aternio

Buitenlands onroerend goed, wat met de buitenlandse belasting bij overlijden?

Overzicht

Stel dat u met uw spaargeld een buitenlands onroerend goed wilt aankopen. De bedoeling van deze aankoop is niet zozeer een belegging in onroerend goed te doen, maar eerder een buitenverblijf te hebben waar u optimaal kan genieten van uw welverdiend pensioen.

De kans is bijgevolg zeer groot dat u dit buitenlands onroerend goed nog zal bezitten op het ogenblik van uw overlijden. Het onroerend goed zal in dat geval deel uitmaken van uw nalatenschap, en dus onderhevig zijn aan successierechten (thans erfbelasting genaamd in het Vlaamse Gewest).

België heft immers successierechten op het wereldwijde vermogen van haar inwoners. Elk land heeft echter de bevoegdheid om autonoom te bepalen welke grondslag zij in aanmerking zal nemen om successierechten te heffen. Dit zou kunnen leiden tot dubbele belasting.

Successierechten, meerwaardebelasting of inkomstenbelasting?

In België worden er naar aanleiding van een overlijden enkel successierechten geheven. In andere landen kan een overlijden eveneens aanleiding zijn tot de heffing van een meerwaardebelasting of een inkomstenbelasting. Men stelt in het geval van een meerwaardebelasting een overdracht door overlijden gelijk met een beschikking van de erflater aan zijn erfgenamen. Wanneer men inkomstenbelasting heft op een vermogen verkregen uit een nalatenschap, bekijkt men het verkregen vermogen als inkomsten van de erfgenamen die onderhevig zijn aan inkomstenbelasting.

Wanneer u nu op het ogenblik van overlijden een buitenlands onroerend goed bezit in een land waar ook meerwaardebelasting of inkomstenbelasting wordt geheven naar aanleiding van een overlijden, stelt zich de vraag naar de verenigbaarheid van deze buitenlandse belasting met de Belgische successierechten.  Dit vraagstuk kwam aan bod in een parlementaire vraag.

Verrekening of aanname als passief?

Om dubbele successierechten te vermijden op één en dezelfde internationale nalatenschap zijn er twee mogelijke oplossingen.

Er kunnen vooreerst dubbelbelastingverdragen worden gesloten tussen landen waarin de heffingsbevoegdheid wordt toegekend aan één van beide landen. In Europa bestaan er echter relatief weinig dubbelbelastingverdragen, en België heeft alleen een dubbelbelastingverdrag met Frankrijk en Zweden.

Een tweede oplossing bestaat erin interne verrekeningsregels in de interne rechtsorde in te schrijven. Interne verrekeningsregels moeten de belastingplichtige de mogelijkheid bieden om de successierechten die in het buitenland werden betaald in mindering te brengen van de successierechten die in de woonstaat moeten worden voldaan.

België heeft ook een interne verrekeningsregel. Deze is opgenomen in art. 17 W.Succ. (artikel 2.7.5.0.4 VCF voor Vlaanderen). Eenvoudig gezegd komt deze verrekeningsregel erop neer dat een Belgische belastingplichtige die in het buitenland successierechten heeft betaald op een buitenlands onroerend goed, deze buitenlandse successierechten kan verrekenen met de Belgische successierechten op deze goederen.

De vraag die zich nu stelt is of naast buitenlandse successierechten ook de meerwaardebelasting of de inkomstenbelasting die sommige landen heffen naar aanleiding van een overlijden, kan verrekend worden met Belgische successierechten.

Geconfronteerd met deze vraag antwoordde de minister dat het begrip “successierechten” in de zin van artikel 17 W.Succ. (artikel 2.7.5.0.4 VCF) strikt moet worden geïnterpreteerd en dat bijgevolg een buitenlandse meerwaardebelasting niet als een successierecht in de zin van artikel 17 W.Succ. (artikel 2.7.5.0.4 VCF) kan worden beschouwd, en derhalve niet kan worden verrekend met Belgische successierechten.

Als verrekening van in het buitenland betaalde meerwaardebelasting met Belgische successierechten niet mogelijk is, rijst de vraag of deze buitenlandse belastingen als passief van de nalatenschap kunnen worden beschouwd. Schulden die de overledene heeft op de dag van zijn of haar overlijden, mogen immers als passief van de nalatenschap worden opgenomen.

De federale administratie is van oordeel dat in het buitenland geheven meerwaardebelasting en andere gelijksoortige belastingen (buitenlandse boedelbelastingen) als passief in de nalatenschap kunnen worden opgenomen. De Vlaamse Belastingdienst daarentegen volgde aanvankelijk dit standpunt van haar federale collega’s niet maar keerde recentelijk op haar stappen terug.

Ook aan de minister werd de vraag voorgelegd of een meerwaardebelasting op een buitenlands onroerend goed een passief in de nalatenschap uitmaakt. De minister antwoordde evenwel ontkennend en argumenteerde dat het niet gaat om een bestaande schuld op de dag van overlijden, zelfs niet in het geval het overlijden zelf het heffingsmoment uitmaakt. Dit standpunt is betwistbaar vermits een meerwaardebelasting die naar aanleiding van een overlijden wordt geheven per definitie een schuld van de erflater is en er onmogelijk kan gesteld worden dat het een schuld van de erfgenaam zou zijn.

Conclusie

Het antwoord op de parlementaire vraag kan ten dele gevolgd worden, maar is voor wat betreft het oordeel over het feit of een meerwaardebelasting als een passief van de nalatenschap worden beschouwd, niet echt logisch te noemen. Het valt aan te nemen dat een meerwaardebelasting geen successierecht is, en bijgevolg niet verrekend kan worden met Belgische successierechten. Het is echter minder logisch dat een meerwaardebelasting niet kan aanzien worden als passief van de nalatenschap, zeker nu het overlijden niet alleen de oorzaak van de heffing maar ook het heffingsmoment uitmaakt.

Terug naar overzicht
Geschreven door Cedric Claes
mail
tel
+32 ­(0)3 ­454 ­30 ­00
Meer bijdragen over