellicht niet slagen. De rechtbank kan dan mogelijk een uitweg bieden.


Centraal erfrechtregister: nieuw publiciteitsinstrument

Naast het register voor huwelijksovereenkomsten en het centraal register voor testamenten is er sinds 1 maart 2018 ook het centraal erfrechtregister. Notarissen moet akten en attesten van erfopvolging en de Europese erfrechtverklaringen inschrijven in dit register. Verwerpingen van nalatenschap of aanvaarding onder boedelbeschrijvingen worden ook opgenomen in het centraal erfrechtregister.

De Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (FEDNOT) staat in voor het register.

Publiciteit en authenticiteit

Het nieuw centraal erfrechtregister is de unieke en gecentraliseerde publiciteitsvorm voor alle notariële akten en attesten van erfopvolging. Het zijn deze akten en attesten die vaststellen wie allemaal erfgenaam is en op basis waarvan betalingen en overdrachten bevrijdend kunnen gebeuren. Zonder deze vaststelling kunnen bijvoorbeeld bij banken bevroren tegoeden van de erflater niet worden vrijgemaakt.

Verklaringen van verwerping van de nalatenschap of aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving moeten eveneens notarieel gebeuren. Vandaar dat zij voortaan ook worden geregistreerd in het erfrechtregister.

Het register is de authentieke bron voor alle gegevens die er zijn in opgenomen.

Inschrijving

De akten worden binnen 15 dagen na het verlijden van de notariële akte ingeschreven in het register. Voor de attesten is dit binnen 15 dagen na hun opmaak en voor de Europese erfrechtverklaring gebeurt dit binnen 15 dagen na aflevering.

Verklaringen van verwerping of aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving  worden binnen de 15 dagen na inschrijving eveneens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Door deze publicatie weten schuldeisers dat ze hun schuldvordering moeten bekendmaken. Dit moet immers  gebeuren binnen de 3 maanden vanaf de inschrijving in het register.

Gegevens en bewaartermijn

De registratie  gebeurt aan de hand van metagegevens. Het zijn dus niet de akten, attesten en verklaringen zelf die worden ingeschreven. Zo worden enkele gegevens opgenomen van de notaris, van de erflater en van zij die de erfenis verwerpen of aanvaarden onder boedelbeschrijving. De aard van het document  en de datum zijn natuurlijk ook terug te vinden.

De ingeschreven gegevens worden  bewaard tot 30 jaar na het overlijden van de persoon van wie de gegevens werden bewaard. De gegevens over de toegang tot het erfrechtregister worden tot 10 jaar na de toegang bewaard.

Toegang

De  gegevens zijn toegankelijk voor notarissen, gerechtsdeurwaarders, advocaten, griffiers en magistraten. Uiteraard enkel voor zover dit kadert binnen de uitoefening van hun ambt. Dit geldt eveneens voor openbare overheden en instellingen van openbaar nut.

Iedereen met een rechtmatig belang  kan eveneens verzoeken om toegang krijgen. Het belang is rechtmatig als de rechten of verplichtingen van de verzoeker getroffen worden door het overlijden of door de erfkeuzes van erfgerechtigden (i.e. verwerping of aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving).

De raadpleging van erfrechtregister kan kosteloos gebeuren via een door FEDNOT ontwikkelde toepassing.